Gert Meesters
...

Gert MeestersHergé (1907-1983) was op het einde van zijn leven niet meer echt geïnteresseerd in zijn beroemde reporter. Hij was gelukkig getrouwd met zijn tweede vrouw Fanny Vlamynck, die hij als jonge inkleurster in zijn studio had leren kennen in de jaren vijftig en Fanny zag Kuifje (1929) als een rivaal. Hergé leefde, zeker sinds zijn interesse voor oosterse filosofie en religie, in het heden en legde weinig vast voor na zijn dood. Toen hij in 1983 aan kanker overleed, had hij enkel testamentair laten weten dat zijn vrouw zijn enige erfgenaam was. Over Kuifje geen woord. In interviews had hij zich wel laten ontvallen dat er na zijn dood geen Kuifjes meer mochten worden gemaakt.Door die onthechte houding veroorzaakte Hergé indirect een vaudeville rond Kuifje. In die mate zelfs dat het RTBf-journalist Hugues Dayez twee jaar geleden inspireerde tot een boek. Zijn Tintin et les héritiers vat goed gedocumenteerd heel wat intriges samen. Wat zich in de jaren na Hergés dood heeft afgespeeld, grenst dan ook aan het onwaarschijnlijke. Weduwe Fanny werd steeds mystieker en wilde niks met Kuifje te maken hebben. Ondertussen moest er wel een artistiek en zakelijk imperium geleid worden. Alain Baran, een jonge kerel die door Hergé als zijn spirituele zoon werd beschouwd, ontfermde zich erover. In die periode deed ook de Engelsman Nick Rodwell zijn intrede. Hij was op dat moment een charmante jongeman die in Londen een winkel met Kuifje- merchandising wilde beginnen en ontpopte zich door zijn innemendheid en onderhandelingstalent razendsnel tot de joker van het Kuifje-nalatenschap. Als er moeilijke zaken besproken moesten worden, was hij er steevast bij. Vijf jaar na zijn aankomst in de wereld van Kuifje begon hij een verhouding met de weduwe van Hergé. Dat zij bijna twintig jaar ouder was dan hij, kon het enthousiasme niet temperen: de relatie mondde in 1994 uit in een huwelijk. Na een onverkwikkelijke zakelijke episode, met tegenslagen voor Baran en _ volgens sommigen _ onfrisse manipulaties van Rodwell, verliet Baran in 1990 onverwacht de Kuifje-wereld. Rodwell neemt het roer over. Er bestaan slechtere soapscenario's. KwaliteitEén ding moet je die Nick Rodwell nageven: in zijn visie op de Kuifje-merchandising is hij erg consequent. Al vooraan in de jaren '80 schetste hij zijn visie op de aanpak, en die geldt tot op vandaag. Rodwell wilde van Kuifje een prestigemerk maken, dat bekendstaat om zijn hoge kwaliteit. Zijn middel was de volledige controle over elk product behouden. Iedere ondernemer die een licentie had om Kuifje-producten op de markt te brengen, is die licentie ondertussen kwijtgespeeld. Alle spullen die nu nog op de markt zijn, worden rechtstreeks in opdracht van Moulinsart vervaardigd. Ook de distributiekanalen staan onder sterke controle. De Tintin Shops, een van de eerste initiatieven van Rodwell, hebben natuurlijk een streepje voor, maar daarbuiten werkt Moulinsart samen met slechts enkele tientallen winkels. Zowel voor die uitverkorenen als voor de consument is de centralisatie van Moulinsart een dure zaak. Een beeldje van een personage uit Kuifje kost bijvoorbeeld al snel 3000 frank (75 euro). Volgens Moulinsart is dat een prijs die betaald wordt voor kwaliteit. Maar dergelijke prijzen houden de Kuifje-spullen ver weg van het oorspronkelijke lezerspubliek van de albums: de kinderen. Mensen die nu nog Kuifje- merchandising kopen, worden door verkopers vaak getypeerd als nouveaux riches, mensen die geen echte Kuifje-fans zijn. Gek genoeg boekt Moulinsart met de hele handel zelfs geen winst. De laatste drie boekjaren waarvan cijfers bekend zijn, geven een verlies aan. In Trends gaf directeur Peter Horemans eerder dit jaar toe dat het bedrijf nog veel leergeld betaalt bij de productie van Kuifje-spullen. Dezelfde controledrang vertoont Rodwell als het gaat over reproducties van Kuifje. De media kennen Moulinsart als een lastige klant. Niet alleen moet de reproductie erg getrouw zijn, ook moet ze vaak betaald worden. Hoewel het auteursrecht via het citaatrecht uitdrukkelijk het gebruik van afbeeldingen in bijvoorbeeld nieuwsreportages toestaat _ als die afbeeldingen met de reportage te maken hebben _, stuurt Moulinsart een factuur naar de RTBf als die zender Kuifje-prenten in het journaal laat zien. Daardoor probeert Moulinsart voor strips een praktijk ingang te doen vinden die ook geldt voor foto's of schilderijen. Voor een gepubliceerde foto waarop auteursrecht rust, moet uiteraard betaald worden, omdat zo'n foto het integrale kunstwerk is. Een prentje uit een strip is bezwaarlijk een afzonderlijk kunstwerk, en staat op pakweg dezelfde hoogte als een alinea uit een roman, waar geen auteursrecht voor wordt geëist als die wordt geciteerd. Ook op andere vlakken proberen de erven het citaatrecht in te perken. De meeste auteurs die boeken over Kuifje schrijven, komen aankloppen bij de Fondation Hergé om afbeeldingen uit Kuifje te mogen gebruiken. Niet zelden wordt de toestemming geweigerd, of wordt het aantal of de grootte van de afbeeldingen beperkt. Bij een prentenboek met een minimum aan tekst, is de reserve begrijpelijk. Maar dat een wetenschappelijk boek de mogelijkheid wordt ontzegd om zijn stellingen te bewijzen met illustratiemateriaal, ruikt naar machtsmisbruik. Vooral omdat de moeilijkdoenerij vaak optreedt bij boeken die Hergé of zijn strip kritisch bekijken, in ruil voor prentjes worden dan tekstaanpassingen geëist. De frustratie bij sommige auteurs laait zo hoog op dat ze hun ongenoegen uiten in de pers of de plaats van de illustratie vervangen door een mededeling. 'Hier had een afbeelding van de Jans(s)ens moeten staan. Schrijf naar Moulinsart om een reproductie. Wie niet waagt, niet wint', lezen we in Albert Algouds boek over Jansen en Janssen. Andere Kuifje-kenners als Jan Baetens zijn vastbesloten om voorlopig geen teksten meer over Kuifje te schrijven waar illustratiemateriaal bij nodig is. Geen parodieOok de parodie ontsnapt aan het citaatrecht. Kuifje heeft als cultuuricoon en brave jongen natuurlijk een groot aantal parodieën uitgelokt. Als er met die parodieën geld werd verdiend, maakte Moulinsart er een politiek van om de verspreiding ervan te beletten. Die politiek was al begonnen voor Hergés dood: Callico, de tekenaar van de seksuele parodie Kuifje in Zwitserland verloor zijn proces in België, maar kreeg in Nederland gelijk van de rechter. Ook Humo verloor een proces om twee parodiërende covers, waarbij de rechter oordeelde dat Kuifje enkel gebruikt werd als reclame. Nu nog gaat de afschrikkingspolitiek voort, soms met demagogische argumenten. Over Kuifje in Thailand, een parodie-album dat begin dit jaar in beslag werd genomen, verklaarde Peter Horemans aan de BBC dat het hem choqueerde dat kinderen hun held in verband gebracht zouden zien met de seksindustrie. Een vals argument, aangezien dit soort boeken enkel onder de toonbank wordt verkocht aan volwassenen die heel goed weten welk boek ze kopen. Ook Joe Dog, een vrij bekende stripauteur in Zuid-Afrika, maakte zo twee jaar geleden kennis met de politiek van Moulinsart. Hij had een postkaart gedrukt en verkocht met een parodie op Kuifje in Afrika. Daarop sloeg Kuifje op de vlucht voor een bende stereotiep getekende zwarten, terwijl hij 'Greetings from South Africa' riep. Zo'n confrontatie van lezers met hun eigen vooroordelen is typisch voor het werk van Joe Dog. Toch kreeg hij een brief met het verzoek om te stoppen met de verkoop van illegal Tintin merchandise en de stock op eigen kosten te vernietigen. Zo niet zouden er gerechtelijke stappen volgen. Dog antwoordde dat het om een parodie ging, maar nam zijn kaarten toch uit de handel. Die reactie van Joe Dog is typerend voor de meeste mensen die met de controledrang van de erven-Kuifje in aanraking komen. Hoewel Moulinsart zeker niet alle processen wint, zien veel auteurs en media op tegen de kosten en de moeite die met het procederen gepaard gaan. Daardoor bereikt het bedrijf het gewenste afschrikkingseffect, maar brengt het Kuifje zelf ook schade toe. In de catalogus van het Belgisch centrum van het Beeldverhaal staan bijvoorbeeld illustraties uit heel veel belangrijke Belgische strips, maar niet uit Kuifje. Door de strikte politiek van de erven werd Kuifje hier dus een plaats tussen andere groten ontzegd. Het auteursrechtbeheer van de erven roept vooral veel reactie op, omdat het erg ongewoon is in de wereld van de Europese strip. De beheerders van Asterix en Lucky Luke laten wel eens van zich horen, maar hebben nooit zó moeilijk gedaan. Het grote voorbeeld van Nick Rodwell is duidelijk de Verenigde Staten, waar al langer klachten over de interpretatie van copyrights door giganten als Disney of de grote stripuitgeverijen Marvel en DC de ronde doen. Tegenover al die controleactiviteiten kon Moulinsart totnogtoe weinig creatieve exploten laten opwegen. De eigen activiteiten sputteren of lopen vertraging op, en activiteiten van anderen, zoals een grootscheepse reconstructie van de Kuifje-raket in het Franse Angoulème, moeten het veelal mét toezicht maar zónder centen van Moulinsart redden. Het Kuifje-museum is al zo'n lange lijdensweg dat Kuifje-watchers eraan twijfelen of het geplande museum in Louvain-la-Neuve ooit werkelijkheid zal worden. De musical De Zonnetempel is misschien een signaal dat er toch iets beweegt bij Moulinsart. Niet alleen investeert de firma een aanzienlijk bedrag, volgens Wouter Boits van coproducent Tabas&Co verloopt de samenwerking zelfs vlot: 'Misschien is dat omdat ze coproducent zijn, en daardoor zelf ook zien dat sommige zaken niet anders kunnen.' Dat Moulinsart zijn schouders onder de musical zet, is ook historisch omdat de erven met het project expliciet de kinderen weer naar de albums willen lokken. Die fundamentele missie leek door de merchandising en de controle op de achtergrond te zijn geraakt.