'Hoog tijd voor mijn eigen Frankensteinfilm', moet Kornél Mundruczó hebben gedacht, maar wie ooit een film van de Hongaarse regisseur, videast en theatermaker heeft gezien, beseft dat hij geen rondwaggelende monsters of geflipte wetenschappers hoeft te verwachten. Zoals Mundruczó zijn bloedmooie verlorenzoonallegorie Delta (2008) van alle narratieve ballast stroopte, zo wordt ook Mary Shelleys Frankensteinmythe tot op het bot ontbeend. Het gevolg is een minimalistische, bijna abstracte fabel over een myst...

'Hoog tijd voor mijn eigen Frankensteinfilm', moet Kornél Mundruczó hebben gedacht, maar wie ooit een film van de Hongaarse regisseur, videast en theatermaker heeft gezien, beseft dat hij geen rondwaggelende monsters of geflipte wetenschappers hoeft te verwachten. Zoals Mundruczó zijn bloedmooie verlorenzoonallegorie Delta (2008) van alle narratieve ballast stroopte, zo wordt ook Mary Shelleys Frankensteinmythe tot op het bot ontbeend. Het gevolg is een minimalistische, bijna abstracte fabel over een mysterieuze jongeman die terugkeert naar het huis waar hij als kind is opgegroeid, net op het moment dat een regisseur (Mundruczó himself) er een castingsessie organiseert. Bereid je voor op lang aangehouden shots van grimmige gangen, bizarre moordpartijen, een auto-ongeval in de sneeuw en meer vragen dan antwoorden. Kornél Mundruczó: Ik heb Shelleys boek vijf jaar geleden pas voor het eerst gelezen en ik was er enorm door aangegrepen. Het is zo'n actueel boek: monsters creëren we nog elke dag. Ik wilde alleen de essentiële thema's van het boek behouden en die binnen het verhaal van één familie plaatsen. Het gaat over een vader en zijn verstoten zoon. Over een maker en diens schepping die hij nooit heeft aanvaard, met alle gevolgen van dien. In die zin is het een heel klassieke adaptatie. Enfin: toch als je mijn versie met die van Andy Warhol vergelijkt. (Lacht)Mundruczó: Absoluut. De manier waarop de vader zijn verantwoordelijkheid tegenover zijn zoon ontloopt, kun je vergelijken met de manier waarop onze moderne democratieën met zigeuners omgaan. Ze passen niet in het systeem, en dus sluiten we hen uit en maken we monsters van hen. De vraag is echter wie het echte monster is: het individu dat de wetten van het systeem overtreedt of het systeem dat bepaalde individuen uitsluit. Mundruczo: Dat was de bedoeling. Mijn monster is een mooie, blonde jongen van zeventien, niet iemand met een vierkante kop en een litteken. Begrijp me niet verkeerd. Ik houd zielsveel van die oude Frankensteinfilms uit Hollywood, maar mijn versie is geen horrorsprookje. Mij gaat het om de primaire gevoelens en ideeën die achter de mythe schuilen. Voor mij is dat gebouw waar de vader en de zoon elkaar ontmoeten een metafoor voor het hedendaagse Hongarije. Ooit was het een prachtig gebouw waar familiefeesten werden georganiseerd; nu is het leeg en vervallen, en blijken vader en zoon er volledig van elkaar vervreemd. Het is als kijker misschien wat puzzelen om alle stukjes in elkaar te passen, maar puzzelen kan even leuk zijn als een James Bondfilm. Of niet soms? (Grijnst)TENDER SON Vanaf 6/7 in de bioscoop.DOOR DAVE MESTDACH