In de nieuwste sociale parabel van Luc en Jean-Pierre Dardenne trekt Adèle Haenel op guilt trip langs de oevers van de Maas, de vaste thuishaven van de begaafde Belgische broers. Ze doet dat als de jonge huisdokter Jenny, die verzuimt een jong, Afrikaans meisje binnen te laten in haar kabinet, om een dag later van de politie te horen te krijgen dat het meisje in de buurt dood werd teruggevonden. Wat is er precies met haar gebeurd? Wat was haar naam en waar kwam ze vandaan? Het zijn vragen die de plichtsbewuste Jenny sinds dat al dan niet schuldige verzuim door het hoofd en het hart spoken, waarop ze besluit om dan ...

In de nieuwste sociale parabel van Luc en Jean-Pierre Dardenne trekt Adèle Haenel op guilt trip langs de oevers van de Maas, de vaste thuishaven van de begaafde Belgische broers. Ze doet dat als de jonge huisdokter Jenny, die verzuimt een jong, Afrikaans meisje binnen te laten in haar kabinet, om een dag later van de politie te horen te krijgen dat het meisje in de buurt dood werd teruggevonden. Wat is er precies met haar gebeurd? Wat was haar naam en waar kwam ze vandaan? Het zijn vragen die de plichtsbewuste Jenny sinds dat al dan niet schuldige verzuim door het hoofd en het hart spoken, waarop ze besluit om dan maar zelf op onderzoek uit te gaan. Het resultaat heeft iets van een morele policier slash persoonlijke boeteprocessie waarin de Dardennes al hun stokpaardjes - schuld, boete en burgerzin - opnieuw op een doordachte manier berijden, en waarin Haenel, de flegmatieke Française die eerder haar talent toonde in onder meer Les combattants en André Téchiné's L'homme qu'on aimait trop, haar emoties in haar binnenste begraven houdt als biechtmoeder tegen wil en dank die zelf verlossing zoekt. Bij momenten voelt de film, met zijn rigide structuur, uitgepuurde mise-en-scène en dwingende morele, existentiële thematiek, zo bressoniaans aan dat hij evengoed Le journal d'un médecin à Seraing had kunnen heten. Alleen voelen de lijdensweg en de speurtocht van Jenny, ondanks de thrillerelementen die het verhaal de nodige jus meegeven, nooit zo organisch en natuurlijk aan als in Rosetta, Le fils of Le gamin au vélo. Anders gezegd: de film heeft onmiskenbaar iets gekunstelds en mechanisch, en wil of kan dat ook niet wegmoffelen, mede door de passages van zowat alle Dardennes- habitués (Olivier Gourmet? Check! Fabrizio Rongione? Check! Jérémie Renier? Check!). Het zijn vormen van cerebralisme en antinaturalisme die, ondanks de véritéverpakking waarvoor de broers bekendstaan, ook al in hun vorige films zaten en die net hun symbolische gelaagdheid en gravitas meegaven. Alleen wegen die karakteristieken in dit geval net iets te zwaar door, waardoor je nooit volledig deelgenoot wordt van de verwarde gevoelswereld van Jenny, die schuldbesef verspreidt als een virus waar geen remedie voor lijkt te bestaan. Een prijs in Cannes - waar de Dardennes al twee keer de Gouden Palm wonnen - zat er dit jaar dan ook niet in. Maar dat wil nog niet zeggen dat les frères, precies twintig jaar nadat ze zich op de internationale filmkaart prikten met La promesse, daarom hun mojo kwijt zijn. Ook nu getuigen ze van een coherente en consistente visie op mens, cinema en maatschappij; ook nu weten ze waar ze hun tactiele, haast fysiek observerende camera moeten plaatsen; ook nu voeren ze een hoofdpersonage op dat bijblijft en ook nu weten ze hoe ze je de ether in Jenny's kabinet en de modder aan de oevers van de Maas moeten doen proeven. Niet hun allerbeste film, wel nog altijd een secuur gemaakte, humanistische en intelligente trip door een vertroebelde maatschappij in chronische gewetensnood. LA FILLE INCONNUE *** Luc & Jean-Pierre Dardenne met Adèle Haenel, Jérémie Renier, Olivier Gourmet DAVE MESTDACH