(...)
...

(...) Maar dat knorren dan, waar hoort u dat? En waar past nog dat geklapper? Wordt hetniet wat veel getetter? Sluit uw horen dan. U sluit uw oren, dat probeert u. Maar hetgaat niet. Overal is horen. En aan alle ramen klopt het, van uw oorhuis. Rammeltaan de hoorpoort links en rechts. Uw oren tuiten van gebruis. Het kraakt in allevoegen van uw hoorgestel. Uw hoofd brult heel en al en davert in de botten. Baf!Een heerlijke knal. En lekker boem! Het dondert u van binnen. Hoe zalig het gillendgiert. Razend buldert. Hamerend bonkt. Pets! Pats! Wat een genot. Klets! Klats! Een schetterend tumult. Een goddelijk kabaal dat in u schatert. Tekeer! Extasedreunt en beukt. Het krijst en jankt en galmt en loeit het in het paradijs van klankwaarin u luistert. U hoort! U hoort, u hoort geluid! Geluid.KLINKT **** Jaap Blonk, Het Balanseer, 80 blz., ? 29,95. U leest, of luistert, naar Klinkt, de bloemlezing uit dertig jaar werk van Jaap Blonk, Nederlands bekendste klankdichter. Blonk, die sinds de jaren zeventig actief is, ontdekte rond zijn dertigste zijn mogelijkheden als stemperformer, eerst bij de voordracht van poëzie en later in improvisaties en eigen stukken. Twintig jaar lang was de stem zijn voornaamste middel om nieuwe klanken te ontwikkelen. Toen begon Blonk ook met elektronica te werken, oorspronkelijk op basis van samples van zijn eigen stem. Klinkt verzamelt Blonks beste Nederlandstalige werk, waarin de taal vanuit haar klank wordt gedeconstrueerd. Hoewel het boek ontzettend mooi is uitgegeven, is het vooral een partituur van de fascinerende klankperformances die op cd bij het boek zitten. Het stemgebruik van Blonk gaat daarin van vakkundig naar experimenteel. De muziek die aan de stemimprovisaties is toegevoegd, is verrassend melodisch en toegankelijk. Blonks partituur leunt aan bij de vorm van het klassieke gedicht. Korte verzen volgen elkaar uitgelijnd op, maar deze weerslag schiet altijd tekort. Net zoals de muzikale vormen die Blonks werk krijgt, zijn de teksten bijzonder divers. Soms vertrekt hij vanuit bestaand tekstmateriaal, en focust hij op de deconstructie. Soms wordt er geschoven met klank en ritme, of neigen de gedichten naar kindertaal. Vaak is er ook een humoristisch element, zoals in de reeks variaties op Demonologikaas, een pastiche op Leo Vroman. Ook zijn er gedichten die de vorm aannemen van een liedje, zoals er op uit, of, zoals in Baarle rondom, een nonsensicale vertelling. Een enkele keer botst de lezer echter ook op strofes, of flarden, die zelfs als conventionele poëzie te lezen vallen. Klinkt is, kortom, een veelvormige ervaring. Het is een boek dat beter niet al te lineair gelezen wordt, maar waarin lezer of luisteraar zich moet verliezen. Met de koptelefoon op gaat men ondergronds in Blonks bizarre totaaluniversum. LIES VAN GASSE