Kiss Kiss Bang Bang (2005)

FILM: **** EXTRA'S: * (WARNER HOME ENTERTAINMENT)

Film. Kiss Kiss Bang Bang opent met een shot vanuit een zwembad. Begint Sunset Boulevard niet met een gelijkaardige shot? En wat te denken van de verschillende hoofdstukken? Allemaal titels van hardboiled detectives van Raymond Chandler. De openingsgeneriek roept Saul Bass op en de titel Kiss Kiss Bang Bang verwijst naar een compilatie teksten van filmcritica Pauline Kael uit 1969, die er de essentie van cinema in zag en verklaarde de titel op haar beurt te hebben geleend van een Italiaanse filmposter. In Italië werd 007 namelijk met de naam 'Mr. Kiss Kiss Bang Bang' bedacht. Zo kunnen we nog wel even doorgaan.

Shane Blacks Kiss Kiss Bang Bang ziet eruit als een film noir uit de jaren 40 maar barst van de verwijzingen naar zowel het hedendaagse Hollywood als film- en noirklassiekers in het algemeen. Na het succes van onder meer Lethal Weapon (1987) en The Last Boy Scout (1991) en de flop van The Long Kiss Goodnight (1996) werd het behoorlijk stil rond de figuur van Shane Black. De (toen overbetaalde) scenarist trok zich terug, mediteerde, schreef en las filmscripts en trok uiteindelijk met het scenario van Kiss Kiss Bang Bang (gebaseerd op Bodies Are Where You Find Them - een roman uit 1941 van veelschrijver Brett Halliday, het pseudoniem van Davis Dresser, die als Jonny Gossamer opgevoerd wordt in de film) naar Joel Silver. Silver trok een bescheiden budget van vijftien miljoen dollar uit de lade en liet Black zijn eigen script regisseren. Het resultaat is een verrukkelijke film noir-pastiche, waarin de oneliners even raak schieten als de vuurwapens, de humor gitzwart geserveerd wordt en de antiheld dit keer eens géén eenzaat en underdog is die al dan niet door een femme fatale in de verdoemenis wordt gesleurd, en ook geen het verkeerde pad bewandelende goeierd of sympathieke slechterik, maar een stijlvolle, moderne en goed van de tongriem gesneden homo.

'This isn't good cop, bad cop. This is fag and New Yorker', vat Gay Perry (Val Kilmer) zijn tandem met Harry (Robert Downey Jr.) treffend samen.

Qua plotwendingen steekt Black Howard Hawks The Big Sleep (1946) naar de kroon, zodat je even snel naar adem happend de pedalen terug tracht te vinden. Het duo Kilmer-Downey Jr. is, net zoals het koppel Bogey-Bacall, echter dermate onderhoudend dat je al snel geen zier meer om het verhaal - over corruptie, omkoping en moord - geeft. Want dat is uiteindelijk slechts een excuus om kwistig te citeren uit een genre. Black parodieert nooit. Zijn exquise pastiche is een ode.

Extra's. Op de commentaartrack slaan Shane Black, Val Kilmer en Robert Downey Jr. elkaar gezellig om de oren met allerlei anekdoten waar wie niet bij het maken van de film betrokken was, weinig boodschap aan heeft.

Piet Goethals