'Heel wat mensen in Hollywood vinden het spul dat ik schrijf erg visueel', zei King eind jaren tachtig, zijn topdecennium. 'Het lijkt wel alsof mijn boeken bij hen komen aankloppen en smeken om in een film te worden omgezet.' Maar: 'Als ze de film maken, concentreren ze zich op het ogenblik dat het monster te voorschijn komt en met zijn klauwen begint te zwaaien. Ik denk niet dat mensen echt dáárin zijn geïnteresseerd.' Tien jaar later, in Entertainment Weekly, klonk het zo: 'Hollywood is oké. Films zijn niets meer dan public relations, rookgordijnen en spiegellabyrinten. Suikerspin, echt niets meer. Het is creatief, maar op het niveau van filmmaken biedt het niet veel meer glamour dan ritjes in elkaar steken op een kermis.'
...

'Heel wat mensen in Hollywood vinden het spul dat ik schrijf erg visueel', zei King eind jaren tachtig, zijn topdecennium. 'Het lijkt wel alsof mijn boeken bij hen komen aankloppen en smeken om in een film te worden omgezet.' Maar: 'Als ze de film maken, concentreren ze zich op het ogenblik dat het monster te voorschijn komt en met zijn klauwen begint te zwaaien. Ik denk niet dat mensen echt dáárin zijn geïnteresseerd.' Tien jaar later, in Entertainment Weekly, klonk het zo: 'Hollywood is oké. Films zijn niets meer dan public relations, rookgordijnen en spiegellabyrinten. Suikerspin, echt niets meer. Het is creatief, maar op het niveau van filmmaken biedt het niet veel meer glamour dan ritjes in elkaar steken op een kermis.' De Palma's verfilming van Kings debuutroman uit 1974 was niet alleen de eerste uit een lange reeks bioscoopadaptaties van zijn werk, maar ook een die de goedkeuring van de schrijver wegdroeg. De film was zelfs een meerwaarde: 'Neem nu het einde: haar hand komt uit het graf en het publiek vliegt tegen het plafond. Dat kun je in een boek ook doen, maar het effect is niet te vergelijken.' In 1999 zei hij nog: 'Een uitstekende film. Zelfs ik vond hem echt angstaanjagend. Ik wou van bij het begin dat Brian De Palma regisseerde, en ik was helemaal weg van zijn gebruik van split screen. Ik was ook onder de indruk van de weelderige fotografie. Het zag er niet uit als een horrorprent. Dat is zeker een van de redenen waarom hij volgens mij geslaagd was.' De tweede grote adaptatie, een absoluut meesterwerk. Het is overigens een ietwat gedateerd verhaal dat King niet opgezet was met Kubricks behandeling. In 1999 zei hij: 'Ik kan en zal niets meer zeggen over The Shining. Ik maakte een afspraak met Stanley Kubrick dat het gedaan was. Stan is dood, dus die drempel steek ik nooit over.' Het was echter ooit anders. Kings afkeuring gold vooral de casting van Nicholson als Jack Torrance: 'Zodra Jack op het scherm verschijnt, denk je: Die vent is krankzinnig.' En: 'Iedereen die wel eens een griezelfilm zag, kan voorspellen wat er gaat gebeuren. The Shining is als een mooie auto - maar dan zonder motor erin.' King verscheen als acteur voor het eerst in Romero's hilarische Knightriders, maar ging een creatieve alliantie aan met zijn vriend en geestesgenoot voor deze episodefilm, geïnspireerd door de E.C. Comics uit de fifties. King schreef het script en tekende ook voor twee van de verhalen: The Crate en Weeds. Hij beschouwde het resultaat als een van de beste King-verfilmingen. Teagues shocker over een dolle sint-bernard is een van Kings favorieten: 'Was er weg van. Echt een heerlijke film. Dee Wallace verdiende een oscar voor haar acteerwerk en Jan De Bont, fotografieleider, mocht er wat mij betreft eentje hebben voor zijn camerawerk.' Voor één keer zijn de rollen omgekeerd: King was erg in zijn nopjes over de film, maar de regisseur zelf niet. Het waren precies de bovennatuurlijke King-elementen die Cronenberg als vreemd aan zijn eigen creatieve geest zag. Zijn aandacht voor de psyche van de paranormaal begaafde Johnny Smith - een briljante Christopher Walken - was een artistieke noodzaak, maar ook een voorwaarde voor Kings bewondering. De film werd geproduceerd door Dino de Laurentiis, die in de jaren tachtig voor de keerzijde van het King-fenomeen zorgde: barslechte verfilmingen, zoals Firestarter (1984), Silver Bullet (1985) - beide door King verguisd - en Cat's Eye (1985). Ook Kings eigen regiedebuut Maximum Overdrive (1986) past in die rij. Gebaseerd op de novelle The Body. Niet bepaald Kings hartendief: 'Het script volgde zo nauwlettend het boek dat ik dacht dat de film nooit zou worden gemaakt. Toen ik het las, schoot ik zelfs in de lach. Omdat alles uit het verhaal erin zat, de wedstrijd taart eten incluis. Wat ik me het best herinner, is de heldere en frisse soundtrack. Nu zijn we het gewoon dat films over de fifties heel wat fifties-muziek gebruiken om onze aandacht erbij te houden, maar toen was dat een behoorlijk nieuwe techniek.' 'Kathy Bates was schitterend, maar de rest - de James Caan-helft - ontgoochelde, en niet omdat ik niet van Caan hou. De roman Misery ging over hoe schrijvers en mensen met verbeelding kunnen leven, zelfs in ellendige fysieke omstandigheden. Ze gebruiken hun verbeelding als een grot waarin ze kunnen schuilen. In de film was het schrijversleven geen deel van de verbeelding. Caans personage was vlak.' King spande met succes een rechtszaak in om voor de videorelease zijn naam te laten verwijderen van deze hoogst bizarre virtual reality-film die naar verluidt zou zijn gebaseerd op een kortverhaal van King, maar iets helemaal anders deed. Voor King was het duidelijk dat de makers op zijn faam wilden parasiteren. Stephen King heeft iets met regisseur Frank Darabont. Hij is volgens hem 'een van de vier of vijf kerels die in Hollywood weten wat ze aan het doen zijn'. Zijn dertig minuten durende bewerking uit 1983 van het gelijknamige kortverhaal The Woman in the Room uit 1978 leverde hem het fiat van de horrorpaus op voor een eerste bioscoopadaptatie, The Shaw-shank Redemption. Daarna zou nog The Green Mile volgen (naar de uit zes serienovellen bestaande roman uit 1996), en nu staat ook nog The Mist op het programma, naar het gelijknamige verhaal uit 1980. Maar King heeft ook kritiek voor Shawshank, gebaseerd op het kortverhaal Rita Hayworth and the Shawshank Redemption uit 1982. 'Net als bij Stand By Me dacht ik bij het lezen van het script dat er te veel gebabbel voor zijn eigen goed in stak. Te veel dialogen, te veel slimme dialogen. Heel wat zaken werden aangesneden die de dood voor films betekenen, bewegingsredenen en motivaties. In een horrorfilm is de motivatie het mooie, promiscue blonde meisje uit het eerste kwartier. Het is het eerste element dat verdwijnt. We willen autoachtervolgingen en seks. Films als deze, intelligente films, hebben het best hard.' Door Ruben Nollet