Ik teken mezelf niet graag, en ik ben er nooit echt goed in geweest. Vandaar dat ik mijn gezicht helemaal uit elkaar haalde voor dit zelfportret, en alleen mijn zwarte trui overhield. Vroeger, toen ik modeltekenen had op de kunstacademie, probeerde ik me er ook altijd met een grap van af te maken. Dan tekende ik alleen een stoel met een onderschrift - 'Model even naar toilet'. Of ik maakte er iets heel kubistisch van - 'Model onder invloed van drugs'. Mensen gelijkend tekenen, dat is nooit aan mij besteed geweest. Je moet je ...

Ik teken mezelf niet graag, en ik ben er nooit echt goed in geweest. Vandaar dat ik mijn gezicht helemaal uit elkaar haalde voor dit zelfportret, en alleen mijn zwarte trui overhield. Vroeger, toen ik modeltekenen had op de kunstacademie, probeerde ik me er ook altijd met een grap van af te maken. Dan tekende ik alleen een stoel met een onderschrift - 'Model even naar toilet'. Of ik maakte er iets heel kubistisch van - 'Model onder invloed van drugs'. Mensen gelijkend tekenen, dat is nooit aan mij besteed geweest. Je moet je eigen beperkingen kennen, vind ik. En er rekening mee durven te houden. Van beperkingen gesproken: ik ben kleurenblind. Mengelingen van grijs, en paars, en bruin, leveren bijvoorbeeld problemen op. Mijn vader, een kunstschilder, ontdekte het toen ik als kind een boom helemaal grijs gekleurd had, en koppig bleef volhouden dat het bruin was. Maar gelukkig voel ik wel kleuren, en merk ik meteen of ze vloeken of niet. Uderzo, de tekenaar van Asterix, is die ook niet kleurenblind? 'Tiki en De Flikkers', dat was mijn eerste strip. 'De flikkers' waren ruimtewezens, voor alle duidelijkheid. En ik kon als zevenjarige striptekenaar maar niet begrijpen waarom iedereen dat zo grappig vond. Ik was geen sporter of voetballer, maar dankzij mijn tekeningen kreeg ik toch altijd een groot deel van de klas op mijn hand. 'Kim let niet goed op', stond er dan in mijn rapport. Of: 'Kim zit met zijn gedachten elders.' Terwijl: ik zat gewoon de hele tijd te tekenen, als oefening voor later. De grijns van 'mijn mond', hier, die heb ik naar het schijnt altijd als ik zit te tekenen. Het blijft nog altijd het allerliefste wat ik doe, zelfs na 39 jaar. De 'Aan/Uit'-knop, die heb ik heel bewust in mijn 'zelfportret' gestopt. Het verlangen om mezelf af en toe eens uit te kunnen zetten, al was het maar voor vijf minuten. Ik ben enthousiast op het vermoeiende af. Zelfs voor mezelf. Ik praat snel, doe veel en ben constant met duizend en één dingen bezig. En dan nog heb ik het gevoel dat ik dringend zou moeten beginnen schilderen. Een toneelstuk schrijven. Een plaat opnemen. En een nieuwe strip tekenen. Ik ben zo'n mens voor wie het leven hoe dan ook veel te kort zal zijn. Maar beter dat dan te lang, zeker? Striptekenaar, cartoonist, illustrator en gelegenheidsdeejay Kim Duchateau (39) heeft sinds vorig jaar een Bronzen Adhemar op de schouw staan. U kent hem van zijn cartoons in 'De Morgen', van Esther Verkest, 'de fataalste vrouw van de negende kunst', en misschien ook van 'Er was geenszins', een sprookjesboek voor volwassenen. Onlangs verscheen ook 'Aldegonne' van zijn hand, een strip waarin allerlei zeer wrede dingen gebeuren met een meisje van acht. Alle info: www.kimkrampen.be Opgetekend door Wouter Van Driessche