Patrick Brion, Editions de La Martinière, 576 blz., euro 47,30
...

Patrick Brion, Editions de La Martinière, 576 blz., euro 47,30 Philippe Azoury en Jean-Marc Lalanne, Cahiers du Cinéma/Centre Pompidou, 192 blz., euro 33,25 Life Books, 128 blz., euro 32, 50 Robert Heide, John Gilman, Monique Peterson, Patrick White, Disney Editions, 192 blz., euro 23,95 John Boorman, Faber and Faber, 314 blz., euro 33,15 Wim Wenders, Schirmer Art Books, 128 blz., euro 36,30 Paris musées, 240 blz., euro 34 Edward Buscone, Phaidon, 512 blz., euro 69, 95 Jürgen Müller, Taschen, 864 en 800 blz., euro 29,99 Paul Duncan, Taschen, 192 blz., euro 14,99 Chris Wiegand, Taschen, 192 blz., euro 14,99 Tony Nourmand & Graham Marsh, Snoek, 160 blz., euro 28,00 The Pythons, Orion, 360 blz., euro 42,50 Pimm Jal De La Parra, Omnibus Press, 270 blz. Janie L. Hendrix (samenstelster), Omnibus Press, 184 blz., euro 27,70 Barnaby Legg, Jim McCarthy en Flameboy, Omnibus Press, euro 14,60 Merri Cyr, Omnibus Press, euro 24,80 Anton Corbijn, Schirmer Art Books, 320 blz., euro 24,00 Helmut Newton, Schirmer Art Books, 112 blz. Annie Leibovitz, Random House, 264 blz., euro 52,50 In dezelfde collectie wijdde Patrick Brion ook al een dikke turf aan Alfred Hitchcock, Clint Eastwood en John Ford. Zijn lijvige volume over John Huston heeft dezelfde kwaliteiten en gebreken: Brion herkauwt zorgvuldig alle feiten en clichés over het oeuvre en de persoon van John Huston zonder enig nieuw of verrassend inzicht aan te brengen; zijn zogeheten ' analyse critique'beperkt zich tot het schools opdraven van de productieomstandigheden. Maar ook nu weer wordt veel goedgemaakt door de rijkdom van de iconografie, met honderden pagina's setfoto's, fotogrammen uit alle films van Huston (van The Maltese Falcon tot The Dead), affiches, decors en kostuumontwerpen. Alleen al het doorbladeren van deze schat aan visuele documenten openbaart de ontzaglijke verscheidenheid in het werk van Huston. Terwijl Brions vorige studieobjecten een vastomlijnde wereld voor de lens brengen, waar ze dan voortdurend variaties op spinnen, knalt Hustons expansieve, niet in één genre te vangen persoonlijkheid zo van de hoogglanzende pagina's. In het kader van de teleurstellende tentoonstelling Cocteau sur le fil du siècle in het Centre Pompidou bundelden de hoofdredacteur van de Cahiers en de filmrecensent van Libé hun krachten, voor deze hoogdravende, maar bij vlagen onthullende ontdekkingstocht door het hautain anachronistisch filmwerk van de duizendkunstenaar. Het beste hoofdstuk van hun schitterend geïllustreerd boek is gewijd aan de 'enfants terribles' van Cocteau, de uiteenlopende regisseurs in wie de geest en de poëzie van deze 'incontestable parrain du cinéma clandestin' (het ontbreekt de scribenten zeker niet aan lyrische formules) verder leeft: Lynch, de Wachovski Brothers, Almodovar, Ruiz en Carax. Het Amerikaanse weekblad Life droeg tijdens zijn hoogdagen in hoge mate bij tot het creëren en bestendigen van het glamourimago van de Californische droomfabriek. Er zit weinig of geen lijn in de hier bijeengebrachte portretten en setfoto's van Life-fotografen, met willekeurige hoofdstukjes over het oscarcircus, het make-uptalent van de Westmore-clan, de verhuizing van roddelkoningin Hedda Hopper, en een beschouwing van ex- Life-fotograaf Gordon Parks, de eerste zwarte regisseur van een grote studioproductie. De plaatjes zelf zijn natuurlijk om van te snoepen. De muis op wie Walt Disney zijn imperium bouwde (maar die hij zelf niet kon tekenen) bestaat precies 75 jaar en evolueerde in die tijd van schraal cartoonfiguurtje tot superster, van Jazz Age-scherts tot poparticoon. De auteurs brengen terecht hulde aan de geniale Ub Iwerks, die in grote mate verantwoordelijk was voor Mickey's adembenemend simpele design (hoe hij ook wordt uitgebeeld, telkens vormen zijn kop en twee oren drie perfecte cirkels), en loodsen ons via een driehonderdtal afbeeldingen ook door alle metamorfosen die de beroemdste muis ter wereld onderging, van de hoogste artistieke verfijning tot de platste commercialisering. Nee, Adventures of a Suburban Boy, is niet de titel van een song van The Pet Shop Boys, maar vat de verbazing samen van een jongen die in de jaren veertig-vijftig een typische benepen Engelse jeugd kent, na zijn katholieke schooljaren en een eerste baan in de stomerijbusiness, zijn grote kans krijgt tijdens de 'goudkoorts' van de Britse televisie in de jaren zestig, in zijn bioscoopdebuut Catch Us If You Can popsterren (The Dave Clark Five) voor de camera brengt en in zijn latere films in Engeland, Ierland, Hollywood en overal ter wereld waar zijn visionaire projecten hem heen leiden, met grote sterren werkt als Lee Marvin, Sean Connery, Jon Voight, Richard Burton, Marcello Mastroianni en Toshiro Mifune. John Boorman schetst in zijn opmerkelijke memoires scherpe portretten van deze sterren, maar ook van producers (Lew Grade) en schrijvers (James Dickey). Bovenal beschrijft Boorman lucide en sarcastisch zijn titanenstrijd om projecten gefinancierd te krijgen, terwijl hij zijn vak definieert als 'inventing impossible dreams and failing to solve them'. Een van deze - voor hem - onopgeloste dromen was zijn verfilming van The Lord of the Rings voor United Artists begin jaren zeventig, een project dat keer op keer in duigen viel. Maar de innoverende special effects-technieken die hij speciaal voor dit project liet ontwerpen, kwamen hem later van pas voor The Heretic, Zardoz en Excalibur. De grootschalige panoramische foto's die Wim Wenders maakt van lege landschappen en geabstraheerde mensen en gebouwen stralen een even intense verveling uit als zijn films en er zit nauwelijks minder beweging in. Wenders zegt dat hij de twee - films maken en foto's nemen - nooit mengt, voor ons een reden om enthousiast te duimen voor zijn carrière als fotograaf. Het mag helaas niet zijn: Wenders is alweer een nieuwe film aan het draaien, met als voorlopige titel (en we verzinnen dit echt niet): Angst and Alienation in America.Volgens Billy Wilder was Marlene Dietrich diep vanbinnen een echte Duitse Hausfrau, die maar gelukkig was als ze op haar knieën vloeren zat te schrobben. Gelukkig valt daar in deze fraai uitgegeven catalogus bij een recente tentoonstelling in het Parijse Musée Galliera niet veel van te merken. Vereeuwigd door 's werelds grootste fotografen, is Marlene uitgedost in de meest geraffineerde en uitzinnige outfits (die ook in de tentoonstelling en in het boek apart werden geëtaleerd), met slechts één ding gemeenschappelijk: dat ze totaal ongeschikt zijn voor huiselijke taken. Gewicht, formaat en illustraties (meer dan zeshonderd kleurenfoto's) laten er geen twijfel over bestaan dat dit een echt koffietafelboek is, maar dan wel eentje waar je ook in kunt lezen. Edward Buscone (lang verbonden aan het British Film Institute) raast in sneltreinvaart door de afgelopen dertig jaar van de film: Hollywood neemt een flinke hap uit het boek, maar er wordt ook halt gehouden bij filmcentra in Oost-Europa, het verre Oosten, Latijns-Amerika en Afrika en zowel trends als nieuwe technologieën worden gesignaleerd. Diepgravend kun je Cinema Today niet noemen, maar het is wel een sightseeingtrip door de hedendaagse film die smaakt naar meer. Na enkele geïsoleerde filmuitgaven, startte Taschen ook twee filmboekencollecties. De formule van Films van de jaren negentig / Films van de jaren tachtig (binnenkort verschijnt Films van de jaren zeventig) is eenvoudig: een chronologisch overzicht van een 120 titels die het decennium hebben bepaald, met bij elke film synopsis, trivia, korte beschouwing, lijst van cast & crew en vooral veel foto's. Tegelijkertijd lanceert Taschen ook een reeks monografieën van beroemde filmmakers. Van de eerste lading regisseurs (binnenkort verschijnt ook Billy Wilder) zijn vast betere studies verschenen, maar dankzij de schitterende illustraties zie je zo de beeldende kracht van Hitchcock, Kubrick en Fellini tot leven komen. Smakeloos en schunnig, maar ook grappig en fascinerend: X-Rated is het nieuwe verzamelboek van Tony Nourmand en Graham Marsh, die ook al collecties van Bond- en Hitchcock-posters en Blue Note-covers hebben gemaakt (om maar te zeggen dat het geen vieze oude mannetjes zijn). Ditmaal zijn ze gaan graven in de pornofilms van de jaren zestig en zeventig, op zoek naar pareltjes van de slechte smaak. De posters zijn grappig ( Jane Bond), bizar ( Sex Rituals Of The Occult), bevatten soms leuke taalvondsten ( Afternoon Tease belooft 'a brisk brouhaha of bawdy broads and benevolent bachelors'), en zijn vaak ook gewoon mooi, dankzij hun jaren-zestig-amateurisme. Maar goed: om de vrede in de familie te bewaren, geeft u dit misschien beter onder vier ogen, in plaats van onder de kerstboom te leggen. Op de binnenflap van Autobiography by the Pythons vertelt Monty Python hemzelve - 'an unscrupulous, untrustworthy and frankly slimy theatrical agent' - hoe en waarom dit boek tot stand is gekomen: in een hilarische paragraaf worden alle leden van Monty Python te kakken gezet, en moeten vooral hun carrières achteraf het ontgelden. Het was te verwachten dat een autobiografie van de Pythons niet alledaags zou worden, en de onnavolgbare humor van het zestal komieken achter Monty Python's Flying Circus bepaalt dan ook de sfeer van dit boek. Dat Autobiography by the Pythons ondanks alle waanzin in de eerste plaats een uiterst leesbaar boek is, waarin het verhaal achter wellicht de meest invloedrijke groep humoristen ooit op een meeslepende manier wordt verteld, is misschien verrassender. Het relaas van de vijf overlevende Pythons (John Cleese, Eric Idle, Michael Palin, Terry Jones en Terry Gilliam) wordt aangevuld met stukken uit de autobiografie van de overleden Graham Chapman, interviews met diens familie, en citaten uit de dagboeken van Palin en Jones. Hoewel de nadruk op het werk van de zes ligt en niet op hun afzonderlijke persoonlijkheden, krijg je tussen de regels ook een beeld van de dynamiek van de groep, de ruzies en de spanningen. Op de voorlaatste pagina is John Cleese trouwens verrassend nuchter over de invloed van Monty Python. 'Python certainly changed comedy, but in a rather negative way', zegt hij. 'Because instead of people taking our stuff to the next stage, they avoided it. So it had a rather disappointing effect, which was to close off an avenue for a particular type of humour û and I'm surprised that that's the way it happened.' Weinigen zullen het met Cleese eens zijn, vooral nu de erfenis van Python met dit boek zo'n schitterende hommage krijgt. Natuurlijk stel je je vragen bij de geestelijke gezondheid van de samensteller van dit boek. Alle concerten van U2 verzamelen - van het prille begin in Dublin tot aan, met deze herziene editie, de Elevation Tour uit 2001-2002 -, daarvoor moet je toch een beetje gek zijn. Vooral als je bij ieder concert (en daar zitten ook radiosessies en onaangekondigde gigs bij!) alle praktische info, de gespeelde covers en wat anekdotes vermeldt. Maar los daarvan is dit een heerlijk boek voor de fan, omdat het de sfeer van een U2-concert perfect weergeeft en ook massa's achtergrondinformatie over de groep bevat. Om nog maar te zwijgen van de vele zeldzame foto's. Kortom: bewonderenswaardig en interessant. Wereldberoemde muzikanten die op jonge leeftijd op een tragische manier aan hun einde kwamen, het is een onuitputtelijke bron van inkomsten voor uitgevers. Ruim drie decennia na de dood van Jimi Hendrix verschijnt nu een boek waarin zijn stiefzuster Janie zijn teksten heeft verzameld. Big deal, zult u denken, die kunnen we op internet ook vinden, maar dankzij de persoonlijke aanpak is dit werk toch speciaal: we krijgen immers ook de kladjes te zien, de papiertjes waarop Hendrix zijn invallen opschreef, en zo zie je de lyrics als het ware ontstaan onder je ogen. Erg mooi uitgegeven, en ook leerzaam, zeker als u nog steeds denkt dat Hendrix in Purple Haze 'scuse me while I kiss this guy' zingt. Ook met boeken over gevallen engel Kurt Cobain kun je langzaamaan een hele bibliotheek vullen. Na de flink gehypete dagboeken vorig jaar verschijnt er ditmaal een strip over zijn leven. De twee schrijvers en de tekenaar verbeelden Cobains moeilijke jeugd, zijn problemen met het succes en zijn langzame val op een heel impressionistische manier, door bijvoorbeeld Cobains gedachten en nachtmerries te laten zien, en door te spelen met kleuren (zijn jeugd is idyllisch helder, naar het einde toe wordt alles donker). Voor de fan. Tot slot is er ook nog A Wished-For Song, een portret van Jeff Buckley, de meest tragische aller rockdoden, want stomweg verdronken in de Mississippi. Fotografe en journaliste Merri Cyr schetst aan de hand van foto's en interviews met mensen uit Buckleys omgeving (zijn moeder ontbreekt echter, vreemd genoeg) een intimistisch beeld van Buckley, dat helemaal overeenkomt met zijn dromerige imago. In 1972 nam de schuchtere Nederlander Anton Corbijn zijn fototoestel mee naar een rockconcert, zodat hij dichter bij de muzikanten kon komen en tegelijk afstand kon bewaren. Dertig jaar later is hij een van de bekendste rockfotografen ter wereld. Hoewel Corbijn nu bijna dagelijks met de grootste sterren in contact komt, heeft hij in zijn foto's die mengeling van afstandelijkheid en bewondering uit zijn begindagen bewaard, zodat zijn portretten tegelijk gekunsteld en spontaan tonen. In Everybody Hurts, de catalogus bij de gelijknamige tentoonstelling, zijn 147 van Corbijns foto's verzameld, uit de voorbije dertig jaar. Met zijn foto's van de mooie, succesvolle en rijke jetsetters van deze planeet werd Helmut Newton wereldberoemd. Door het vele naakt is hij vaak een pornograaf genoemd, maar de mengeling van erotiek, elegantie en luxueuze decadentie zorgt ervoor dat zijn werk nooit platvloers wordt. Private Property verzamelt 45 van Newtons beste foto's, samen met What Newton's 'Pornography' means, een schitterend essay over de man en zijn werk. Sinds 1973 is Annie Leibovitz fotografe voor het muziektijdschrift Rolling Stone. American Music is een verzameling van foto's die ze (hoofdzakelijk) maakte tussen 1999 en 2002. Een prachtig kijkboek, aangevuld met korte biografieën van de muzikanten en enkele essays. Door Patrick Duynslaegher en Stefaan Werbrouck