Haar eerste album Hands in Our Names (2017) maakte ze in de woestijn van New Mexico, en ook voor dit vervolg dompelde Karima Walker zich onder in de weidse wildernis van de Southw...

Haar eerste album Hands in Our Names (2017) maakte ze in de woestijn van New Mexico, en ook voor dit vervolg dompelde Karima Walker zich onder in de weidse wildernis van de Southwest. Die slokte ze zoveel mogelijk op in haar geïmproviseerde studio, waarna ze aan het vertimmeren, verdraaien en binnenstebuiten keren sloeg. En aan het zingen, in lieflijk timbre, in laagjes over elkaar, terwijl de naden tussen binnen- en buitenwereld onzichtbaar werden. Wind, piano, kabbelende beekjes, gitaar, synths: ze vormen samen een amalgaam van ambient en harmonieuze fluistertoonfolk, niet zelden fluctuerend in één en dezelfde song. Raakpunten zijn er met Sigur Rós en Juana Molina, maar de microkosmos van Walker waarin groot wordt verkleind en klein aanzwelt tot epische proporties is vooral algeheel de hare.