Jonny Greenwood (39) mag de voorbije twintig jaar dan een kloeke reputatie hebben bijeengespeeld als de gitaargesel van Radiohead, wie de hoesnota's van platen als OK Computer, Kid A of het recent uitgebrachte The King of Limbs uitvlooit, zal merken dat de Britse artrocker ook piano, synthesizers, xylofoon, harmonica, drums, cello en god weet welke andere instrumenten bespeelt.
...

Jonny Greenwood (39) mag de voorbije twintig jaar dan een kloeke reputatie hebben bijeengespeeld als de gitaargesel van Radiohead, wie de hoesnota's van platen als OK Computer, Kid A of het recent uitgebrachte The King of Limbs uitvlooit, zal merken dat de Britse artrocker ook piano, synthesizers, xylofoon, harmonica, drums, cello en god weet welke andere instrumenten bespeelt. Die veelzijdigheid komt Greenwood handig van pas als filmcomponist - een emplooi waar hij zich de jongste jaren steeds nadrukkelijker op toelegt. Hoewel hij door Rolling Stone in de top 100 van meest invloedrijke gitaristen werd gedropt, hoor je op zijn soundtracks vooral strijkers, blazers en andere klassieke instrumenten, in melodieën gaande van intieme riedels tot hyperagressieve geluidsexplosies. Voeg daar nog zijn voorkeur voor de avant-gardegoeroes van Can en de modernistische componisten Olivier Messiaen en Krzysztof Penderecki aan toe en je begrijpt dat Greenwoods filmmuziek niet meteen op een blockbuster van Michael Bay zal worden geplakt. Zijn eerste score voor Simon Pummells poëtische documentaire Bodysong (2003) bleef nog grotendeels onder de radar, maar zijn tweede exploot werd bedolven onder de superlatieven. Dat was die voor Paul Thomas Andersons magistrale olie-epos There Will Be Blood uit 2007, dat Greenwood rijkelijk drenkte in massieve, dissonante strijkers met een dreigend, donker en zowel met een Grammy als een Baftanominatie bekroond resultaat. Zijn jongste score, die voor de Haruki Murakamiverfilming Norwegian Wood, klinkt helemaal anders. Op vraag van regisseur Tran Anh Hung houdt Greenwood het teder, intiem en zowaar melodieus, met akoestische gitaren en smachtende strijkers ingespeeld door het BBC Concert Orchestra en The Emperor Quartet. Die aanpak past niet alleen bij de Beatlesballade waarnaar de titel verwijst, maar ook bij Murakami's melancholische sixtieskroniek over de driehoeksrelatie tussen drie studenten aan de unief van Tokio. Een gesprek met de veelzijdige snarenplukker van Radiohead die ondertussen ook al een vierde film scoorde: het straks voor Cannes voorziene We Need to Talk About Kevin van Ratcatcher-regisseuse Lynne Ramsay. Jonny Greenwood: Tran Anh Hung vroeg me of ik geen score wilde schrijven en ik antwoordde 'Neen, ik heb geen tijd. Ik ben bezig met de nieuwe plaat van Radiohead.' Daarop begon ik toch wat ideetjes uit te werken zonder de film gezien of het script gelezen te hebben. Puur uit interesse. En toen vroeg Hung het me nóg een keer. Hij wilde van geen wijken weten en zijn enthousiasme werkte aanstekelijk. Hij bleek ook een fan van There Will Be Blood. Kennelijk was hij op zoek naar eenzelfde mix van liefelijkheid en dreiging, van licht en duisternis. Greenwood: Neen, hoewel hij in zijn tweede film Cyclo Creep heeft gebruikt. Zijn debuut The Scent of Green Papaya heb ik pas onlangs op dvd gezien - twee prachtfilms trouwens. Ik had wel Murakami's boek gelezen, wat aanvankelijk mijn enige inspiratiebron was. Al heeft geen enkel van mijn eerste stukjes uiteindelijk de film gehaald. Greenwood: Er zitten scènes in het boek waarin Reiko, een van de hoofdpersonages, gitaarles geeft. Ik vroeg me af welke muziek ze speelde en daaruit zijn de eerste ideeën voortgevloeid. Eigenlijk zijn de beelden maar bijkomstig. Ik vertrek liever vanuit discussies met de regisseur. Gelukkig had Hung heel wat rare en specifieke suggesties. Hij vond het belangrijk dat de muziek verwarrende emoties opriep omdat de personages nog niet echt volwassen zijn. Op andere momenten liet hij close-ups zien en zei hij: 'Nu moet je muziek schrijven die bij deze gelaatsuitdrukking past.' De meeste regisseurs geven aanwijzingen in de trant van: 'Een snel stuk hier, daar wat dreiging en vervolgens een emotionele climax.' Het is altijd dankbaar om te vertrekken vanuit een concreet beeld of idee. Paul Thomas Anderson werkte ook zo. Bovendien zijn het allebei regisseurs die niet alles met geluid dichtplamuren, maar hun films ruimte geven om te ademen. Greenwood: Mijn favoriete soundtrack is die van The Comedians, een Graham Greeneverfilming met Richard Burton en Liz Taylor die zich in Haïti afspeelt. Toch laat ik me meer inspireren door de manier waarop klassieke muziek in film wordt gebruikt, zoals Penderecki in The Shining of Ligeti in A Space Odyssey. Met beelden erbij krijgt die muziek plots een heel andere betekenis. Greenwood: Deels wel. Toen ik zeven jaar geleden begon, viel me op hoe goed filmmuziek vaak is. Ik wist wel dat Ennio Morricone en John Barry een aardig deuntje konden verzinnen, maar zelfs de onnozelste films hebben vaak prima soundtracks. Ook het feit dat stukjes van hooguit twee minuten op zichzelf kunnen staan en een heel universum oproepen, sprak me enorm aan. Toen ik de platen van Francis Lai (de Franse componist van onder meer 'Un homme et une femme' en 'Love Story'; nvdr.) begon te verzamelen, wist ik: 'Dit wil ik ook ooit eens proberen.' Greenwood: Door zo vaak met klassiek bezig te zijn, leer ik de gitaar opnieuw appreciëren. Het is bijna een nieuw instrument voor mij als ik met Radiohead de studio induik. We gebruiken ook vaker violen of soms zelfs een heel orkest. Vroeger waren we bang van echte muzikanten. We zijn zelf niet klassiek geschoold en popsongs schrijf je niet op papier. Het is een totaal andere wereld. Nu vinden we die aanpak een verademing. Op The King of Limbs hoor je trompetten en strijkers, en in de toekomst komen daar zeker nog andere klassieke instrumenten bij. Greenwood: Absoluut. Maar je bent aan het verkeerde adres als je denkt dat ik binnen Radiohead de lastige man ben. (Lacht) Thom is de perfectionist. Als het aan mij lag, maakten we elk jaar een plaat. Maar misschien is het goed dat Thom zo lang wikt en weegt. Onze platen worden er niet slechter van. Greenwood: Meestal geeft Thom de voorzet: hij schrijft de tekst of een halve song en dan vult de rest die aan. Vervolgens wordt alles opnieuw uit elkaar gehaald, vullen we zijn song anders in en voor we het weten, is het jaar rond. Radiohead is als de Verenigde Naties met Thom als China. (Lacht) Greenwood: Omdat het spannend en chaotisch blijft. We hebben nog altijd geen idee wat we precies willen. Dat amateurisme houdt ons onbevangen en nieuwsgierig. Ik zou het vreselijk vinden om vooraf te weten hoe de plaat precies zal klinken en in welke stadions we daarna zullen spelen. Greenwood: Ik zie er mezelf geen drie of vier per jaar schrijven, dat klopt. Maar het blijft verfrissend om een deadline te hebben, een begrip waarvan Radiohead nog nooit gehoord heeft. Greenwood: Het is een verleidelijke gedachte. Popmuziek heeft echt wel haar beperkingen. Ik heb geleerd dat geen enkele opname perfect is - hoelang je er ook aan sleutelt. De belevenis is belangrijker dan het geluid. Je moet samen met andere muzikanten in dezelfde kamer staan. De betrokkenheid bij klassiek is verslavend, zeker als je gewoon bent een jaar lang in een studio met samples of gitaren te klooien. Jammer is dat klassiek zo moeilijk is en ik niet voldoende theoretische kennis heb. Greenwood: Klopt, maar dat zijn vaak niet de interessantste. Ik geloof niet in idiots savants, of in het cliché dat ongetrainde muzikanten boeiendere dingen doen omdat de techniek hen niet in de weg zit. Hoe meer je weet, hoe meer je kunt vergeten en hoe vrijer je bent. De lessen melodie en harmonie die ik gekregen heb, hebben me veel geholpen. Greenwood: Absoluut. Ik wilde sixtiesliedjes die pasten, maar niet al te bekend waren. Niets van The Doors of The Beach Boys dus. Als ik mijn favoriete sixtiessoundtrack zou mogen samenstellen, zou er trouwens veel van Can, Neu!, Kraftwerk en andere krautrockgroepen op staan. Dat zijn bands uit de jaren 70, maar zo goed vind ik ze. (Lacht) Greenwood: Neen. Het was tenminste een evenement waarover gepraat werd. Iedereen die de plaat heeft gedownload, heeft even nagedacht over wat muziek hem waard is en over hoe muziek in de toekomst aan de man moet worden gebracht. Greenwood: Geen nieuwe platen, wel platen die ik al heb op vinyl en waarvan ik een back-up op mijn computer wil. Kijk. Het is en blijft een moeilijke discussie, maar kids kopen gewoon geen cd's meer. Studenten nemen hun laptop mee naar de unief en pleuren hun harde schijf vol met muziek. Er is in de omtrek geen cd-speler te zien. Het medium heeft zijn beste tijd gehad. Of er überhaupt nog een toekomst is voor betalende muziek, weet ik niet en de platenfirma's kunnen dat evenmin voorspellen. Alle ideeën zijn welkom. DOOR DAVE MESTDACH'Popmuziek heeft haar beperkingen. De betrokkenheid bij klassiek is echt verslavend.'