De voortekenen waren niet erg gunstig toen John Huston in 1987 op de set van The Dead stond. Niet alleen ging het scenario naar een kortverhaal van James Joyce over dood, rouw en herinneringen, Hustons gezondheid ging heel snel achteruit. De terminale longpatiënt hing aan een zuurstoftank en kon nog net door de lens van de camera kijken vanuit zijn rolstoel. Regieaanwijzingen gaf hij per microfoon, de opnames volgde hij via een monitor.
...

De voortekenen waren niet erg gunstig toen John Huston in 1987 op de set van The Dead stond. Niet alleen ging het scenario naar een kortverhaal van James Joyce over dood, rouw en herinneringen, Hustons gezondheid ging heel snel achteruit. De terminale longpatiënt hing aan een zuurstoftank en kon nog net door de lens van de camera kijken vanuit zijn rolstoel. Regieaanwijzingen gaf hij per microfoon, de opnames volgde hij via een monitor. Voor zijn crew leken de draaidagen een vooruitgeschoven begrafenis. Hustons zoon Tony leidde als scenarist de opnames in goede banen en dochter Anjelica speelde de hoofdrol van haar leven. In de coulissen stond zelfs continu een reserveregisseur klaar, voor het geval Huston ter plekke zou sneuvelen. En toch slaagde Huston erin met zijn laatste krachten de montage te volgen. Uiteindelijk stierf hij pas daags voor de première op het Filmfestival van Venetië. Daarmee hield Huston het een pak langer uit dan dokters hadden gedacht. Op twintig jaar tijd hadden ze de arme man al drie keer terminaal verklaard. Dat hij tegen het advies van de artsen in de laatste jaren van zijn leven liever in zijn Mexicaanse junglehut in Puerto Vallarta doorbracht, ver weg van ambulances en ziekenhuizen, kun je hem dan ook niet echt kwalijk namen. Een spoedopname leek hem toch niet opportuun: bijna veertig jaar eerder stierf zijn vader, de acteur Walter Huston, wachtend op een ziekenwagen in het Beverly Hills Hotel in Los Angeles. Misschien wat tegen de verwachtingen in, heeft Huston The Dead niet in zeven haasten willen afwerken. De regisseur nam op de set alle tijd: hij draaide zes dagen op zeven en pauzeerde elke zondag om poker te spelen met de crew. De enige toegeving die hij deed, was de locatie. Eigenlijk had hij de film in Ierland willen draaien, waar het verhaal zich afspeelt, maar wegens zijn ziekte werd de set op een ranch in L.A. na-gebouwd. Sneu voor Huston, die geschiedenis schreef als de eerste Hollywoodregisseur die systematisch op verre locaties draaide. Het was niet de enige keer dat hij pionierswerk verrichte. Zijn debuutfilm The Maltese Falcon uit 1941 ging de annalen in als 'de eerste film noir' en 'de beste detective ooit'. Ook op de Academy Awards schreef hij samen met de rest van zijn gezin filmgeschiedenis. Huston castte immers zijn vader Walter in The Treasure of the Sierra Madre (1948) en zijn dochter Anjelica in Prizzi's Honor (1985), waarmee hij hen alle twee een Oscar cadeau deed. Aangezien John zelf ook enkele beeldjes binnenrijfde, werden ze zo het eerste driegeslacht ooit met een Academy Award op de schouw. Ondanks zijn onmiskenbare talent, was Huston geen volbloed regisseur. Hij verdeelde zijn tijd tussen films maken, scenario's schrijven, acteren, whisky hijsen, schilderen, reizen, sigaren roken én vrouwen verslinden. Zijn vijf officiële echtgenotes beschreef hij in zijn autobiografie An Open Book als 'een onsamenhangend zootje: een schoolmeisje, een burgertrut, een actrice, een ballerina en een krokodil.' Zoon Danny, die hij bij een van zijn talloze minnaressen verwekte, gaat trouwens onherroepelijk dezelfde toer op. Hij acteert, regisseert én versleet al twee echtgenotes. Nu nog een longontsteking en een hutje in de jungle. Thijs Demeulemeester