* Wat ben je aan het lezen?

The Road van Cormac McCarthy. De schrijver overstelpt je met details en plots blaast hij je van je stoel met één zinsnede. Meesterlijk. Ook zijn No Country for Old Men is een geweldig boek: nasty, gewelddadig en mysterieus, een beetje vergelijkbaar met het werk van Thomas Harris ( The Silence of the Lambs). Ik ben ook bezig in Against the Day van Thomas Pynchon, een turf van 1100 bladzijden, qua taal bijzonder overweldigend. Even koesterde ik het plan iets te doen met het verhaal. Maar toen ik de auteur ontmoette, bleken we een passie te delen voor luchtvaartwetenschap: we lez...

The Road van Cormac McCarthy. De schrijver overstelpt je met details en plots blaast hij je van je stoel met één zinsnede. Meesterlijk. Ook zijn No Country for Old Men is een geweldig boek: nasty, gewelddadig en mysterieus, een beetje vergelijkbaar met het werk van Thomas Harris ( The Silence of the Lambs). Ik ben ook bezig in Against the Day van Thomas Pynchon, een turf van 1100 bladzijden, qua taal bijzonder overweldigend. Even koesterde ik het plan iets te doen met het verhaal. Maar toen ik de auteur ontmoette, bleken we een passie te delen voor luchtvaartwetenschap: we lezen allebei Aviation Weekly! Ons gesprek ontaarde al snel in een nerdy praatje tussen twee enthousiaste vakidioten. En van die samenwerking is niks in huis gekomen. Repetition van Alain Robbe-Grillet, een boek dat ik op ieder moment kan loslaten en terug oppikken. Het hypnotiserende verhaal gaat over de nood om te ontsnappen. Het speelt zich af net na de Tweede Wereldoorlog, maar het herinnert me altijd aan de eerste keer toen ik in New York aankwam: dat overweldigende gevoel van ontheemding. De Caprices van Paganini zijn de soundtrack van mijn kindertijd. Toen ik 16 was, heb ik geprobeerd die duivels moeilijke vioolmuziek te spelen. Anatomisch bleek het onmogelijk. Paganini fascineert me ook als mens. Tijdens een befaamd concert speelde hij zodanig bevlogen dat hij twee snaren brak. Hij heeft het concert afgewerkt op wat overschoot van zijn viool, zo gepassioneerd en virtuoos was hij. Technisch is Paganini niet te evenaren, maar toch blijft emotie in muziek voor mij belangrijker. Spaarzaam zijn is het codewoord, ook in jazz. Mensen als trompettist Wynton Marsalis hebben dat nog niet goed begrepen, vrees ik. Jazz gaat over een mood creëren, niet over zoveel mogelijk noten per minuut toeteren. Bijwijlen, al ben ik momenteel meer into klassiek. Debussy, Ravel en Satie weten me wel te raken, al is te veel van hun werk inmiddels liftmuziek geworden. John Cage blijft een legende: hij doorbrak de onaantastbaarheid van grote concertzalen door hun achtergrondlawaai als muziek te bestempelen. Zijn partituren zijn ware kunstwerken en zijn composities geniaal: heel sober, melancholisch, leeg en diepgaand. Ja, ik luister vaak naar rap, hiphop en Dirty South. Die genres zijn sociologisch veel interessanter dan pakweg singer-songwriters die hun ldvd muzikaal cultiveren. Mensen als 50 Cent en G-Unit zingen over een bling bling-wereld waarin elkaar afknallen normaal is. Dat fascineert mij. In de grond is 50 Cent een XL-teddybeer: hij verkoopt stoere praat, maar geeft wel toe dat hij zijn moeder mist. Schattig toch? Een topfoto van Nan Goldin: twee junks zitten op een treinspoor, hun blik op oneindig. En ik heb ook een foto van Miles Davis met een baby in zijn armen. Miles' gitzwarte ogen en dat spierwitte kinderlijfje: een sprekend contrast. Ik respecteer kunstenaars met een missie zoals Andy Warhol en Kiki Smith. Smith maakt heel dierlijke kunst. Toen ik eens op bezoek was in haar atelier, vond ik in haar diepvriezer ingevroren muizen en kadavers van allerlei beesten. Meteen wist ik waar ze haar inspiratie haalde. John Cales nieuwe dubbele live-cd 'Circus' verschijnt op 19 februari bij EMI. (Zie ook interview op pagina 20 en volgende.) Thijs Demeulemeester