1 Wat heb jij met de Rote Armee Fraktion?
...

1 Wat heb jij met de Rote Armee Fraktion? Johanna Spaey: In de jaren zeventig kwam de RAF regelmatig in het nieuws met verhalen over aanslagen en ontvoeringen. Ik was nog maar een kind, en toch merkte ik al op hoeveel sympathie die extreemlinkse terroristische organisatie onder andere in de media kon rekenen. Er werden mensen vermoord en toch gebruikte de nieuwslezer een milde ondertoon. Geweld was geen afkeurenswaardig iets als het maar gebruikt werd voor de goede zaak. Je kunt je dat nu gewoon niet meer voorstellen, dat een nieuwslezer vol empathie over een terroristische organisatie zou spreken. Mijn boek groeide uit die herinnering, gekoppeld aan een Humo-artikel van lang geleden waarin stond dat de RAF op een paar Belgische handlangers kon rekenen om in Brussel een appartement te huren waar een gijzelaar gevangen gehouden kon worden. Hoe zou de relatie tussen die mensen geweest zijn, vroeg ik me af. 2 Wat denk je dan van het hernieuwde succes van het marxisme? Spaey: Ik vind dat opvallend. In haar recentste roman Prachtige wereld, waar ben je brengt Sally Rooney niet meer of minder dan een lofzang op het Oost-Europa van voor de val van de Muur. Dat was de grote beschaving die ten einde kwam toen het kapitalisme zijn intrede deed, schrijft ze zo ongeveer. Rooney is dertig en heeft het dus allemaal niet meegemaakt. Vandaar wellicht dat ze enthousiast kan zijn over het reële socialisme van weleer. 3 Ook de Oostenrijkse filosoof Ludwig Wittgenstein speelt een rol in je boek. Een persoonlijke fascinatie? Spaey: Mijn boek zit vol onafgemaakte boeken, denk ik, wat wellicht voor alle boeken geldt. Een paar jaar geleden heb ik een master in de filosofie behaald. Logica was niet mijn beste vak en tot mijn schrik was de filosofie van Wittgenstein onvermijdelijk. Het was dus even doorbijten, maar met de filosofie kwam ook het leven van Wittgenstein mee en dat vond ik fascinerend. Zo ontdekte ik dat hij tijdens WO I een enorm bedrag had vrijgemaakt voor de aankoop van een kanon voor het Oostenrijkse leger. Hij wilde zijn duit bijdragen aan de oorlogsinspanning. Opmerkelijk vond ik het, dat zelfs een briljant man als hij geen afstand kon nemen van de oorlogsretoriek en geloofde dat hij aan die uitzichtloze strijd iets kon veranderen. Ik vond het een fantastisch onderwerp voor een boek of een essay, maar uiteindelijk belandde het in mijn roman.