1. Waarom heb je voor een encyclopedie met losse lemma's gekozen en niet voor pakweg een essaybundel?
...

1. Waarom heb je voor een encyclopedie met losse lemma's gekozen en niet voor pakweg een essaybundel? Johanna Spaey: Die vorm is er vanzelf gekomen. Ik maakte al jaren notities bij zaken die ik las of zag. Het had inderdaad een essaybundel kunnen zijn, maar op deze manier kon ik beter laten zien hoeveel verschillende facetten eenzaamheid heeft. Het vreemde is dat zo'n boek nooit echt af kan zijn. De laatste tijd werk ik regelmatig in de tuin. Ondertussen denk ik na over het boek en dan schiet me opeens iets nieuws te binnen. Potverdorie, denk ik dan, dat ben ik nog vergeten. Het blijft altijd een weergave van een persoonlijk denkpatroon op een bepaald moment. Over vijf jaar zal ik misschien heel andere dingen denken. 2. Welk lemma spreekt jou het meest aan? Spaey: Er staan een paar mooie in over honden, maar het interessantste vind ik wellicht 'wij'. Koppels spreken vaak in de wij-vorm. Als persoon alleen heb je geen wij-identiteit. Wij vinden dit of dat, zeggen ze dan. Als alleenstaande sta je ook daarin alleen. Je kunt nooit even de riem afleggen en die ander de kolen uit het vuur laten halen. Je moet altijd alert blijven. En je leest veel, natuurlijk. Mijn redacteur merkte op dat heel wat lemma's over boeken gaan. Dat komt natuurlijk doordat ik een boekenmens ben, maar er is nog een bijkomende reden: een boek schrijf je alleen en uiteindelijk lees je het ook alleen. Het geeft aanleiding tot een persoonlijke interpretatie. Bij een schilderij of film is dat anders. Daar kun je met velen tegelijk naar kijken. 3. Er hangt een heel negatief aura over eenzaamheid. Terecht? Spaey: Nee, zeker niet. Ik vond het als kind al prettig om alleen te zijn met mijn gedachten en mijn verbeelding. Louter een probleem is eenzaamheid dus niet, al moet gezegd dat heel wat mensen moeite hebben met de isolerende werking van eenzaamheid. Het gevoel dat ze zich nog met anderen kunnen verbinden, is dan verdwenen. Ik heb me daartegen leren verzetten en hou altijd kanalen open naar anderen. Maar het blijft altijd maar een poging. Soms denk je dat je toch wel een goed leven hebt, zo alleen, tot plots die eenzaamheid er weer in hakt. Ze blijkt je eeuwige compagnon te zijn die zich af en toe wat gedeisd houdt, maar andere keren zeer pontificaal tegenover jou in de zetel gaat zitten. En dan is het natuurlijk moeilijk om ernaast te kijken.