Eerste zin Ik stond achter op het veld, toe te kijken hoe het linkerbeen van mijn vader door een maaidorser werd opgegeten.
...

Eerste zin Ik stond achter op het veld, toe te kijken hoe het linkerbeen van mijn vader door een maaidorser werd opgegeten. Met zijn vrouw Ada en de peuters Suze en Friso woont Tille in op de boerderij van zijn ouders. Tille is een man van weinig woorden, tevreden met zijn lot en ervan overtuigd dat je een boer niet moet leren om boer te zijn, net zoals je een koe niet moet leren om melk te geven. Die zaken zijn vanzelfsprekend. Koeien komen trouwens wel vaker voor in de denkwereld van Tille. 'Een echtgenote geeft seks als een koe melk - een paar seizoenen, vijf, zes, en het beste is er wel af', zo meent hij nadat Ada hem voor de zoveelste keer wandelen heeft gestuurd en hij zich in de badkamer is gaan aftrekken. Tille heeft een geheim. Toen de kinderen nog klein waren, sprong hij na zo'n afwijzing op de fiets, achtervolgde hij een zestienjarig meisje, trok hij haar een weiland in en verkrachtte en vermoordde haar. De dader werd nooit gevonden. 'Moord maakt een gemeenschap', denkt Tille, zeker wanneer aan de rand van die gemeenschap een opvangcentrum voor asielzoekers ligt en iedereen het erover eens is dat zo'n moord toch wel heel erg 'on-Nederlands' is. Tille zwijgt, dertien jaar lang. Peter Middendorp laat het Tille allemaal zelf vertellen in deze tedere, licht melancholische roman. Hij zet hem neer als een wat hulpeloze boer en vader, die nooit echt contact heeft met zijn zoon en naarmate zijn dochter ouder wordt steeds meer worstelt met haar fysieke aantrekkelijkheid. Veroordelen doet hij Tille nooit, net zoals Knut Hamsun zijn boer nooit veroordeelde in Hoe het groeide, waarvan Jij bent van mij een hedendaagse Nederlandse pendant lijkt te zijn. Beide boeren doen hun uiterste best in het leven, ook al weten ze dat dat niet altijd voldoende is, zeker niet na 'het ongeluk', zoals Tille zijn moord vergoelijkt. Middendorp is een schrijver van de subtiele geste en het kleine woord. Dat Tille naar de hoeren gaat, wordt ergens en passant in een bijzin vermeld. Dat hij uiteindelijk vrijwillig de DNA-test laat uitvoeren die tot zijn arrestatie zal leiden, verpakt hij in een nieuwe koeienmetafoor. Haar leven lang vecht een koe tegen het wantrouwen jegens de boer, zegt Tille, en pas wanneer ze hem helemaal vertrouwt, leidt hij haar naar het slachthuis.