We mogen de vierde solovlucht van Wilco-voorman Jeff Tweedy een lockdownplaat noemen. Móéten, zelfs, want die wetenschap verhoogt de appreciatie voor dit opvallend onopvallend...

We mogen de vierde solovlucht van Wilco-voorman Jeff Tweedy een lockdownplaat noemen. Móéten, zelfs, want die wetenschap verhoogt de appreciatie voor dit opvallend onopvallende, losjes uitgeschudde werkje zeker met één sterretje. Dit zijn miniatuurliedjes die je hoopt terug te vinden op het outtakesgedeelte bij de feestelijke heruitgave van een belangrijker moederplaat. Een intro gaat de mist in. Een gitaar krabbelt een scheve solo bij elkaar. De instrumentatie is basaal (Tweedy nestelde zich in de Wilco-studio samen met zijn twee zonen). En qua sentiment hinkt het geheel nog besluiteloos tussen realisaties zoals 'I'm troubled/ Somedays I don't know' en 'wat een ongelofelijke mazzelkont ben ik toch' (zo menen we Tweedy's gezins- en liefdesgeluk te mogen parafraseren). Maar net daarom: puur en pakkend.