F ils de pute! Voor de meesten is het een ijdel verwijt, een volstrekt betekenisloze verwensing, maar niet voor Jean Genet. De Franse schandaalschrijver wás een hoerenzoon en werd bovendien na amper zeven maanden in 1911 al opgegeven voor adoptie: door zijn moeder achtergelaten bij de Assistance Publique, door de eerste passant weer mee naar huis genomen. Nu ja, niet zomaar een passant: het vaderloze kind werd geadopteerd door uitgerekend een timmerman - waar hebben we dat nog gehoord?
...

F ils de pute! Voor de meesten is het een ijdel verwijt, een volstrekt betekenisloze verwensing, maar niet voor Jean Genet. De Franse schandaalschrijver wás een hoerenzoon en werd bovendien na amper zeven maanden in 1911 al opgegeven voor adoptie: door zijn moeder achtergelaten bij de Assistance Publique, door de eerste passant weer mee naar huis genomen. Nu ja, niet zomaar een passant: het vaderloze kind werd geadopteerd door uitgerekend een timmerman - waar hebben we dat nog gehoord? Maar tot zover zijn idyllische jeugd. Na de dood van zijn adoptiemoeder komt Genet bij een quasibejaard koppel terecht en beginnen de problemen. Hij loopt herhaaldelijk van huis weg, gaat uit stelen, verbrast aanzienlijke sommen geld en wordt geregeld opgepakt voor diefstal en landloperij. Op zijn vijftiende verdwijnt hij voor drie jaar in een opvoedingsgesticht, maar voor heropvoeding is het dan al te laat: Genet zal zijn hele leven op en ver óver de rand van de illegaliteit vertoeven. Na een korte carrière bij het Franse Vreemdelingenlegioen - waar hij oneervol wordt ontslagen wegens meermaals betrapt op homoseks - trekt de jonge schrijver als zwerver door Europa. Hij leidt een bandeloos bohemienleven, overleeft door te stelen en zich te prostitueren en wordt om de haverklap gearresteerd voor ontucht en gebruik van valse papieren. Maar Jean Genet koketteert graag met zijn boevenleven en als aanstormende auteur zoekt hij met veel plezier de controverse op. Hij dweept met de PLO van Yasser Arafat, betoont openlijk zijn sympathie voor de Rote Armee Fraktion en verheerlijkt de sociale verschoppelingen aan de onderkant van de samenleving. Zijn gedichten, romans en toneelstukken worden bevolkt door hoeren en travestieten, terugkerende thema's zijn homoseksualiteit en kruimeldiefstal. Het levert hem algauw het aura van schandaalschrijver op. Boeken als Notre-Dame-des-Fleurs en Journal du Voleur maken hem beroemd, zijn bijbehorende levensstijl en talloze arrestaties veeleer berucht en zijn onmiskenbare talent zelfs bij zijn voornaamste concurrenten geliefd. Dat blijkt wanneer de frequente bajesklant na tien opeenvolgende veroordelingen - door de Franse autoriteiten beschouwd als een volle klantenkaart - plots tegen levenslang aankijkt. Collega-kunstenaars als schrijver Jean Cocteau, schilder Pablo Picasso en Nobelprijswinnaar André Gide dienen bij president Auriol een petitie in. Hij verleent de schrijver gratie. En zo wordt Jean Genet - in de woorden van Jean-Paul Sartre: Saint Genet - de officieuze patroonheilige der schandaalauteurs. En vooral onder muzikanten is hij dat vandaag nog steeds: hij wordt geciteerd in Hell's Ditch van The Pogues, Lady of the Flowers van Placebo, Last of the English Roses van Pete Doherty en Beautiful Boyz van Cocorosie. The Jean Genie van David Bowie is zelfs een complimenteuze verbastering van zijn naam. Op 15 april 1986 komt Jean Genet, verzwakt door keelkanker, in zijn Parijse hotelkamer pijnlijk ten val. Hij is op slag dood. Zelfs een fils de pute heeft niet altijd hoerenchance. VINCENT BYLOO