'Ik ben nog nooit zo gelukkig geweest als tijdens die week alleen op een eiland', zegt Maartje Wortel: 'Geen tv, geen telefoons, geen internet.' Dat moest ze namelijk ooit eens testen, voor een of ander radioprogramma, of dat afgesloten zijn stimulerend werkte voor het creatieve proces. En ze vond dus duidelijk van wel. Ik geloof haar. Ben zelf nog nooit de enige bewoner van een eiland geweest. Woon wel op een schiereiland waarvan ik ongeveer de enige normale bewoner ben, naast ongeveer zestig miljoen mensen die 'polenta eten' en 'onaangekondigd tegen de tv op roepen' haast altijd een goed idee vinden, zeker als die twee gecombineerd kunnen worden. Dus ja. Het is maar wat je als 'afgesloten van de buitenwereld' beschouwt.
...

'Ik ben nog nooit zo gelukkig geweest als tijdens die week alleen op een eiland', zegt Maartje Wortel: 'Geen tv, geen telefoons, geen internet.' Dat moest ze namelijk ooit eens testen, voor een of ander radioprogramma, of dat afgesloten zijn stimulerend werkte voor het creatieve proces. En ze vond dus duidelijk van wel. Ik geloof haar. Ben zelf nog nooit de enige bewoner van een eiland geweest. Woon wel op een schiereiland waarvan ik ongeveer de enige normale bewoner ben, naast ongeveer zestig miljoen mensen die 'polenta eten' en 'onaangekondigd tegen de tv op roepen' haast altijd een goed idee vinden, zeker als die twee gecombineerd kunnen worden. Dus ja. Het is maar wat je als 'afgesloten van de buitenwereld' beschouwt. Zoals alle Nederlandse schrijvers leeft Maartje doorgaans wel gewoon in Amsterdam. Ze wil het zo niet meteen noemen, maar ze woont in een soort van woongroep. 'Woongroep' is gewoon Hollands voor posthippies die de hoge huur delen en samen afwassen. Een woongroep, overigens, die haar werd getipt door Franca Treur, toevallig ook de schrijfster van het boek De woongroep. Ja, wij schrijvers kunnen er wat van, van fictie en realiteit al dan niet smoothly door elkaar te laten vloeien. Al heet Wortels laatste boek dan wel weer IJstijd, maar dat is misschien een metafoor. Alleen al voor de werkelijk prachtige cover de moeite om het te kopen, trouwens. En dat zeg ik niet over alle boeken die IJstijd heten. 'Vroeger woonde ik illegaal, samen met een Iraanse man. Als de politie dan weer eens kwam, moesten we doen alsof we getrouwd waren. Dat was altijd goed.' Wortel vertelt het alsof ze net even naar de groentewinkel is gegaan en een goede prei heeft meegebracht. Ze beschikt over een soort laconieke rust die in eerste instantie misschien verhult dat ze erg scherp en helder denkt. Wat meteen het enige wapen is dat een schrijver voor zichzelf kan dromen, buiten misschien een zwaar kaliber pistool tegen vijanden. Al de rest komt neer op de strijd met wat tegenwoordig altijd het 'dagelijkse leven' wordt genoemd. Alsof wat we in 99 procent van onze tijd doen maar een soort bijgerechtje is bij wat dan ooit het hoofdmaal moet worden. Terwijl je zult zien dat als je heel veel dagen optelt je uiteindelijk gewoon bij een volledig leven uitkomt. Hetzelfde geldt voor maanden of seconden, overigens. De wiskunde is daar redelijk duidelijk in. Maar goed, ook Maartje probeert het dus te redden tussen hetgeen echt moet om in leven te blijven en hetgeen echt moet om een boek geschreven te krijgen. Ze maakte er al drie, dus haar systeem blijkt alvast te werken. Zo doet ze aan sport. Het is te zeggen: ze heeft een hometrainer. 'Ja. Ik heb een hometrainer', zegt ze daar in alle openheid over. 'Staat in de slaapkamer. Ik zou ook buiten kunnen gaan fietsen, vermoed ik. Of lopen. Een hometrainer is redelijk dom. Ja. Je fietst gewoon.' Wat een vrij rake samenvatting is van de wereld van de hometrainer. Maar er zit natuurlijk meer achter, namelijk het vermijden van de vreselijke risico's die verbonden zouden zijn aan bijvoorbeeld het lidmaatschap van een zwemclub. Als je eenmaal echt in een boek zit, is al het contact met de rest van de wereld eigenlijk niet meteen welkom. Je sluit je liever op. 'Een beetje zoals wanneer je een kater hebt', zegt Wortel. Het buitenlicht wordt inderdaad te fel, mensen rondom jou praten te luid en je hebt eigenlijk gewoon geen zin om een voet buiten de deur te zetten omdat elke prikkel je mogelijk weg van het gekozen pad leidt. Ook niet om bijvoorbeeld te gaan eten of drie uur in de supermarkt rond te hangen. 'Een brood en een pak kaas en je bent gered', zegt Maartje Wortel. En laat dat een zeldzame bruikbare tip zijn voor aspirerende literatoren. VOLGENDE WEEK BART MOEYAERT