Het mooiste wat een festival te bieden heeft, is de film die bezit van je neemt zonder dat je echt goed weet waarom. Beter nog: een film die over zaken gaat die je op het eerste gezicht geen bal interesseren, maar je hoe dan ook niet meer loslaat en nog lang blijft nazinderen nadat het licht in de zaal weer is aangefloept..
...

Het mooiste wat een festival te bieden heeft, is de film die bezit van je neemt zonder dat je echt goed weet waarom. Beter nog: een film die over zaken gaat die je op het eerste gezicht geen bal interesseren, maar je hoe dan ook niet meer loslaat en nog lang blijft nazinderen nadat het licht in de zaal weer is aangefloept..Japón van Carlos Reygadas is daarom dé festivalfilm in het kwadraat. Gegeven: een man - vermoedelijk in de zestig, waarschijnlijk een kunstenaar - trekt naar een afgelegen Mexicaanse vallei om er een eind aan zijn leven te maken. Waarom komen we nooit te weten, net zo min als waarom de film Japón als titel heeft. Hij huurt een kamertje in het huis, hoog boven het dorp, van een stokoude weduwe. Langzaam krijgt hij de smaak in het leven weer te pakken, zonder dat dit in de film met zoveel woorden wordt gezegd. Niets wordt verklaard, niets wordt ons opgedrongen in deze sombere beschouwende film die tergend traag voortschrijdt in overrompelend ruwe landschappen. Naast observaties van amateuristische 'acteurs', geplukt uit het lokale boerenbestand, krijg je beelden van copulerende paarden en zelfs een partijtje - moeizame - seks tussen de zestiger en het gastvrije oudje dat duidelijk het liefdesspel heeft verleerd. En vooral veel majestueuze beelden in adembenemende Cinemascope van de ruige natuur, soms op muziek van Sjostakovitsj, Bach en Arvo Pärt. Het is tegelijk verschrikkelijk mooi en verschrikkelijk melancholiek en het zet aan tot meditatie, zelfs al ben je daar het type niet voor en is rustieke mystiek niet echt je ding. Wat is het geheim van Japón? Heeft het te maken met het mysterie van de cinema (dat zelfs George Lucas en Hollywood niet klein kunnen krijgen)? Of met het stugge talent van de debuterende jonge regisseur Carlos Reygadas, die zonder steun, middelen (hij draaide zijn film op super-16) en ervaring kennelijk deze film heeft gemaakt alsof zijn leven ervan afhing? Reygadas (geboren in Mexico in 1971) noemt zich een bewonderaar van Tarkovski, Dreyer en Leone; zijn film roept ook echo's op aan het vroege primitieve werk van Werner Herzog en de Luis Buñuel van Las Hurdes en Los Olvidados. Maar veel duidelijker dan de invloeden en referenties is het unieke talent van de autodidact Reygadas om meteen vanaf zijn eerste film een eigen wereld te scheppen en een persoonlijke, hypnotiserende visie op de cinema. Patrick Duynslaegher