Ieder kind van de nineties is door r&b geïnspireerd.'

Voor wie Jamie Woon van enig opportunisme verdenkt: de 28-jarige Londenaar - nummer vier op BBC's Sound of 2011 - heeft zijn kar níét aan die van James Blake gehangen. Hij is al een jaar of acht duchtig aan een carrière als singer-songwriter aan het timmeren. Als alumnus van de BRIT School toerde hij drie jaar met zijn gitaar door het land, deed het voorprogramma van Amy Winehouse en schopte het met het One Taste-collectief zelfs tot op het podium van Glastonbury. Tot hij vijf jaar geleden zijn versie van de Britse traditional Wayfaring Stranger opnam en dub- en 2-step-goeroe Burial even later met zijn vocalen aan de slag ging.
...

Voor wie Jamie Woon van enig opportunisme verdenkt: de 28-jarige Londenaar - nummer vier op BBC's Sound of 2011 - heeft zijn kar níét aan die van James Blake gehangen. Hij is al een jaar of acht duchtig aan een carrière als singer-songwriter aan het timmeren. Als alumnus van de BRIT School toerde hij drie jaar met zijn gitaar door het land, deed het voorprogramma van Amy Winehouse en schopte het met het One Taste-collectief zelfs tot op het podium van Glastonbury. Tot hij vijf jaar geleden zijn versie van de Britse traditional Wayfaring Stranger opnam en dub- en 2-step-goeroe Burial even later met zijn vocalen aan de slag ging. Woon: Zeker weten! Het was de eerste keer dat ik mijn stem in zo'n soundscape hoorde. Ik heb altijd wel naar dingen als DJ Shadow, Ninja Tune of Mo' Wax geluisterd, maar het bleef gescheiden van mijn eigen muziek. Die twee voor het eerst met elkaar gecombineerd horen, was een epifanie. Meteen daarna kocht ik een laptop en leerde ik producen opdat ik zelf zo'n sound in elkaar kon steken. Woon: Akoestische instrumenten zijn heel rijk en nemen in de mix heel veel plaats in. Elektronische muziek laat je toe om als het ware in de sound een gat te graven en daar je stem in te steken - en er dan een laag vette subwooferbassen en clicky clacky-drums over heen te leggen. Ik denk dat het gevoel van ruimte in de muziek me zo aansprak. Het kan ook geen toeval zijn dat de interessantste producers tegenwoordig in dubstep actief zijn: er is in de sound heel veel plaats om te manoeuvreren, en dat trekt aan. Burial, die me voor deze plaat geholpen heeft, maar ook Ramadanman of Jamie XX: er wordt in het genre fantastisch productiewerk geleverd. Jamie Woon: Het is een mooi diagrammetje, dat zeker, maar ik betwijfel of het klopt. ( Lacht) We hebben meer gemeen dan muziekcritici vermoeden. In wat we maken - vooral de gereserveerdheid van onze muziek valt op - en in onze invloeden. Ik lees dat James veel naar Joni Mitchell, Stevie Wonder en D'Angelo heeft geluisterd: dat is de stuff die ik ook heb grijsgedraaid. Woon: Dat was tijdens de kerstvakantie, toen ik samen met mijn lief een vriend in Phnom Penh bezocht. Hij nam ons mee naar het Verdronken Woud rond het paaldorp Kompong Phluk. Tijdens een werkelijk adembenemende boottocht haalde hij zijn camera boven en vroeg hij me om iets te zingen. Ik had om logische redenen geen instrumenten bij, dus moest het wel a capella. Een spontaan moment, maar achteraf zag het er perfect uit. Woon: Tuurlijk, waarom niet? Ik ben absoluut niet bang om onder r&b geklasseerd te worden. Meer zelfs: als ik één genre op mijn muziek zou moeten plakken, zou het dat zijn. Het is de dominante stijl van de laatste twintig jaar: als kind van de jaren 90 kan het niet anders of je bent erdoor geïnspireerd. Plus: het is een heel flexibele muziekstijl. Je kunt het zowel op de grooves van Michael Jackson plakken als op de organische sexyness van D'Angelo. Woon: Jep. Dat was voor een liefdadigheidsnummer voor de slachtoffers van de tsunami van 2004. De song is om vage redenen nooit uitgebracht. Nu, Jackson was niet de enige artiest met wie ze heeft gezongen. Ze heeft 25 jaar als sessiezangeres gewerkt en is te horen op platen van onder meer Blur, Sting, Kylie Minogue, Pete Townshend en Björk. Woon: Het voelde een beetje alsof de cirkel rond was, om een knoert van een cliché te gebruiken. (Lacht) Het is háár schuld dat ik meer dan tien jaar geleden met muziek begonnen ben. Toen ik vijftien was, mocht ik met haar mee naar Nashville voor de opnames van een bluegrassplaat. Ik was net gitaar beginnen te spelen - mijn grote voorbeeld was Oasis. Daar werd ik voor het eerst écht enthousiast over muziek. Meteen daarna heb ik me aan de BRIT School ingeschreven. Zonder mijn moeder zou deze plaat helemaal anders geklonken hebben. Ze heeft drie albums op haar naam staan, genre Keltische new age. Ik houd lang niet van alle nummers, maar als ik ze beluister, valt me altijd op hoeveel ik ervan gejat heb. Dat multivocale in mijn muziek bijvoorbeeld komt van haar. Woon:Het is het sleutelwoord van deze plaat. Elk nummer is in wezen zeer persoonlijk: ze gaan over welbepaalde momenten in mijn leven en hoe ik me toen voelde. Dat mocht niet te veel opvallen, dus heb ik het wat gemaskeerd. Een beetje als het spiegelschrift dat Michelangelo en Da Vinci gebruikten: een verdoken code die toch niet te moeilijk te kraken is. Want laat ons eerlijk zijn: als Michelangelo echt wilde dat zijn tekst een geheim bleef, was hij wel met iets ingewikkelder dan spiegelschrift afgekomen. (Lacht) MIRRORWRITING Uit op 15/4 bij Universal. Het loopt storm voor James Blake in België. Zijn album prijkt boven aan de vaderlandse i-tunescharts en de ticketverkoop voor zijn concert in de Botanique torpedeerde de server van de concertzaal. Wie hem daar gemist heeft, krijgt een tweede kans op Rock Werchter. Straf voor een artiest die vorig jaar nog een nobele onbekende uit het dubstepmilieu was met - toevallig - twee ep's op het Belgische R&S-label. James Blake: Mijn manager Dan Foat zette enkele jaren geleden samen met de originele oprichter Renaat Vandepapeliere zijn schouders onder de doorstart van R&S. Ze wilden dezelfde voortrekkersrol spelen voor dubstep als destijds voor house en techno. Toen ik Dan leerde kennen, hadden ze al maxisingles van Pariah uitgebracht. Gelukkig hielden ze genoeg van mijn tracks om voor mij hetzelfde te doen. Blake: Mja, maar de Europese technoscene was mijn wereldje niet. Ik luisterde vroeger amper naar elektro. House en techno stonden héél ver van mijn bed. Blake: Erik Satie, Art Tatum, Vladimir Horowitz... pianomuziek dus, en véél Stevie Wonder. Blake: De muziek van Stevie en Sam Cooke is me met de paplepel meegegeven, ja. De liefde voor de piano is vanzelf gegroeid. Ik maak trouwens geen onderscheid tussen jazz of klassiek, ik noem het allemaal pianomuziek. Blake:(Fronst) Ik zou Latymer geen eliteschool noemen. Het is een privéschool met veel aandacht voor artistieke en sportieve activiteiten, that's all. Wat dat keurslijf betreft: ik heb zeer snel begrepen dat ik platgetreden paden moest vermijden. Jazz is oké, maar ik wil vooral nieuwe geluiden maken. Zomaar een virtuoos zijn, interesseert me niet. (Zwijgt en nipt erg lang van zijn thee) Weet je waarom ik Stevie Wonder zo goed vind? Niet omdat hij een geweldige pianist of drummer is, maar omdat zijn platen zo buitengewoon vernieuwend klonken. Luister eens naar het album Talking Book(uit 1972; nvdr.). Die songs zijn ouder dan ik, maar ze klinken vandaag nóg fris en jong. Blake: Pianist, zanger, producer, dj - in die volgorde graag. (Lacht) Ik ben het allemaal tegelijk, er is wat mij betreft geen onderscheid. Mijn muziek ontstaat zuiver instinctief, spontaan en grotendeels geïmproviseerd. Ik denk er het liefst niet te veel bij na. Blake: Ik laat mij adviseren. Ik hoef ook niet per se alles uit te brengen wat ik maak. Voor dit album was het vooral belangrijk dat het geheel als één verhaal klinkt. Inhoudelijk is het een mix van dingen die op verschillende momenten in mijn leven gebeurd zijn, maar muzikaal sluit alles mooi bij elkaar aan. En toch heb ik het gevoel dat het meer een collage is dan een volwaardig album . Mijn tweede moet een échte plaat worden. Blake: Iedere artiest heeft toch materiaal liggen dat op Het Moment wacht? Soms eindigen ongebruikte songs als b-kantjes, al lekken ze tegenwoordig veeleer op het internet. (Lacht)Blake: Ach, zo'n lek heeft wellicht meer voor- dan nadelen. En verder, tja, voor alles bestaat er een zwarte markt. Dus ook voor muziek. Zouden er trouwens nog muzikanten bestaan die nog nooit een song van het net gehaald hebben zonder ervoor te betalen? Ik denk het niet. Blake: Helemaal niet. Muziek is muziek. Wees eerlijk: kende jij de originele versie van Feist? Blake: Voilà! Limit To Your Love is een sterk nummer, maar niet eens een single uit die Feistplaat ('The Reminder'; nvdr.) en zeker niet de meest evidente cover. Ik mag toch zeggen dat ik er mijn stempel op gedrukt heb, neen? Blake: Voor alle duidelijkheid: het origineel heet niet The Wilhelm Scream, maar Where To Run. En ja, mijn pa was in de eighties een zanger met nogal wat melige popsongs op zijn conto. Niet helemaal mijn meug, maar zijn gevoel voor melodie was erg sterk en hij was een meer dan verdienstelijke zanger. Hij heeft zeker vier jaar lang aan die song gesleuteld. Ik heb de beginakkoorden gebruikt op de manier dat ik ze me herinner: in een eindeloze loop, keer op keer opnieuw echoënd door de gangen van ons huis. Blake: Van overal en nergens. Het is nooit mijn bedoeling geweest om een gospeltrack te schrijven, maar van Ray Charles en Sam Cooke is het een kleine stap naar Mahalia Jackson of Reverend James Cleveland. Het is één muzikale bloedlijn. De ethische betekenis van gospel zegt me niets, wel de verbondenheid en de blijdschap in die muziek. Uiteindelijk heeft een nachtclub veel weg van een kerk: één man in het midden vooraan en een hoop volgelingen die naar hem opkijken. Ik heb nooit begrepen waarom mensen in een club naar de dj kijken, maar ik begrijp dan ook niet waarom mensen naar een priester luisteren. JAMES BLAKE Uit bij Universal. DOOR JONAS BOEL EN GEERT ZAGERS'De interessantste producers zijn tegenwoordig in dubstep actief.' 'Een nachtclub heeft veel weg van een kerk.'