Op 30 september 1955 rijdt James Deans Porsche 550 Spyder, koosnaam Little Bastard, in op de Ford Tudor van Donald Turnupseed. De amper 24-jarige acteur is dan al een ster. Een maand later komt Nicholas Rays Rebel Without a Cause uit en wordt Dean ook een icoon. Hij is het archetype van de rebelse tiener, sigaret in de mondhoek en spierwit shirt strak om het lijf. De non-conformist die Elvis, Dylan en Lennon zou inspireren.
...

Op 30 september 1955 rijdt James Deans Porsche 550 Spyder, koosnaam Little Bastard, in op de Ford Tudor van Donald Turnupseed. De amper 24-jarige acteur is dan al een ster. Een maand later komt Nicholas Rays Rebel Without a Cause uit en wordt Dean ook een icoon. Hij is het archetype van de rebelse tiener, sigaret in de mondhoek en spierwit shirt strak om het lijf. De non-conformist die Elvis, Dylan en Lennon zou inspireren. Eigenlijk was Marlon Brando op weg om dat icoon te worden. Hij had in 1954 in The Wild One al een opgemerkte rebellenrol gespeeld, kocht zijn T-shirts duidelijk in dezelfde winkel en inspireerde Dean met zijn typische method slouch. Maar Brando bleef leven terwijl Dean zelfs op weg naar de dood de traditionele familiewaarden leek aan te vallen door met 140 kilometer per uur op een gezinswagen te knallen. Met die klap cementeerde hij het rebelse imago dat zestig jaar later nog steeds met hem geassocieerd wordt. Simpelweg omdat hij er nadien niet meer was om dat beeld nog bij te stellen. Deans rol in Rebel Without a Cause was de achteloos gegooide sigaret die een explosieve mengeling van opkomend consumentisme, sociale repressie en existentiële tienerangsten in vuur en vlam zette. Zijn acteerstijl brak met het oude Hollywood, zijn jonge personages met de heersende maatschappelijke normen. Dean was niet de beste acteur van zijn generatie, maar wel de meest instinctieve. Dat hij het toonbeeld van tienerrebellie werd, had minder te maken met zijn acteren dan met het feit dat er in 1955, op Brando na, niemand anders was om al die opgekropte teenage anxiety te kanaliseren. Elvis had nog maar net het heupwiegen onder de knie, John Garfield was al dood, Jack Kerouac was nog on the road en Bob Dylan zat nog thuis naar de radio te luisteren. Dus wanneer Dean in Rebel without a Cause uitroept dat hij niet meer weet wat te doen, behalve sterven, dan zegt hij dat niet enkel voor zichzelf, maar ook voor een verwarde generatie die niet weet waar ze thuishoort. Voor een generatie die zich niet kan nestelen in de huiselijkheid waar haar voorgangers thuis of aan het front voor hebben gevochten, maar die in muziek en literatuur nog geen tegencultuur heeft gevonden en zich dan maar verliest in dodelijke spelletjes chicken run. De ironie van het lot wil dat die tegencultuur kort na Rebel Without a Cause wél volop doorbrak. Misnoegde jongeren trokken de weg op, de paperbackversie van On the Road in de achterzak van hun Levi's 501. James Dean was toen al onderweg naar onsterfelijkheid. En wie nog eens haarscherp wil zien hoe je die met slechts drie films bereikt, kan van 23 september tot 4 oktober in Cinema Zuid in Antwerpen terecht. Daar wordt, naast restauraties van East of Eden, Rebel Without a Cause en Deans laatste film Giant, ook The James Dean Story getoond. Cheers, Jimmy. SAM DE WILDE