I COULD HAve Been A Contender - the Anthology (Trojan)
...

I COULD HAve Been A Contender - the Anthology (Trojan) Op het gevaar af neergebliksemd te worden: de eerste line-up van Public Image Ltd is waardevoller gebleken voor de rockgeschiedenis dan de Sex Pistols. Natuurlijk waren Johnny Rotten en Sid Vicious de ideale pr-mannen voor de punk en is Never Mind The Bollocks een mijlpaal. Wat songschrijfkunst betreft moesten ze het echter afleggen tegen The Clash. Pas toen Rotten onder zijn echte naam John Lydon opereerde, deed hij écht zijn invloed gelden. De postpunk van PiL, die te leen ging bij de elektronische avant-garde van Stockhausen en de dubreggae, zindert nu nog na in nakomelingen als !!! en The Rapture. Onverwoestbare bewijzen van de chemie tussen Lydon en zijn luitenant Jah Wobble op de eerste PiL-albums zijn op deze anthologie de digitaal opgepoetste klassiekers Public Image, Poptones en Swan Lake (Death Disco). Wobble was meer dan de uitmuntende bassist van de groep. In 1980, op eigen benen, mikte hij in de roos met dansvloerkraker How Much Are They. Uit de driedelige cd-box I Could Have Been A Contender, die zijn 26-jarige carrière omspant, leer je dat de Londenaar aan de wieg stond van de Europese dubvariant en van de etno-dance. Lang voor de term wereldmuziek bestond, richtte hij met The Invaders Of The Heart en gastzangeressen Natasha Atlas en Sinéad O'Connor al zijn blik op het Zuiden en het Oosten. In de drang zichzelf uit te dagen, waagde Wobble zich verder aan 'klassieke' composities, zoals het aan Arvo Pärt schatplichtige Requiem III, met de Iraanse zangeres Sussan Deyhim, en het concerto The River Suite, waarop je harpiste en latere echtgenote Zi-Lan Laio hoort. Zijn vele trips staan op deze retrospectieve kriskras door elkaar. Met een beetje goede wil kan je toch een indeling zien: cd 1 is het meest songgericht, cd 2 bevat vooral de clubhits en cd 3 steekt zijn hoofd in de ambient-trance-wolken. Vooral de eindeloze grooves op deze laatste zijn niet altijd onmisbaar, en toch is deze compilatie een droom. Voor Wobble zelf: omdat het verschijnt op Trojan, het reggaelabel dat hem muzikaal opvoedde. Maar ook voor ons: omdat hij met de markantste figuren uit de pop heeft gewerkt - John Lydon, Brian Eno, Holger Czukay & Jaki Liebezeit (Can), Bill Laswell - en de vruchten daarvan nu in één doosje huizen. Peter Van Dyck