1. Je boek deed me denken aan sommige films van de broers Dardenne, maar dan zonder het culpabiliserende ondertoontje. Zie je zelf die link ook?
...

1. Je boek deed me denken aan sommige films van de broers Dardenne, maar dan zonder het culpabiliserende ondertoontje. Zie je zelf die link ook? Jaap Robben: Ik herken de verwantschap in plek, sfeer en thematiek, maar zoeken naar de schuldige voor de precaire situatie van mijn personages doe ik inderdaad niet. Omdat er zelden een duidelijke schuldige is. Het leven is een kluwen van op elkaar doorwerkende gebeurtenissen. Wanneer Brian zijn broer vastbindt aan zijn bed omdat hij naar Selma wil, zou je dat als mishandeling kunnen zien, terwijl ik het in het boek iets beschermends en teders geef. Dergelijke tegenstellingen vind ik fascinerend, omdat er misschien wel een verantwoordelijke is, maar geen schuldige. Wil Brian seks met Selma omdat hij van haar houdt, of omdat hij haar wil gebruiken? Aan handelingen is niet te zien wat de intentie is, en dat maakt ze juist zo boeiend. 2. Birk speelde op een eiland. Mag ik de instelling en de camping waar je Zomervacht situeert ook als twee eilanden zien? Robben: Als eilanden op het vasteland, inderdaad. Niet dat ik persoonlijk zo gek ben op eilanden. Al na een paar dagen begin ik naar de horizon te turen. Hoe ver is het vasteland, vraag ik me af, en kun je ernaartoe zwemmen? Als auteur vind ik het wel een interessant gegeven omdat zo'n compacte setting me toelaat mijn personages vreemdere keuzes te laten maken. In een stad heb je veel te veel mensen die vanaf de zijlijn toekijken en sturen. Ik wil de wereld niet laten meespelen. Daarom heb ik mijn research ook tot een minimum beperkt, omdat ik merk dat wanneer ik de werkelijkheid toelaat in mijn boeken ik me daar ook door laat beperken. 3. Hoe slaag je er dan in het leven in de instelling zo levensecht te laten lijken? Robben: Mijn ouders werkten vroeger in een instelling voor geestelijk en verstandelijk gehandicapten. Tot ik een jaar of drie was, namen ze me soms mee, de hele dag. Ik vond het een rare wereld. De mensen die er rondscharrelden, zag je nooit ergens anders dan daar. Er waren omaatjes die mijn knuffel aaiden en beren van kerels die me hun slaapkamer wilden laten zien. Voor mij was het een oord vol onvoorspelbaarheid, geluiden die je nergens anders hoorde en immanent geweld dat zomaar opeens kon losbarsten. Dat heb ik ook in mijn boek willen steken.