Lees ook:
...

Een sequel maken op een film die de nihilistische tijdsgeest van de nineties wist te vatten, die de ingedommelde Britse filmindustrie een shot zette en die alleen al met zijn titelsequens een iconische status verwierf? Op papier leek Danny Boyle aan een professionele zelfmoordmissie begonnen, maar op pellicule, of beter: in high definition, valt het resultaat nog wel mee. Tenminste toch voor een capermovie over vier Schotse lads die een potje lopen te zeuren over hoe zwaar een midlifecrisis zelfs voor ex-junkies wel weegt. Het verhaaltje - gebaseerd op Irvine Welsh' schelmenroman Porno, maar geen adaptatie ervan - heeft weinig om het lijf en toont hoe Renton (Ewan McGregor) zijn voormalige drug buddies Sick Boy, Spud en Begbie na twintig jaar tegen het lijf loopt, waarop nieuwe louche plannen worden gesmeed, familiale issues beslecht en openstaande rekeningen vereffend. Boyle houdt er stevig de pas in en knipt en plakt de blitse, postmoderne montagestijl waarmee hij eind jaren negentig school maakte naadloos naar het hier en het nu. Maar niet alleen de tijden en de personages zijn veranderd. Ook de dialogen missen het venijn van weleer en de eerste film loert als een nostalgieziek, zelfbewust spook om elk hoekje. Zelfs de wc-pot uit deel één krijgt een cleane cameo. 'We're here as an act of memorial', observeert Renton, waarop Sick Boy repliceert: 'Nostalgia, that's why you're here. You're a tourist in your own youth.' Een onderhoudende maar weinig memorabele trip down memory lane, in het gezelschap van vier verlepte Schotten die op hun manier dan toch voor het leven, een familie en een carrière hebben gekozen.