David Lynch, met Laura Dern, Jeremy Irons, Justin Theroux, Harry Dean Stanton, Grace Zabriskie
...

David Lynch, met Laura Dern, Jeremy Irons, Justin Theroux, Harry Dean Stanton, Grace Zabriskie Dat David Lynch in zijn weirdness toch zo voorspelbaar geworden is. Dat het toch wel gemakzuchtig is om mysterythrillers geen ontknoping te geven. Dat zijn eerste oefening in digital video veel minder mooi en geraffineerd oogt dan we van hem gewend zijn: bla, bla, bla. In hun ongenoegen en frustratie over zijn nieuwste bad trip tonen de Lynchbashers zich vooral duizend keer voorspelbaarder dan de master of the uncanny himself, en laat er dan ook geen nanoseconde twijfel over bestaan: als David Lynch over enkele decennia royaal veel plaats krijgt toebedeeld in filmencyclopedia, dan zal dat niet in de eerste plaats te danken zijn aan picco bello films als The Straight Story of Wild at Heart, maar aan Eraserhead, Mulholland Drive en deze INLAND EMPIRE: radicale vormexperimenten die tot ver buiten de mainstream en diep in het moerasdonkere hart van Amerika kronkelen, cinema tot zijn essentiële, semantische clash van beeld en geluid reduceren en waarmee Lynch zichzelf tot waardige erfgenaam van beeldenmagiërs als Cocteau, Vertov en Buñuel kroont. Bovendien is het bijna drie uur durende, losjes tussen Hollywood en Polen, vuile bruintinten en grofkorrelig zwart-wit, Lynch-habitués (Justin Theroux, Harry Dean Stanton, Diane Ladd, Laura Harring etc.), reuzenkonijnen en verwaaide passanten zappende INLAND EMPIRE niet half zo elitair of amorf als de eerste helft van deze zin en het gekrakeel van de non-believers doen bevroeden. Onderwerp van deze 'mysterythriller over een vrouw met problemen' - aldus de immer cryptische Lynch - is de psychische 'transformatie' en mentale reis van Hollywoodactrice Nikki Grace (een hyperintense Laura Dern. We volgen haar niet alleen tijdens het draaien van een vervloekte film met Jeremy Irons als regisseur, maar ook bij visites van haar creepy buurvrouw, op nachtelijke trips langs de hoeren van Hollywood Boulevard en zelfs in haar klamme, door zwijgende soapfiguren met konijnenkoppen bevolkte nachtmerries. Wie het 'landinwaartse imperium' van Lynch betreedt, laat zijn logische eisen en vaste parameters met andere woorden beter aan de ingang achter. De 'Alice in Onderland'- of Francis Bacon-achtige trip die u te wachten staat, schiet aan alle promoslogans en genredefinities voorbij en leidt met zijn instinctieve, veeleer schilderkunstige benadering van het medium, rudimentaire digitale fotografie, dreigende bruitage, absurde humor en bizarre associaties zelfs tot een bijna hallucinogeen effect. Oren en ogen wijd open dus, al was het maar omdat Lynch met een digitaal scalpel het wezen van de cinema durft te dissecteren en u aldus drie uur lang laat puzzelen, zuchten, grinniken, joelen en bibberen tegelijk. Weird at heartand wild on top, die Lynch. Dave Mestdach