Steven Spielberg met Harrison Ford, Cate Blanchett, Shia LaBeouf, John Hurt, Ray Winstone
...

Steven Spielberg met Harrison Ford, Cate Blanchett, Shia LaBeouf, John Hurt, Ray Winstone Alleen wie de voorbije weken in een coma lag, zal de hype rond de langverwachte comeback van Indiana Jones zijn ontgaan. Helaas, de slim georkestreerde marketing overtreft de film: een zwierige blockbuster is het niet geworden. Niet alleen is het verhaal - iets over geheime goudschatten, bovennatuurlijke krachten, atoombommen en snode Russen - verbazend vlak en karikaturaal. Ook met een overdosis aan langgerekte actiesequensen, pseudo-exotische decors en blitse CG-shots die veeleer in een James Bondfilm lijken thuis te horen, doet regisseur Steven Spielberg zijn imago als keizer van de blockbuster oneer aan. Negentien jaar na The Last Crusade - het vorige en derde deel uit de Indy-franchise - duikt 's werelds favoriete archeoloog terug op in het Amerika van de late jaren vijftig waar de angst voor een rode invasie epidemische proporties heeft bereikt. Onder aanvoering van ijzeren Stalin-babe Irina Spalko (Cate Blanchett, met zwaar Oekraïens accent) proberen de Ruski's een eeuwenoude kristallen schedel te jatten, die volgens de overlevering telepathische superkrachten bezit waarmee eenieders geest kan worden gemanipuleerd. Dat is uiteraard buiten de patriottische professor Jones gerekend. Hij slaagt erin aan zijn communistische belagers te ontsnappen, om vervolgens tot diep in de jungle van Latijns-Amerika af te dalen. Daar zou volgens dezelfde overlevering de pre-Columbiaanse goudstad verscholen liggen waar de kristallen schedel vandaan komt. Zijn reisgezellen? De jonge nozem Mutt Williams (Shia LaBeouf als de lightversie van Marlon Brando in The Wild One), zijn oude vlam Marion (Karen Allen, inclusief haar eightiescoupe) én noodgedwongen ook de rode brigade van Spalko, die Indy zelfs tussen de cryptes, moerassen, watervallen, schorpioenen, slangen en rode mieren van Latijns-Amerika blijft achtervolgen. In feite is Indy IV één lange chasemovie, maar veel opwinding, ironie of bravoureuze actie - de ingrediënten die van delen een tot drie geestig blockbustervertier wisten te maken - vallen er niet te bespeuren. Alleen de licht overbelichte retrofotografie in de kitschkleurtjes van de fifties en Spielbergs overzichtelijke beeldvoering jagen de pols even omhoog, al blijft het geheel te mak en onevenwichtig om de door nostalgie opgeblazen verwachtingen in te lossen. Bovendien staat Harrison Ford - ondanks de capriolen, de zweepslagen, de chronische grijns en zijn kwieke, jonge sidekick Shia LaBeouf - statischer te acteren dan ooit tevoren waardoor het tempo voortdurend wordt gedrukt en je bij momenten het gevoel overvalt dat je naar een pastiche van een pastiche zit te gapen. Voeg daar nog de door producent en Indy-bedenker George Lucas ingegeven infantiele humor en de onvermijdelijke harige beestjes aan toe en je krijgt een comeback die uiteindelijk meer wegheeft van een kaak- dan van een zweepslag. Dave Mestdach