De honderdste verjaardag van de start van Wereldoorlog I moet nog komen, maar de herdenking van de Groote Oorlog is ondertussen al een tijdje volop aan de gang. En eerlijk gezegd begin ik het gevoel te krijgen dat we enerzijds over een viertal jaar echt wel een beetje herdenkingsmoe zullen zijn, en dat we anderzijds het beste programma over de oorlog al gehad hebben. Dan heb ik het voor alle duidelijkheid over Ten oorlog, de reportagereeks waarin Arnout Hauben en zijn kompanen de frontlinie van toen afstapten en praatten met de vele passanten die ze onderweg tegenkwamen. Ten oorlog slaagde erin om aan de hand van t...

De honderdste verjaardag van de start van Wereldoorlog I moet nog komen, maar de herdenking van de Groote Oorlog is ondertussen al een tijdje volop aan de gang. En eerlijk gezegd begin ik het gevoel te krijgen dat we enerzijds over een viertal jaar echt wel een beetje herdenkingsmoe zullen zijn, en dat we anderzijds het beste programma over de oorlog al gehad hebben. Dan heb ik het voor alle duidelijkheid over Ten oorlog, de reportagereeks waarin Arnout Hauben en zijn kompanen de frontlinie van toen afstapten en praatten met de vele passanten die ze onderweg tegenkwamen. Ten oorlog slaagde erin om aan de hand van tientallen kleinere verhalen de grote geschiedenis te vermenselijken, te laten zien hoe WO I ingegrepen had in het landschap van Europa en het leven van miljoenen inwoners op het continent. Net die menselijke factor ontbreekt wat in In Vlaamse velden, de groots opgezette en aangekondigde dramareeks over de Eerste Wereldoorlog, de duurste serie ooit gemaakt in Vlaanderen. Dat is nochtans vreemd want het opzet van In Vlaamse velden is net om het verhaal achter WO I te tonen door de ogen van één Gents gezin, waarvan de leden op verschillende manieren betrokken worden bij de gevechten aan het front en de bezetting. Een goed concept, alleen komen die personages zo weinig uit de verf dat de reeks te vaak een didactisch geschiedenislesje wordt in plaats van goed tv-drama. In plaats van mensen van vlees en bloed zijn de leden van de familie Boesmans tot nu toe vooral doorgeefluikjes voor alle verhalen, invalshoeken en gebeurtenissen die de scenaristen per se mee wilden geven aan het publiek. Omdat er weinig aandacht gaat naar het innerlijke leven en de psychologie van de personages en ze vooral moeten reageren op alles wat ze wordt toegeworpen, zit het In Vlaamse velden ook niet altijd even goed qua geloofwaardigheid. Dat pater familias en gynaecoloog Philippe Boesmans per se een plaatsje wilde bemachtigen binnen de Gentse universiteit lijkt vooral ingegeven door de drang van de scenaristen om de strijd om de vernederlandsing van die instelling ook nog ergens binnen te wurmen. En de 15-jarige Marie zou als centraal personage de dragende kracht moeten zijn van de serie, maar haar evolutie van pubermeisje dat er mee voor zorgt dat enkele ondergedoken Duitsers sterven naar would-be verpleegster was in de eerste afleveringen soms zo geforceerd dat ze voorlopig een van de zwakkere punten is. Is In Vlaamse velden dan helemaal een tegenvaller? Dat ook niet: de titelgeneriek is een van de mooiste ooit gemaakt in Vlaanderen - zelfs al doet hij erg denken aan de getekende beginbeelden van het Amerikaanse oorlogsdrama The Pacific -, de muziek van Jef Neve is stemmig en nooit opdringerig en er zitten scènes in de reeks die visueel erg knap in elkaar steken. Maar zoals zo vaak in Vlaamse tv-velden schiet het scenario tekort om de hoge ambities waar te maken.** Elke zondag, één DOOR STEFAAN WERBROUCKNET DE MENSELIJKE FACTOR VAN TEN OORLOG ONTBREEKT IN IN VLAAMSE VELDEN. DE PERSONAGES KOMEN ZO WEINIG UIT DE VERF DAT HET TE VAAK EEN DIDACTISCH GESCHIEDENISLESJE WORDT.