THE GRANDMASTER
...

THE GRANDMASTER Vanaf 17/4 in de bioscoop, ook te zien op het Mooovfestival, mooov.be Berlijn. Een ijzige maandag. 16.30 uur. Anderhalf uur zit ik ondertussen in een chique suite van het Ritz Carlton te wachten op Wong Kar-wai, maar dat de Chinese maestro niet meteen in stiptheid excelleert, is niet bepaald nieuw: van afspraken missen en vertraging oplopen heeft Wong de voorbije jaren een sport gemaakt. Denk maar aan zijn magistrale sixtiesballade In the Mood for Love (2000), die pas na drie jaar draaien, tal van reshoots, personeelswissels en hermontages in Cannes in première ging. Of herinner u het gedoe over opvolger 2046 (2004), zijn weelderige mozaïek waaraan zo mogelijk nog langer werd gesleuteld, opnieuw met alle gemiste deadlines van dien. Met zijn nieuwe film The Grandmaster, een historisch epos over kungfulegende Ip Man (1893-1972), was het nog erger. De persconferentie waarop Wong en zijn fetisjacteur Tony Leung het project presenteerden, dateert al van 2003. Nochtans was vijf jaar geleden - kort na de release van Wongs ontgoochelende Amerikaanse 'tussendoortje' My Blueberry Nights (2007) - met de productie ervan begonnen. Rigoureuze research, in extremis herwerkte scripts, ongevallen op de set en Wongs notoire perfectiedrang - soms doet hij tot vijftig takes over één enkel shot - zorgden ervoor dat het resultaat ook ditmaal ellendig lang op zich heeft laten wachten. Dat tijd een relatief begrip is bij 'WKW' - meer merknaam dan afkorting - blijkt overigens niet alleen uit de productieverhalen die over hem de ronde doen. Ook zijn films hebben steeds iets mijmerend, melancholisch en etherisch. Wie bij 'kungfufilm' denkt aan de knallende knokprenten van Bruce Lee, die indertijd de stiel leerde van Ip Man, is bij The Grandmaster alvast aan het verkeerde adres. Wat je krijgt, is een impressionistisch portret waarin weliswaar heel wat zwierige actiechoreografieën zitten (uitgetekend door Yuen Woo-ping, de martialartsveteraan die ook de stunts in Ang Lees Crouching Tiger, Hidden Dragon en Tarantino's Kill Bill coördineerde), maar waarin Wong vooral focust op het gevoelsleven van de Chinese volksheld, op de clash tussen het spirituele en het materiële, inclusief digitaal bewerkte slowmotionbeelden, romantische intermezzo's, fetisjistische close-ups van gezichten en objecten en piekfijn gedesignde jarendertig- en -veertigdecors. Terwijl mijn gedachten afdwalen naar Chungking Express (1994), Fallen Angels (1995), Happy Together (1997) en andere parels waarmee Wong zich in de jaren negentig tot arthousekeizer kroonde, snauwt een nerveuze persattaché me plotseling toe: 'He has arrived.' En warempel: geflankeerd door een grotere entourage dan de gemiddelde Hollywoodster en met zijn eeuwige zonnebril op de neus zie ik de inmiddels 54-jarige filmdandy eindelijk het hotel binnenwandelen. Dat The Grandmaster in zijn heimat China ondertussen zijn eerste blockbuster is, kan Wongs robuuste zelfvertrouwen alleen maar groter hebben gemaakt, bedenk ik in de gauwte. Of zouden de gemengde kritieken waarop zijn dromerige krijgskunstepos hier in Berlijn werd onthaald - van 'superieur actiegedicht' tot 'fraai verpakte lege doos' - zijn humeur hebben verpest? WONG KAR-WAI:The Grandmaster focust op Ip Man, maar gaat over meerdere kungfumeesters, over de rivaliserende scholen uit de verschillende streken van China. Vandaar eerst dat meervoud. Het was mijn zoon die me ervan overtuigde het meervoud te laten vallen. The Grandmaster klinkt simpeler en krachtiger. WONG: Klopt, maar die verschillen niet zoveel. De Chinese versie duurt dertien minuten langer en heeft een iets andere structuur. De release in China was voorzien voor eind december en ik moest me reppen om tijdig klaar te zijn. Ik was niet over alles honderd procent tevreden en heb nog wat wijzigingen aangebracht voor de Europese première, kleine dingen. In de Chinese versie zit een scène waarin Ip Man het heeft over zijn familie die een winkel uitbaat in de Bonham Strand, hartje Hongkong. Elke Chinees kent die wijk en haar geschiedenis, maar voor westerlingen is dat overbodige en verwarrende informatie. Ze hebben het vaak al lastig genoeg om de personages uit elkaar te houden. (lacht)WONG: Acht, negen jaar is maar een kort moment voor wie met de kungfufilosofie vertrouwd is. Ik vind dat ik het nog snel voor elkaar gekregen heb, gelet op de omvang van het project en de ongelofelijke hoeveelheid feiten en verhalen. Een van de kungfumeesters die ik heb ontmoet, geeft enkel les bij dageraad en zijn jongste pupil is 54. Tijd is een relatief begrip in de traditionele kungfuwereld. WONG:(knikt) Als tiener was ik gek op kungfu: eerst op de boeken en daarna op de films. Vooral die met Bruce Lee en die uit de filmstudio van de Shaw Brothers. Ik heb zelf nooit lessen gevolgd omdat ik niet erg atletisch aangelegd was. Je moet begrijpen dat kungfu voor een Chinees iets anders is dan voor een westerling. In het Westen is het vooral een sport. Voor ons is het een levensstijl, een filosofie, een traditie die van vader op zoon, van meester op leerling wordt doorgegeven. Voor ons is Bruce Lee niet enkel een coole filmster die slechteriken neermept. Hij is een leraar en een dichter die poëzie schrijft met zijn lichaam. Ik hoop dat mijn film dat duidelijk maakt voor de westerse kijkers. De filosofie is minstens zo belangrijk als de actie. Je kunt een kungfuduel ook winnen met woorden. Door je tegenstander verbaal schaakmat te zetten. WONG: Nee, maar de boeken en documentaires over Bruce Lee hebben het idee wel gevoed. In de jaren negentig wilde ik al een biopic over Ip Man maken, maar hoe meer ik over hem las en leerde, hoe meer ik ervan overtuigd raakte de film uit te breiden naar het hele kungfulandschap en zijn geschiedenis. Ik heb drie jaar heel China doorkruist in Ips voetsporen en alle plekken bezocht die cruciaal zijn om zijn ideeën en zijn ziel te kunnen doorgronden. Over die zoektocht heb ik, tegelijk met The Grandmaster, ook een documentaire gemaakt. WONG: Je zou kunnen zeggen dat Ip Man de legende inging omdat hij toevallig Bruce Lees leermeester was. Maar als je dieper graaft, merk je dat zijn leven een microkosmos is voor de Chinese geschiedenis van de twintigste eeuw. Van de Qingdynastie over de republiek tot de oorlog met de Japanners en de Chinese burgeroorlog: hij heeft het allemaal meegemaakt. Helaas vertegenwoordigt hij een rijke traditie die dreigt te verdwijnen en tot louter sport te worden gereduceerd. Zelfs in China. Veel ouders durven hun kinderen niet langer naar een martialartsschool te sturen, waar je tot acht uur per dag onderwezen wordt in krijgskunst en de achterliggende filosofie. Ze willen dat hun kinderen een 'nuttig' diploma halen. Veel oude meesters die ik heb ontmoet en wier namen ook op de credits staan, zijn inmiddels overleden en hebben geen opvolger gevonden. Deze film is een hommage aan hen en aan hun erfenis. WONG: Hongkongers hebben zich altijd Chinees gevoeld. Ik zie geen wezenlijk verschil. In het begin was het wennen, omdat plots alles door een centrale overheid werd geregeld en gecontroleerd, maar die is soepeler geworden en ondertussen genieten we dezelfde vrijheid als in de jaren tachtig en negentig. In die tijd waren actiefilms uit Hongkong een internationaal begrip: snel en goedkoop geproduceerd voor de westerse markt, maar toch kwalitatief vaak beter dan hun westerse genregenoten. Omdat er een ziel en een filosofie in zat, hoe commercieel ze ook waren. Door ons exportsucces zijn we echter een stuk van die culturele identiteit verloren. Vandaar dat ik met The Grandmaster een 'Chinese' kungfufilm heb willen maken, over en geworteld in onze tradities. Maar dan wel een die ook westerse kijkers aanspreekt. WONG: De dingen zijn veranderd sinds ik eind jaren tachtig begonnen ben, dat klopt. Films als Chungking Express en Fallen Angels deden het goed in Europa en Amerika, maar waren piepkleine arthousereleases in Hongkong. Voor een grote, dure film als The Grandmaster(budget: 50 miljoen dollar, nvdr.) zal de grootste recette wellicht uit China komen. Tenzij ik net als Ang Lee met Crouching Tiger, Hidden Dragon ook in de States een hit scoor, wat onwaarschijnlijk is. Het is dus niet zo dat ik commerciëler ben geworden. The Grandmaster vertelt in eerste instantie een Chinese geschiedenis en leunt daarom misschien wat makkelijker aan bij het Chinese publiek. WONG: Het is onze zevende film samen. We zijn twee verschillende lichamen, maar we delen dezelfde ziel. Tony is niet alleen een van de beste acteurs ter wereld, hij is ook telkens bereid zich volledig aan mijn projecten te wijden. Dat is uniek als je weet dat ze vaak meerdere jaren in beslag nemen. De opnames hebben deze keer ook een halfjaar stilgelegen, omdat Tony zijn arm gebroken had tijdens een vechtscène, maar aan opgeven heeft hij nooit gedacht. Ik ook niet, trouwens, dus hij kon niet anders dan snel revalideren. En verder vechten met een brace onder zijn kostuum. (lacht) Ik geef mijn acteurs ook nooit vooraf een script mee. Mijn films transformeren voortdurend. Wat voor zin heeft het om het menu van gisteren te kennen? Je appetijt verandert nu eenmaal. Ik laat me inspireren door de omgeving en de mensen rondom mij. Daar hebben veel acteurs het moeilijk mee, maar Tony niet. WONG: Nee. Ik moet eerst Ip Man van me afschudden vooraleer ik aan een nieuw project kan denken. Stel me die vraag volgend jaar nog eens opnieuw. Of binnen drie jaar. Dat is veiliger in mijn geval. (lacht) DOOR DAVE MESTDACHWong Kar-wai 'IEMAND ALS BRUCE LEE IS VOOR CHINEZEN MEER DAN EEN COOLE FILMSTER DIE SLECHTERIKEN NEERMEPT. HIJ IS OOK EEN LERAAR, EEN DICHTER DIE POËZIE SCHRIJFT MET ZIJN LICHAAM.'