Begin jaren 80 was Marvin Gaye een ster op zijn retour. Hij had zich vastgereden in Londen, op de vlucht voor een vecht-scheiding, de Amerikaanse fiscus en het zoveelste, beslissende dispuut met zijn label Motown. Toen de berooide, aan cocaïne verslaafde zanger door de Oostendse impresario en pensionhouder Freddy Cousaert werd overgehaald om zich aan de Belgische kust te komen oplappen, vormde dat het begin van een van de merkwaardigste wederopstandingen uit de popgeschiedenis. De decors bij dit verhaal? Het conservatieve Oostende, een negentiende-eeuws landhuis in de polders en een studio in het Waalse gehucht Ohain.
...