Eerste zin 'Vindt u het goed als ik bij u kom zitten?' vroeg de vreemdeling.
...

Eerste zin 'Vindt u het goed als ik bij u kom zitten?' vroeg de vreemdeling. Kim Leamy is een Australische fotografe die op de avondschool waar ze les geeft plots wordt aangesproken door een vreemde man. Hij beweert dat zij Sammy Went is, een peuter die een kleine dertig jaar geleden uit haar huis in Kentucky is verdwenen. Een snelle DNA-test veegt Kims twijfels van tafel - zij is wel degelijk Sammy - maar hoe is dat dan gegaan? Wat was de rol van wijlen haar moeder - of toch de vrouw van wie ze altijd gedacht heeft dat ze haar moeder was - in de hele affaire? Ze besluit zelf op onderzoek te gaan in Amerika. Haar biologische moeder, zo blijkt, raakte na de verdwijning in de ban van een fundamentalistische pinkstergemeenschap waar slangenbezweerders en duiveluitdrijvers de dienst uitmaken. De geheimen die ze over haar familie en buren ten tijde van haar verdwijning ontdekt, zijn niet mis: haar vader had een homoseksuele relatie met een buurjongen, de zwarte sheriff die het onderzoek leidde, werd vermoord en het oordeel van de slangendominee was allesbepalend. Klinkt als een ijzersterk verhaal, maar dit debuut vertoont ook alle kenmerken van een eerste boek. Dat Christian White zijn true crime kent, is duidelijk. Dat hij als scenarist weet hoe hij personages, plotwendingen en cliffhangers moet gebruiken ook. Maar hij mist een eigen stem en klinkt voor een Australiër net iets te Amerikaans om al echt te overtuigen. Toch is dit een fascinerende thriller: de hoop dat een plots verdwenen kind ooit weer zal opduiken, is universeel en het broeierige achterland van Amerika, met slangenbezweerders en Darwin-ontkenners, zorgt voor een verontrustende setting.