De jongste jaren kreeg de Berlinale vaak harde kritiek te verduren voor zijn lukrake programmering. En vooral wegens zijn slappe competitie, in vergelijking met Cannes. Maar wie de line-up van de voorbije edities overloopt, moet vaststellen dat spraakmakende films als A Separation (Asghar Farhadi, 2011), The Turin Horse (Béla Tarr, 2011), Tabu (Miguel Gomes, 2012), The Act of Killing (Joshua Oppenheimer, 2012) en The Grand Budapest Hotel (Wes Anderson, 2014) stuk voor stuk in Berlijn in première gingen.
...

De jongste jaren kreeg de Berlinale vaak harde kritiek te verduren voor zijn lukrake programmering. En vooral wegens zijn slappe competitie, in vergelijking met Cannes. Maar wie de line-up van de voorbije edities overloopt, moet vaststellen dat spraakmakende films als A Separation (Asghar Farhadi, 2011), The Turin Horse (Béla Tarr, 2011), Tabu (Miguel Gomes, 2012), The Act of Killing (Joshua Oppenheimer, 2012) en The Grand Budapest Hotel (Wes Anderson, 2014) stuk voor stuk in Berlijn in première gingen. Deze 65e editie bouwde discreet maar gedecideerd op dat positieve elan voort. Zo viel er nieuw werk van arthousehabitués als Wim Wenders (Every Thing Will Be Fine), Werner Herzog (Queen of the Desert) en Terrence Malick (Knight of Cups) te zien, zelfs al kun je die titels bezwaarlijk als carrièrepieken beschouwen. Ook nu lieten enkele jongere en/of minder bekende filmauteurs zich gunstig opmerken, wat van de Berlinale - ondanks en vooral dankzij de alsmaar hardere concurrentie van Cannes - misschien wel het meest avontuurlijke en in elk geval meest onvoorspelbare A-festival ter wereld maakt. De films die bij het verzamelde journaille op het meeste applaus konden rekenen, waren allebei van Chileense makelij. Met name The Club van Pablo Larraín en El botón de nácar van Patricio Guzmán. In dat eerste, met de Zilveren Beer bekroonde drama vertelt de maker van eerdere festivalfavorieten Tony Manero (2008) en No (2012) het donkere verhaal van een groep priesters die om diverse redenen - onder meer pedofilie - uit hun parochies werden verbannen, sindsdien samenhokken en zich onledig houden met hondenraces, tot het bizarre clubje met een van zijn voormalige slachtoffers wordt geconfronteerd. Net als in zijn vorige films, die de fascistische junta van generaal Pinochet als rode draad hadden, verkent Larraín ook nu politiek gechargeerd terrein en schuwt hij geen enkel heilig huisje, maar dan zonder in goedkope exploitatie te vervallen of zijn koele, afstandelijke stijl te verraden. Zo mogelijk nog politiek gekleurder is Guzmáns documentaire El botón de nácar, die werd bekroond met de prijs voor het beste scenario. Zoals steeds weet de ervaren documentairemaker zijn historisch-humanistische thematiek op een poëtische, zowel metafysische als aardse manier te benaderen. Legde Guzmán in zijn uitmuntende voorganger Nostalgia de la luz (2010) de link tussen graven in het onmetelijke verleden van het heelal en graven in het meetbare verleden van de Pinochet-dictatuur, dan weeft hij deze keer opnieuw twee schijnbaar op zichzelf staande verhalen dooreen. Een deel van deze uit interviews, archiefmateriaal en monumentale natuurbeelden opgetrokken film focust op de slachting van de inheemse bevolking van Patagonië door de blanke kolonisten, een ander op de moord op duizenden dissidenten onder Pinochet. Met de bekroning van beide Chileense films doet de Berlinale, deze keer met Darren Aronofsky als juryvoorzitter, haar reputatie van politiek filmforum alle eer aan, en ook de Gouden Beer-winnaar dit jaar kan, zonder zijn artistieke kwaliteiten te kort te doen, als een politiek statement worden gezien. De hoofdprijs ging namelijk naar Taxi van de Iraanse regisseur Jafar Panahi, die vijf jaar geleden door het islamistische regime in zijn thuisland - ondanks een internationale petitie en de druk van mensenrechtenorganisaties - onder huisarrest werd geplaatst en een filmverbod van twintig jaar kreeg opgelegd voor het verspreiden van 'anti-Iraanse propaganda'. Gelukkig liet Panahi zich niet muilkorven door de repressieve powers that be, want het bekroonde Taxi is ondertussen al de derde clandestien gedraaide film die de inmiddels 54-jarige maker van neorealistische parels als De witte ballon (1995), Crimson Gold (2003) en Offside (2006) het land uit weet te smokkelen. In 2011 kon zijn videodagboek This Is Not a Film in Cannes in première gaan nadat hij een USB-stick had verstopt in een taart. In 2013 draaide hij met een equipe van vier vrienden in zijn eigen huis het metazelfmoorddrama Closed Curtain, dat ook al in de prijzen viel in Berlijn. Nu is er dus zijn derde illegale film. Daarin gaat de Iraanse martelaar van de vrije meningsuiting zowel letterlijk als figuurlijk nog een stap verder. In het tegelijk ernstige en grappige Taxi zie je Panahi de Iraanse hoofdstad Teheran doorkruisen met een taxi. Hij pikt verschillende passagiers op, verleidt hen tot gesprekken over wetten, censuur en cinema en lijkt ondertussen tegen het ayatollahregime te zeggen: 'Je kunt me proberen aan banden te leggen zoveel je wil, we zijn met miljoenen en we hebben onze moed en ons gevoel voor humor niet verloren.' Uiteraard was het niet Panahi zelf die de Gouden Beer kwam oppikken, maar wel zijn door emoties overmande nichtje. Een andere titel die de 65e editie kleurde, was 45 Years van de Brit Andrew Haigh, een relatiedrama over een huwelijk dat na 45 jaar op springen staat, met prima acteerprestaties van Charlotte Rampling en Tom Courtenay, die respectievelijk tot beste actrice en beste acteur werden gekroond. Aan fraai bekend volk - geen festival zonder een portie glamour - was er overigens geen gebrek. Vielen onder meer te spotten op de rode loper: Nicole Kidman, Christian Bale, Natalie Portman, Cate Blanchett, James Franco en Robert Pattinson, terwijl ook de cast en crew van Fifty Shades of Grey de sowieso al hitsige hype omtrent de tamste sm-film ooit nog wat kwamen aanzwengelen. Zelfs Terrence Malick tekende present in Berlijn. De notoir mediaschuwe, zelden gefotografeerde en nooit geïnterviewde Malick hield zich zoals steeds ver van de schijnwerpers, stuurde zijn kat naar de persconferentie, maar liep uw dienaar toevallig tegen het lijf in een hotellobby. Over welke metafysische topics Terry en ik het hadden - uiteraard op fluistertoon, tijdens magic hour en met epische klassieke muziek op de achtergrond? Dat blijft voor u een vraag en voor ons een weet. Tschüs.