Elephant Op 16/10 om 20.00 in Kinepolis 4, op 17/10 om 14.30 in Kinepolis 2. Vanaf 12 november in de bioscoop
...

Elephant Op 16/10 om 20.00 in Kinepolis 4, op 17/10 om 14.30 in Kinepolis 2. Vanaf 12 november in de bioscoop gerry Vanaf 19 november in de bioscoop Gus Van Sant (1953), die op het toneel verscheen met de half- poëtische junkiekroniek Drugstore Cowboy en de grillige roadmovie over tienerprostitutie My Own Private Idaho, is nooit een slaaf van het systeem geweest. Hij maakte hooguit enkele twijfelachtige keuzes ( Good Will Hunting, Finding Forrester) en ging zo nu en dan flink uit de bocht ( Even Cowgirls Get the Blues, Psycho). Verleden jaar maakte hij zijn fouten uit het verleden echter in één klap goed met het meesterlijke Gerry. De intense en hypnotiserende tocht door de woestijn met coscenaristen Matt Damon en Casey Affleck in de hoofdrol werd een van de hoogtepunten van de vorige editie van het Filmfestival van Gent. Na Gerry komt de filmmaker andermaal met een eigengereid werkstuk op de proppen: Elephant, waarvoor Van Sant in Cannes niet alleen de Gouden Palm kreeg, maar ook de prijs voor beste regisseur. Dat is des te opmerkelijker, aangezien Elephant oorspronkelijk enkel bedoeld was voor televisie en Van Sant zonder noemenswaardig scenario aan de slag ging. Elephant is een onverbiddelijke kroniek over een schietpartij op een Amerikaanse school, waarbij Van Sant met ellenlange shots en een ingenieuze montage het noodlottige voorval belicht vanuit verschillende standpunten en op verschillende momenten van de dag. De film is losjes gebaseerd op de tragedie in Columbine, waarover Michael Moore al zijn documentaire Bowling for Columbine maakte. Gus Van Sant: De afgelopen jaren zijn mensen dan ook ernstiger over het onderwerp beginnen nadenken. De schietpartij in Columbine gaf de doorslag. If it could happen there, it could happen anywhere. Na Columbine heb ik onmiddellijk besloten een docudrama te draaien over die twee jongens die op een doordeweekse dag naar school gaan, iedereen omverknallen en vervolgens zelfmoord plegen. Gewoon omdat ik er met mijn verstand niet bij kon. Ik wilde onderzoeken op welke manier ze met elkaar omgingen en hoe ze tegenover hun klasgenoten en leerkrachten stonden. Een vriend van me had al vlug een uitstekend scenario klaar en de betaalzender HBO toonde interesse om het project te financieren. Ik begon er echter aan te twijfelen of we wel voor de juiste aanpak hadden gekozen en besloot het scenario overboord te gooien. Ik vond het zinniger om eerst de juiste acteurs te vinden en vervolgens met hen de plot uit te werken, tijdens de repetities en op de set. Natuurlijk zat de schrik erin dat we op verzet zouden stuiten van de productiemaatschappij of dat we op een bepaald moment vast zouden zitten, maar de opnames verliepen uiteindelijk vlekkeloos en de acteurs hebben niet weinig bijgedragen aan de plot. Van Sant: Oorspronkelijk wilden we de film ook binnen het jaar op televisie krijgen, maar na de schietpartij in Columbine lagen tv-producenten onder vuur vanwege het geweld op televisie. De schrik zat er zelfs bij de betaalzenders goed in, terwijl ze eigenlijk niet aan dezelfde wettelijke normen moeten voldoen als de andere zenders. Daarom hebben we in samenspraak met HBO besloten het project uit te stellen. Die vertraging lag trouwens mee aan de basis van mijn beslissing om het bestaande scenario te verwerpen. Plotseling was het immers minder opportuun om de drijfveren van de echte schutters uit te spitten: de verschillende media hadden elk al hun eigen versie van de feiten gegeven. We hebben ons daarom enkel laten - welja - inspireren door de schietpartij in Columbine. Het scenarioproces en de eigenlijke opnames voelden meer aan als een dans, iets muzikaals, meer als een soort gedicht dan als een onderzoek. Voor mij is Elephant in de eerste plaats een conceptfilm. Van Sant: Een essentieel onderdeel van het concept is net dat iedereen een eigen mening moet kunnen vormen. Ik moedig je aan om je al dan niet voorgekauwde mening over het onderwerp te toetsen aan de fictieve gebeurtenissen in de film, in plaats van anderhalf uur te staren naar mijn visie op wat er heeft plaatsgevonden. Op die manier speelt in feite iedereen een rol in de film. Variety en The Hollywood Reporter stonden inderdaad erg kritisch tegenover de film. Ze vonden dat ik geen visie had, omdat ik geen hapklare verklaring voor de problematiek aanreikte. Maar eigenlijk vroegen ze zich gewoon af waarom mijn film niet lekker traditioneel is. Waarom krijgen ze iets wat ze niet verwachtten? Dat was vooral hun kritiek, denk ik. Van Sant: Dat houdt geen steek. De jongens kijken op tv wel naar een documentaire over het nazisme, maar ze zijn er duidelijk niet in geïnteresseerd. Ze weten niet eens wie Hitler is. Ik wilde in de eerste plaats dat het publiek zag wat er op de televisie te zien was, niet dat de jongens ernaar keken. En neen, dat is evenmin een kritiek op het geweld op televisie. Wat die homoseksualiteit betreft, dat slaat natuurlijk op de douchescène, waarin de twee jongens elkaar kussen. Kijk, op dat ogenblik breekt voor de jongens het finale moment aan. Ze gaan zich aankleden en maken zich klaar om te vertrekken. Dan zegt een van hen dat hij nog nooit iemand heeft gekust, dus kust hij zijn vriend. Het maakt ze niets uit. Over een uur zijn ze toch dood. Een kus van twee jongens onder een douche is toch niet meteen homoseksueel? Romeinse militairen neukten toch ook gewoon met elkaar. (lacht) Niet omdat ze homoseksueel waren, maar omdat er toevallig geen vrouw in de buurt was. Van Sant: Toeval, vergankelijkheid, noem maar op. Op een bepaalde manier kun je de willekeurige slachtoffers in de film al zien opduiken als geesten, nog voor ze dood zijn. Neem nu de herhaling van het nemen van de foto op de gang. Het is alsof de jongen al vermoord is en zijn geest in het gebouw rondzwerft. In de laatste scène zie je een van de schutters trouwens stoppen en luisteren naar de stemmen rond hem. Het is een soort dans van de vergankelijkheid van de schooljeugd. Zo heeft elk personage zijn eigen problemen en leeft ook elk personage in zijn eigen wereld. Voor ons zijn dat kleine problemen, maar voor de jongeren zelf zijn ze bijzonder groot. Daar staat echter nog altijd het probleem van de twee schutters tegenover, het olifantenprobleem waar alle andere problemen bij verbleken. Het probleem ligt echter niet bij de jongeren, maar bij de ouders en de maatschappij. In de film wou ik dat onderwerp niet aansnijden, maar je moet toch toegeven dat we onze kinderen vandaag fout opvoeden. In de jaren zestig lagen we joints te roken in het gras en kwamen we op straat voor de vrede. Als onze kinderen het vandaag zouden wagen om een joint op te steken of tegen de oorlog te betogen, worden ze onder huisarrest geplaatst. Mijn vrienden van toen rijden nu met een 4x4 naar het werk en verwachten van hun kinderen dat ze presteren en gehoorzamen als militairen. Ze geven hun kinderen het gevoel dat ze goede cijfers moeten halen en zich voorbeeldig moeten gedragen of dat ze anders uit de boot zullen vallen en later in armoede zullen moeten leven. Hoe is het met mijn generatie ooit zover kunnen komen? De ironie is dat dergelijke ouders alleen maar denken dat ze hun kinderen de baas kunnen. In feite weten ze hoegenaamd niet waar hun kroost mee bezig is. Weet je in welke scholen nog nooit een schietpartij heeft plaatsgevonden? Gettoscholen. Schietpartijen vinden enkel plaats in scholen waar de veeleisende middenklasse haar kinderen naartoe stuurt. Van Sant: Wel, hij heeft gelijk. (lacht) Hij kan het trouwens weten, want hij is in Columbine naar school gegaan. In de film van Michael Moore zegt hij letterlijk dat de maatschappij hem het gevoel gaf geen kans op slagen te hebben, als zijn resultaten op school niet goed waren. Hij trok er zich gelukkig niet al te veel van aan en intussen is hij een van de succesrijkste animators van het land. Maar andere jongeren kunnen minder goed met de druk om en plegen zelfmoord. Uiteindelijk was de schietpartij in Columbine niet meer of minder dan een zelfmoordactie. De twee jongens hadden op voorhand besloten zelfmoord te plegen en wilden gewoon nog wat keet schoppen voor ze zichzelf een kogel door het hoofd joegen. Wat maakte het ze ook uit, ze waren toch nergens goed voor. Dat was althans de indruk die ze kregen. Geweld op tv heeft er niets mee te maken. Het is hooguit een van de honderden factoren die bijdragen tot het geweld in de Verenigde Staten, maar zeker geen rechtstreekse oorzaak. Kijk, als geweld op televisie schietpartijen zou uitlokken, zou- den er eenvoudigweg meer schietpartijen zijn, niet alleen in de Verenigde Staten, maar ook in Europa. Dat neemt echter niet weg dat ik mij wel degelijk zorgen maak over de overdosis geweld op televisie. Van Sant: Ik heb hem samen met de technische ploeg bekeken omdat we toen nog aan het nadenken waren over hoe we Elephant visueel zouden inkleden. Het geheel ging sowieso een documentairekarakter krijgen, dus hebben we toen nog wel meer documentaires over de thematiek bekeken. We hebben ook bewakingsmateriaal van het eigenlijke drama bekeken om de gemoedstoestand van de schutters enigszins te kunnen achterhalen. Ze zagen er opmerkelijk verveeld uit, alsof ze een routineklus aan het klaren waren. Ik heb Bowling for Columbine dus wel degelijk gezien voor we zijn begonnen, maar dan zonder mijn acteurs. Ik wou ze aan zo weinig mogelijk beeldmateriaal van de gebeurtenissen blootstellen om te vermijden dat hun prestaties beïnvloed zouden worden door de reacties en handelingen van de echte schutters en slachtoffers. Het was overigens een schitterende film, als je dat nog wilde weten. Ik kan alleen maar hopen dat Elephant evenveel stof doet opwaaien en evenveel geld oplevert als Bowling for Columbine. (lacht)Van Sant: Juist. Ik wou werken met jongeren die dagelijks naar dat soort scholen gaan. En ik vond het een leuk idee om hun namen te behouden. Hun personages staan ook dicht bij wie ze daadwerkelijk zijn. We hebben ze dan ook behoorlijk gemakkelijk gevonden. Het was iets langer zoeken naar twee geschikte jongens om de moordenaars te spelen. Ze moesten hun personages dan wel begrijpen, ze konden er zich uiteraard niet mee identificeren. Toch hebben we getracht verschillende aspecten uit hun leven eveneens in de film te verwerken. Tussen twee scènes door begon een van de jongens bijvoorbeeld Für Elise te spelen op een piano die toevallig in de kamer stond. Dat bracht me op het idee de piano naar de kamer van de twee jongens te verplaatsen, waar we de volgende dag zouden draaien. Het paste perfect bij het personage. Für Elise is bovendien een van die typische composities die ze tieners laten instuderen op de muziekschool. Het paste met andere woorden ook in de leefwereld van de jongeren. De meeste scènes zijn ook in één keer opgenomen. Daarom heb ik de film ook gewoon zelf gemonteerd. Meestal huur je een monteur in om ergens ritme in te brengen of de structuur aan te passen, maar in dit geval zat ik maar met een dozijn shots en kwam het er dus louter op aan de scènes in te korten of simpelweg te schrappen. De rest was eenvoudig plakwerk. Van Sant: Geenszins, al zal ik altijd proberen de regels te breken. Ik heb bijvoorbeeld al eens aangeklopt bij een grote studio met het idee om niet gewoon te vertrekken van een scenario, maar met het samenspel van de acteurs. De bonzen hadden er toen nog geen oren naar, maar gisteren ben ik een van hen opnieuw tegengekomen en hij was wild enthousiast over de reacties op Elephant. Plotseling zag hij het iets meer zitten om mij gewoon mijn ding te laten doen. Zo werkt het nu eenmaal. Wie weet zitten we volgende maand wel opnieuw rond de tafel om mijn volgende project te bespreken. Van Sant: Mijn remake van Psycho was inderdaad geen schot in de roos. Misschien was ik beter bij mijn eerste idee gebleven om er een punkrockversie van te maken. Onlangs heb ik aan Universal voorgesteld om mij alsnog de punkrockversie te laten inblikken, maar daar waren ze niet onmiddellijk voor te vinden. (lacht)Van Sant: Ik speel al een tijd met het idee om een remake van Drugstore Cowboy te maken, omdat ik heel iets anders voor ogen had dan wat uiteindelijk in de zalen te zien was. Er is toen gewoon een hoop misgelopen en daarom denk ik er wel eens aan om hem opnieuw in te blikken. Het origineel kreeg echter zulke uitmuntende kritieken dat ik me tegelijk ook afvraag of het sop de kool waard is, zeker na de vernietigende respons op Psycho. Van Sant:(lacht) Als ik wolken in een film stop, wordt hij doorgaans inderdaad beter onthaald. Ik weet niet wat ik heb met wolken. Ze zaten al in mijn eerste film en ik heb er sindsdien nooit afscheid van kunnen nemen. Ik denk dat het iets te maken heeft met Werner Herzogs HeartofGlass, die begon met wolken. Als je in Portland woont, zie je trouwens voortdurend een pak snel bewegende wolken voorbijkomen. Het vergt dus niet veel fantasie om ze nog een fractie sneller te laten bewegen. Met dromen heeft mijn fascinatie voor wolken overigens niets te maken. Belachelijk hoe mensen dat altijd op die manier interpreteren. Het is toch gewoon al fascinerend om te zien hoe watercondensatie een robbertje vecht met de atmosfeer en hoe als gevolg daarvan vreemde vormen ontstaan; zonder meer een knap staaltje wetenschap. Van Sant: Ook. Elephant gaat over de vergankelijkheid van het leven op de planeet. Eigenlijk betekenen wij niets meer dan het water of de wolken. We vinden onszelf onvergankelijk, maar in feite zijn we niet meer dan een hoop water. Als een steen naar ons zou kunnen kijken, zou hij snel bewegende regendruppels zien. Of zoiets. Het leven van de mens heeft toch niet meer zin dan het leven van andere materialen. Voor mij is een plastic tafel in elk geval niet ontzettend verschillend van de mens. Onze hersenen vertellen ons gewoon dat het verschil groot is. Weet je, ons brein vindt zichzelf erg bijzonder en probeert ons daarom ook wijs te maken dat wij het hoogste evolutionaire wezen zijn. Ik zie dat niet zo. Van Sant:(onverstoord) Mieren, inderdaad! Uitgedrukt in kilogram zijn er wellicht evenveel mieren op aarde als mensen. Zo oppermachtig zijn we dus niet. Door Ben Van Alboom'Weet je in welke scholen er nog nooit een schietpartij is geweest? Gettoscholen. Schietpartijen vinden enkel plaats in scholen waar de veeleisende middenklasse haar kinderen naartoe stuurt.'