Herinner je je jouw eerste optreden nog?

Williams: Alsof het gisteren was. Ik was 21. Mijn ouders waren gescheiden en ik woonde bij mijn pa in Arkansas. In de vakantiemaanden trok ik in bij mijn ma in New Orleans. Daar, in een folk music bar, Andy's, heb ik mijn podiumvrees overwonnen. Ik kreeg er meteen een vaste plek in het weekschema. Ik speelde voor gratis drank en wat fooien. Het was zo geweldig dat ik na de zomer mijn pa heb opgebeld om hem te zeggen dat ik in New Orleans wilde blijven. 'Oké', zei hij, en dat was het dan. ( Lacht)

Jouw eerst album 'Ramblin' dateert van 1978...

Williams: ( Ironisch) Wrijf het er nog maar eens in, ja.

... Maar de doorbraak kwam er pas twintig jaar later, met 'Car Wheels on a Gravel Road'. Hoe houdt een mens het zolang vol?

Williams: Passie. De morele steun van vrienden en familie. Veel dagjobs ook. En vooral: blijven spelen. Met mijn muziek viel ik tussen twee stoelen: te veel rock voor de countryfreaks, te veel country voor de rockliefhebbers. Daar heb ik na lang zwoegen een middenweg in gevonden.

Welke Gouden Raad geef je aan jonge muzikanten?

Williams. Make it happen! Zit niet te wachten tot iemand jou ontdekt, maar trek erop uit. Ga naar plekken en steden waar iets gebeurt, en speel. Al is het nu wellicht moeilijker om financieel rond te komen dan toen ik de hort op ging. Het leven is zoveel duurder nu.

Toeren in Europa, is dat iets waar je als Amerikaanse artieste nog naar uitkijkt?

Williams: Uiteraard wel. We zijn vooral benieuwd naar ons concert op het Blue Balls Festival in Luzern, al was het maar om te weten waar die naam vandaan komt. Enfin, ik toch, de lads van mijn band Buick 6 net iets minder. ( Lacht)

Stel dat je een allstargelegenheidsband mag samen-stellen, wie kies je dan?

Williams: Uit respect voor mijn band zou ik hier niet op mogen antwoorden, maar goed: ik zou gaan shoppen bij The Allman Brothers Band, Cream, The Doors en Crazy Horse. Bands met goede gitaristen, gasten die alle genres in de vingers hebben: daar zijn er vandaag te weinig van.

Je hebt op het podium gestaan met reuzen als Bruce Springsteen, Emmylou Harris en Elvis Costello. Kunnen ze jou nog iets leren?

Williams: Ik kijk er altijd van op hoe zelfverzekerd ze zijn, hoe ze er op dat podium keer op keer stáán. Daar heb ik het nog altijd moeilijk mee. Niets zo erg trouwens als een publiek waarvan je geen respons krijgt. Daar word ik heel onzeker van. En omgekeerd, als er een goede interactie is, ga ik alleen maar beter spelen. Als ik de Belgische concertgangers dus één advies mag geven: be really, really relaxed, en laat je gaan. Luister naar de stillere stuff, and get up on your dancin' feet when we rock out!

Slotvraagje: om je fans in deze moeilijke economische tijden tegemoet te komen, heb je tijdens jouw Amerikaanse tour een stevige korting op de merchandising gegeven. Een aardige geste. Zal dat hier ook zo zijn?

Williams: Hmm. Daar heb ik eigenlijk nog niet over nagedacht. Dringen jullie concertorganisatoren ook zo van die belachelijke hoge reservatiekosten op tickets op?

Dat varieert naar verluidt tussen de vijf à tien procent.

Williams: Dat valt zéér goed mee in vergelijking met Amerika. Hier loopt het soms op tot vijftig procent. Het is nauwelijks te geloven, maar als artiest heb je daar helemaal geen vat op. Dát wilde ik even duidelijk stellen naar mijn fans toe. Vandaar die kortingactie op de T-shirt- en cd-verkoop. Misschien moeten we dat ook maar in Europa doen. Weet je wat: ik praat er morgen met mijn manager over.

Thank you, ma'am!

Karel Degraeve