Hello, it's Damon.'
...

Hello, it's Damon.'De naam en de stem ken ik al meer dan twintig jaar, maar eventjes is mijn verwarring even groot als mijn verrassing. 'Damon. Damon Albarn.' Artiesten van het kaliber Damon Albarn, frontman van Blur en zoveel meer, bellen je nooit rechtstreeks op. Meestal is het een assistent of het promomeisje van de platenfirma, die je vervolgens doorverbindt. 'Ik dacht, let's get on with it', zegt Albarn, wanneer hij mijn gedachten leest. Oké dan, let's get on with it. Eind april verscheen Everyday Robots, het eerste soloalbum van het kopstuk bij Blur en Gorillaz. Niet het eerste album onder zijn eigen naam, maar het in 2003 via zijn label Honest Jon's op vinyl verdeelde Democrazy was, zoals de titel al aangeeft, een verzameling ruwe demo's en telt niet mee, net als Dr Dee, de soundtrack die hij schreef voor de gelijknamige opera uit 2012. Vierentwintig jaar heeft Damon Albarn er al op zitten, in de arena van de popmuziek. Als een van de vaandeldragers van de britpop groeit hij uit tot een van de bekendste gezichten van Engeland, maar in vergelijking met zijn gedoodverfde concurrenten destijds, de broertjes Gallagher van Oasis, blijft Albarn een relatief gesloten boek. Wanneer Blur na zeven albums een lange sabbat inlast, trekt hij zich nog verder terug, achter het mistgordijn van de virtuele cartoonband Gorillaz. Een man van gezichten en verschillende maskers. Tot nu. SOMMIGE SONGS OP EVERYDAY ROBOTS ZIJN behoorlijk autobiografisch, en die openhartigheid zette zich na de release door in sommige interviews. In het muziekmagazine Q liet de nu 46-jarige Albarn zelfs optekenen dat zijn eerlijkheid nog 'verschrikkelijke gevolgen' zal krijgen. 'Ik vind het meestal verstandig publiekelijk zo veel mogelijk uit te gaan van het worstcasescenario, het geeft je een goede uitgangspositie', klinkt het nu lachend. ''Verschrikkelijk' was dus nogal sterk uitgedrukt, maar wie heel persoonlijke, openhartige songs op een plaat zet en daar in de media nog eens grondig over uitweidt, zal vroeg of laat van iemand de rekening gepresenteerd krijgen. Het viel tot nu toe best mee, hoor, en het risico op fout geïnterpreteerd worden, was sowieso ingecalculeerd.' Grinnikend voegt hij eraan toe: 'Ik was voorbereid.' De gretigheid waarmee de media zich op de ontboezemingen in de songteksten stortten, was te voorspellen, maar toch schrok Albarn. 'Alsof ik nooit eerder rechtuit ben geweest in mijn teksten. Ik bedoel, veel directer dan op de zesde plaat van Blur, 13, kunnen songs haast niet. De media hebben een kort geheugen, vreemd genoeg. Plus: wat en hoeveel je ook doet, elke keer dat je met iets nieuws komt, word je toch in een ander hokje gestopt - en ik ben de voorbije jaren in héél veel hokjes gestopt! Nu zit ik in het hokje 'melancholische veertiger maakt intieme, dromerige plaat'. (lacht) Anyway, je hoort me niet klagen. I'm very happy where I am at the moment. De plaat is goed ontvangen, net als onze eerste liveshows. Ik kijk uit naar de zomerfestivals, en daar hoort nog een rondje promo bij, maar ik zal blij zijn wanneer ik opnieuw de krant kan lezen zonder mijn naam en mijn smoel tegen te komen.' DAT HIJ HET DEELS ZELF GEZOCHT HEEFT, HIJ GEEFT het licht morrend toe, wanneer ik verwijs naar een song als You and Me. Of had hij gedacht dat we met z'n allen over regels als 'Digging out a hole in Westbourne Grove / With tin foil and a lighter / The ship across, five days on and two days off' gingen lezen? Dat Albarn van midden tot eind jaren negentig meer dan een flirt met heroïne beleefde, had de zanger al eerder opgebiecht, en songs als Beetlebum en Caramel logen er niet om. Maar was het echt nodig om in recente interviews uit te leggen dat de harddrug hem destijds 'bevrijdde'? 'I was just being honest, you know?' kaatst hij de bal terug. 'Heroïne, en bij uitbreiding alle druggebruik, is sowieso een zeer gevoelig onderwerp, maar dat ik er ook op een creatieve manier positieve ervaringen mee gehad heb, is natuurlijk helemaal taboe. Dat besef ik ten volle, en toch is het de waarheid. Heroïne hééft me op een zekere manier bevrijd, maakte me productiever en ik boorde er nieuwe, muzikale niveaus mee aan die ik tot dan toe niet had bereikt. Doordat ik niet elke dag gebruikte, maar wel vijf op de zeven, gaf het me zelfs een zekere vorm van structuur.' Pauze. Hij praat er niet graag over. Vrouw, dochterlief en de rest van de familie lezen mee. De schrik voor het gebrek aan nuances zit er goed in, na die eerste interviews. In Amerika kopte Spin op zijn website 'Damon Albarn Has Nice Things to Say about Heroine'. Dat kan niet de bedoeling zijn geweest. 'Natuurlijk niet! Komaan, ik spreek over dingen die vijftien jaar geleden gebeurd zijn. Voor alle duidelijkheid: ik beschouw heroïnegebruik als een probleem, heel gevaarlijk, en ik ben blij dat ik ervan af ben. Want op een bepaald moment waren de creatieve bijwerkingen verdwenen en werd mijn gebruik pas echt problematisch. Ik heb veel geluk gehad dat ik me op tijd uit de greep ervan heb weten te worstelen.' Even de puntjes op de ï zetten, hoor ik hem denken, zeker wanneer hij zich tot de lezer richt: 'Wie nu met Everyday Robots een ode aan de heroïne in huis denkt te halen, zal teleurgesteld zijn. Ik praat in een paar regeltjes van één song openlijk, zonder me te verbergen achter woordspelletjes, over iets wat lang geleden gebeurd is - it is not the main attraction of the album.' GELIJK HEEFT IE, WANT BEHALVE ZIJN PERSOONlijke verleden zit er nog een andere, subtielere rode draad doorheen Everyday Robots geweven: die van de eenzaamheid in een hypergeconnecteerde wereld, de menselijke ziel versus technologie. 'We are everyday robots on our phones / The process of getting home / Looking like standing stones / Out there on our own', luidt het in de titeltrack. Tijdens The Selfish Giant bekent Albarn: 'It's hard to be a lover when the TV's on', en het is niet moeilijk om het refrein van Photographs (You Are Taking Now) te interpreteren als een aanklacht tegen de drang om elk kostbaar moment te bewaren in een digitaal kistje, in plaats van in ons hoofd: 'This is a precious opportunity / Beware of the photographs you are taking now.''Het zijn bijzonder snel evoluerende tijden', zegt Albarn daarover. 'Als songschrijver ben je haast verplicht een licht te laten schijnen over de invloed die zoiets heeft op onze leefwereld. Het is een goudader die nooit uitgeput raakt.' 'Ader', de begeleidende knipoog of grijns veronderstelt u er zelf maar bij. Tijdens de hoogdagen van Blur was de moderne wereld al een rijke bron van inspiratie voor Albarn, die zich met albums als Modern Life Is Rubbish (1993), Parklife (1994) en The Great Escape (1995) ontpopte als een goed student van Britse chroniqueurs als Ray Davies van The Kinks en Paul Weller, ten tijde van The Jam, eind jaren zeventig. Een tekst als die van Wellers In the Crowd had zo uit Albarns pen kunnen vloeien: 'I fall into a trance at the supermarket / The noise flows me along as I catch falling cans / Of baked beans on toast, technology is the most.' Hij gaat akkoord, en erkent de Modfather als een belangrijke invloed, en een vriend. 'Meer zelfs, Paul was de eerste die me opbelde om te zeggen dat hij het album goed vond. Heel fijn van hem, want ik ben een fan en we zitten vaak op dezelfde lijn. Dat zijn songs vandaag nog steeds - of opnieuw - relevant zijn, bewijst ook dat, ondanks de zogezegde vooruitgang, er niks nieuws onder de zon is.' Modern life is dus nog steeds rubbish? 'Natuurlijk, modern life will always be rubbish! Het heden is de opeenhoping van het verleden, en dat brengt een steeds groter wordende hoop troep mee.' HET CURRICULUM VAN DAMON ALBARN OOGT IN elk geval bepaald indrukwekkend, aan werk is er voor deze polyvalente artiest nooit gebrek. Een zigzaggende muziekcarrière was het tot dusver al, die inmiddels verschillende continenten bestrijkt en raakvlakken heeft met zowat elke muziekgenre. Of hij nu met Paul Simenon van The Clash een gelegenheidsband uit de grond stampt, met Brian Eno naar Mali trekt om er met lokale muzikanten in een jeugdhuis een plaat in te blikken, of een soulmonument als Bobby Womack reanimeert, Albarn rolt met onvermoeibaar enthousiasme van het ene nieuwe project in het andere. Om het met de onsterfelijke woorden van Paul Jambers te zeggen: wat drijft hem? 'Een artiest is nooit te oud om te groeien,' luidt het antwoord, 'en de truc is om steeds in beweging te blijven, liefst van al voorwaarts. Neem nu Bobby Womack, die had gewoon een zetje in de goede richting nodig. Ontmoet nieuwe mensen, ga naar nieuwe plaatsen, probeer nieuwe smaken uit. Dat is wat ik de voorbije jaren gedaan heb en wat ik de tijd die mij nog rest op aarde wil blijven doen. Ik ben nog nooit in Iran geweest, bijvoorbeeld, en Centraal-Azië is voor mij ook nog grotendeels onontgonnen terrein. So many new places, new people, so little time.' Het liefst van al spendeert Albarn die tijd met mensen die immuun zijn voor zijn status en zijn ego. Iemand als Tony Allen, bijvoorbeeld, de legendarische Nigeriaanse drummer die met Fela Kuti de basis voor de afrobeat legde. 'Van alle mensen met wie ik ooit heb samengewerkt, heeft Tony Allen me het meest beïnvloed, me het diepst geraakt. Als mens, als muzikant, maar vooral als vrije geest. Tony heeft me het onsterfelijke motto 'patience, endurance, and the balls of el toro' bijgebracht. Geduld, uithouding en de ballen van de stier? 'Precies', klinkt het grinnikend. Wijzer word ik niet. Dat doorgewinterde collaborators als Tony Allen, Eno, Flea van de Red Hot Chili Peppers, Bobby Womack en de bende van Massive Attack zich niet laten intimideren door Albarn - 'ik heb straight answers nodig, anders word ik heel kribbig' - kan ik geloven, maar wat dan met de jonge artiesten die hij vaak onder zijn vleugels neemt, zoals Kwes en Ghostpoet, de inmiddels overleden Child of Lov, en het Londens-Nairobische orkestje Owiny Sigoma Band? Mogen we hem een mentor noemen? 'Je mag dat, en het zal waarschijnlijk wel kloppen, maar ik hoor dat woord liever niet. Het klinkt me iets te volwassen. Wijsheid komt met de jaren, wordt gezegd, maar in de praktijk komt dat hierop neer: je leert wat je moet vermijden, that's about it. Handig, dat wel.' Dat vraagt om een recent voorbeeld. 'Wel, Richard Russell (producer van Everyday Robots, nvdr.) en ik waren eerst van plan om deze plaat gezamenlijk onder een nieuwe naam uit te brengen. Tot we, vrij snel, beseften dat twee kerels van middelbare leeftijd geen nieuw, mannelijk popduo horen op te richten. Geef toe, het zou niet erg fatsoenlijk zijn.' Zegt hij nu dat hij klaar is met nieuwe projecten en bands uit de grond te stampen? 'Ik ben helemaal nergens klaar mee! Niks, noppes! Behalve met heroïne dan. (grinnikt)' BINNENKORT STAAT DAMON ALBARN OP EEN VAN de podia van TW. Net als vorig jaar. Toen met Blur, nu als zichzelf, weliswaar met begeleidingsgroep The Heavy Seas. Maar er is geen wezenlijk verschil, verzekert hij, de Damon Albarn van Girls & Boys is dezelfde als die van Lonely Press Play of die van Feel Good Inc. 'We spelen solonummers, songs van Blur, Gorillaz en The Good, The Bad & The Queen. Al die verschillende songs, dat ben ik. I was me, I am me, I will be me. Neem nu Girls & Boys, toen ik dat schreef, dat was voor mij persoonlijk een belangrijk moment. Heel opwindend, en die opwinding zit nog steeds in mij, hopelijk nog voor lang. Ik ga vanaf nu heus niet enkel melancholische platen maken.' Hokjes vermijden, het lijkt een levensdoel. Een noodzaak. 'Het is geen noodzaak, want je kunt toch niet vermijden dat je erin terechtkomt. Bijvoorbeeld: een paar dagen geleden zat ik in een Londense taxi, en de chauffeur had een exemplaar van Parklife in de wagen liggen. Hij luisterde er haast elke dag naar, zei hij me. En toen vroeg hij doodserieus: 'Heb jij eigenlijk nog iets uitgevreten, recent? (lacht)'@THEFESTIVALS Damon Albarn 3/7 op Rock Werchter. DOOR JONAS BOELDamon Albarn 'ONTMOET NIEUWE MENSEN, GA NAAR NIEUWE PLAATSEN, PROBEER NIEUWE SMAKEN UIT. DAT IS WAT IK DE VOORBIJE JAREN GEDAAN HEB EN WAT IK DE TIJD DIE MIJ NOG REST OP AARDE WIL BLIJVEN DOEN.'