HERMAN BRUSSELMANS
...

HERMAN BRUSSELMANSPrometheus, 423 blz., a 17,95 Wat valt er nog over Brusselmans' boeken te zeggen? Net als zijn voorgangers is Ik ben rijk en beroemd en ik heb nekpijn grappig, gevat, liefdevol, vertederend, gepast misantropisch, taalvaardig, ritmisch, pretentieloos. Brusselmans' derde deel uit de autobiografische cyclus Iedereen is uniek, behalve ik is een genoegzaam voortkabbelende roman, al even geruststellend als een Woody Allen-film of een Seinfeld-episode. 'Ik wil het mijn lezers niet te moeilijk maken. Velen van hen hebben een dag van hard werken in de fabriek achter de rug. Die zitten niet op ingewikkelde zinnen en bijna onontwarbare plotconstructies te wachten, die willen niet meer dan wat simpel literair vertier en ik ben hun man.' Je tergt de lezers wel met de herhaling van een rode draad - een man die op het dak van je buurman zit.Die rode draden in mijn romans is mijn manier om te spelen met het 'geweer van Tsjechov' (als iemand wordt neergeschoten in het derde bedrijf moet je het geweer waarmee dat gebeurt al in het eerste bedrijf tonen) of de 'mus van Hermans' (als de schrijver een mus van een dak laat vallen, dan moet dat verder in het verhaal een functie hebben). Als schrijver vertrek je natuurlijk van een zeer grote kennis van het genre waar je mee speelt. Hoe gebeurt dat dan?Dat verloopt behoorlijk intuïtief. Het is meer een kwestie van praktijkkennis van het schrijven dan een volledig doordacht proces. Ik lees bijvoorbeeld heel veel thrillers en ik ben nu een satire op het thrillergenre aan het schrijven: De redding is helaas nabij. Als eerste zin had ik eerst 'Het is woensdag' staan. Maar onmiddellijk wist ik dat dat fout was. Dus veranderde ik het in 'Het is woensdag, weet je wel.' Zo haal je die ganse zin van zijn voetstuk. Ik combineer allerlei soorten literatuur door elkaar. Er staan zeker passages in mijn boeken waarvan vele lezers zullen zeggen 'dit verwacht ik van literatuur', maar evenveel passages zijn enorm ' silly'. Literatuur waarbij je zelfs nooit eens moet glimlachen is zeker niet mijn ding. Ik verkies kunst - boeken, films, theater, noem maar op - met een sterke dosis ' silliness'. Combineer dat met mijn satire door middel van die rode draden en je komt in de buurt van wat ik doe. Een Aspe doet het tegenovergestelde. Aspe laat Van In verliefd worden op substituut Hannelore Martens en die laatste geraakt dan redelijk snel zwanger. En nu zitten die met die tweeling aan hun been. Als ze weggeroepen worden voor een moordzaak moet er altijd weer gezorgd worden voor een babysit! Aspe kan kennelijk geen afscheid nemen van die tweeling en moet daar voortdurend rekening mee houden in zijn 'plotlijntjes'. In mijn boeken kan dat dus niet. Ik had die tweeling al lang geëlimineerd, bij wijze van spreken. Maar ik zal met mijn satire op het thrillergenre het Aspe-publiek niet aanspreken, want sommige mensen leven nu eenmaal qua smaak op een totaal andere planeet dan ik, en er is geen enkel ruimteschip dat ons zou kunnen samenbrengen. Een omgekeerde lettervreter: welke schrijvers of welk soort literatuur vind je een onmiddellijke afknapper?Er zijn wel bekende schrijvers die ik persoonlijk niet goed vind, die een soort literatuur schrijven die ik nooit op papier zou krijgen, maar ook van hen leer ik nog altijd bij. Ik kan niet onmiddellijk een naam geven van iemand die er volgens mij werkelijk niks van bakt. Ik erger me eerder aan schrijvers van wie ik de boeken noch haat noch heel goed vind. Zo hou ik niet van boeken die enkel om het verhaal - in de betekenis van 'het avontuur' - draaien of die inpikken op een ' hot issue'. Toen de aidsepidemie losbarstte, had je onmiddellijk schrijvers die daar een boek rond schreven. Hetzelfde met pedofilie of terrorisme. Of neem nu Paravion van Bouazza over het issue van 'het-tussen-twee-culturen-vallen'. Niet onmiddellijk aan mij besteed. Olivier Braet