Wie met schrijven zijn knäckebröd wenst te verdienen, staat maar twee zaken te doen. Eerst zichzelf ervan overtuigen dat men het kan, zo'n grote boeiende roman baren. Daarna nog een aanzienlijke internationale lezersschare hetzelfde doen geloven. Het eerste lukte Jussi Adler-Olsen (bijna 63) met een aantal romans over de Cambodjaanse Rode Khmer (zijn ongepubliceerde maidenverhaal Russisk kabale uit begin jaren tachtig), de Tweede Wereldoorlog (Het alfabethuis, 1997), internationale politiek (De bedrijfsterrorist, 2003) en de Amerikaanse presidentsverkiezingen (Het Washingtondecreet, 2006). Het tweede speelde hij klaar met een ambitieuze thrillerreeks die, naar het oude voorbeeld van het Zweedse schrijversechtpaar Sjöwall en Wahlöö, op tien volumes moet uitdraaien, en die hij in Kopenhagen situeert. Protagonisten in de Serie Q zijn de uitgerangeerde, letterlijk naar de kelder van het politiebureau verbannen rechercheur Carl Mørck en zijn assistenten: de islamitische vluchteling Assad en de geagiteerde Rose.
...

Wie met schrijven zijn knäckebröd wenst te verdienen, staat maar twee zaken te doen. Eerst zichzelf ervan overtuigen dat men het kan, zo'n grote boeiende roman baren. Daarna nog een aanzienlijke internationale lezersschare hetzelfde doen geloven. Het eerste lukte Jussi Adler-Olsen (bijna 63) met een aantal romans over de Cambodjaanse Rode Khmer (zijn ongepubliceerde maidenverhaal Russisk kabale uit begin jaren tachtig), de Tweede Wereldoorlog (Het alfabethuis, 1997), internationale politiek (De bedrijfsterrorist, 2003) en de Amerikaanse presidentsverkiezingen (Het Washingtondecreet, 2006). Het tweede speelde hij klaar met een ambitieuze thrillerreeks die, naar het oude voorbeeld van het Zweedse schrijversechtpaar Sjöwall en Wahlöö, op tien volumes moet uitdraaien, en die hij in Kopenhagen situeert. Protagonisten in de Serie Q zijn de uitgerangeerde, letterlijk naar de kelder van het politiebureau verbannen rechercheur Carl Mørck en zijn assistenten: de islamitische vluchteling Assad en de geagiteerde Rose. JUSSI ADLER-OLSEN: Hun verhalen vormen samen de echte basis van de reeks. Het Marco-effect kun je, hoewel het boek ook op zichzelf staat, als een hoofdstuk daarin beschouwen. Ik heb Carl Mørck in de voorbije boeken al tamelijk driedimensionaal gemaakt. Op zijn afdeling Q werkt hij aan cold cases - oude, onopgeloste zaken. Hij is boers en recht voor de raap, maar verpleegt wel een gewonde collega bij hem thuis. Hij is een ietwat luie, uitgebluste en half gescheiden vijftiger, maar beweegt toch hemel en aarde om zijn nieuwe relatie met psychologe Mona Ibsen in stabiel water te krijgen. Wat niet meevalt als je wordt gekweld door een onverwerkt verleden, en twee overijverige collega's voortdurend aan je mouw komen trekken. Ik heb me overigens nog altijd niet ten volle in de hoofden van Rose en Assad gewurmd. Hun geheimen onthul ik respectievelijk in deel zeven en acht. In deel negen kom ik op Carl terug, en in nummer tien laat ik het vuurwerk aanrukken, (brede glimlach) want ik weet perfect waar ik naartoe wil. ADLER-OLSEN: Juist. En in Het Marco-effect is corruptie mijn kapstok. Dat, en de sociale hiërarchie onder inwijkelingen. Ik vroeg me af: wie staat in Denemarken het hoogst op die ladder? Dat zijn de Vietnamezen, die openen een restaurant en burgeren zich zodanig in dat niemand ooit over hen spreekt. Onderaan bevinden zich de Somaliërs. Als schrijver was het boeiend om iemand te verzinnen die zo laag in de rangorde leeft dat hij niet eens een zigeuner is. Niet eens! (grijnst) Marco is niets en heeft niets. Hij wordt onder de knoet gehouden in de bende van zijn oom Zola. Tot hij vlucht en per toeval ontdekt dat zijn oom vuile zaakjes opknapt voor enkele hoge ambtenaren en meedogenloze bankiers. ADLER-OLSEN: Een wereldwijd fenomeen, nochtans. People don't care shit. Ik heb die kentering meegemaakt. Toen ik jong was en werd gevraagd de Denen te karakteriseren, antwoordde ik altijd: veel gevoel voor humor, empathisch. Dat kan ik nu niet meer zeggen. Erger nog: ik kan me zelfs nauwelijks herinneren dat het ooit anders is geweest. De hedendaagse gemeenschap is volledig opgedeeld in individuen, elk achter zijn muur van meningen en blogs. ADLER-OLSEN: Aah, het vermaledijde Schengenakkoord! Natuurlijk vind ik het makkelijk om zomaar naar Amsterdam te kunnen rijden zonder dat iemand in uniform me staande houdt. (sarcastisch) Dankzij Schengen kan ik perfect twee dozen bamihapjes importeren zonder dat iemand dat te weten komt. Fantastisch! Maar net zo fantastisch voor lui als Zola. Is het wel zo'n drama om aan de grens even je paspoort te laten zien? In Denemarken worden we overspoeld door immigranten uit de Balkan, en neem maar van mij aan: die zijn de oorzaak van heel wat problemen. ADLER-OLSEN: Omdat die simpelweg desastreus is. In geen velden of wegen politie meer te bekennen. Maar kom, je kunt wel altijd bellen. Als je geluk hebt, wordt er ook opgenomen. Een vriend van me was het slachtoffer van een inbraak en kreeg het dichtstbijzijnde politiebureau, dertig kilometer verderop, aan de lijn. Dat ze onmogelijk vaststellingen konden komen doen omdat de tanks van de dienstwagens leeg waren. Maar of hij misschien een agent wilde komen oppikken? Absurd! Elke flik op elk niveau mort. Maar de politiek heeft beslist. Gedaan met lokale politiebeambtes die iedereen kent en die je van op de fiets toezwaaien. Die moesten vroeger maar de handschoenen aantrekken om de gemoederen al te bedaren: zo groot was het respect voor autoriteit. Vraag maar eens aan onderwijzers hoeveel daar vandaag nog van overblijft. Triest. ADLER-OLSEN:(zucht) Ik ben altijd een sociaaldemocraat geweest. Maar die partij is in Denemarken zodanig veranderd dat ik er met geen mogelijkheid nog op kan stemmen. Alsof ze verdampt is. Ik ben, zoals zovelen vandaag, een verdwaalde kiezer geworden. Ligt dat aan mij? Misschien. Kijk, ik geloof niet in het compromis, in het kind van gehalveerde idealen. Ik geloof in de consensus: de derde weg, een oplossing waarin elke partij zich kan vinden. In Denemarken waren we er vroeger zo bedreven in om die te vinden. Tegenwoordig kent men van dat woord zelfs de betekenis niet meer. Volgens mij ontbreekt het de hedendaagse politici aan intelligentie. ADLER-OLSEN: Inderdaad. Thrillers zijn in mijn ogen de ware literatuur. Kijk maar naar de Bijbel. Waarom heeft Kaïn zijn broer gedood? Zal Mozes erin slagen de Rode Zee over te raken? Thrillers of detectives in de strikte zin lees ik niet. Nooit! Want daar wil ik me niet door laten beïnvloeden. Dan liever de oude verhalen van Victor Hugo, Alexandre Dumas of Charles Dickens, met echte plots. Of Hollywoodfilms: als ze goed zijn gemaakt, houden die je van begin tot eind op het puntje van je stoel. ADLER-OLSEN: Neen, neen. Voor elke situatie waarin die op zijn plaats is, verzin ik er gewoon een. 'Wat was er eerst in de woestijn, de dromedaris of de kameel?' Of: 'Soms wordt de kamelendrijver door de kameel gestuurd.' Ik amuseer me daar rot mee. (lacht) Humor is een essentieel onderdeel van het leven, en dus ook van een thriller. Het maakt het verhaal er echt niet minder bloedstollend of mysterieus op. Want Assad is allesbehalve een held, zal later blijken. Hij is geniepig, gemeen, weet hoe hij verdachten kan doen praten zonder door de wet gehinderd te worden. Wat zeg ik, door mensenrechten. (grijnst) Maar hij is dan ook geen rechercheur. Ik had zo'n ongeleid projectiel nodig. Ik ben verzot op sidekicks. Alleen is bij Mørck en Assad lang niet duidelijk wie Sherlock Holmes is, en wie Dr. Watson. En om helemaal zeker te zijn dat de relatie tussen die twee nooit in stereotypes zou verzanden, heb ik Rose verzonnen: de chaos in persoon. Wat maakt dat er tussen die drie van alles kan gebeuren. Alle drie zijn ze op hun eigen manier geschift. En ik hou van zulke mensen. ADLER-OLSEN: Van mijn vijfde tot mijn dertiende ongeveer. Een aanzienlijk deel van mijn jeugd dus. Ook al omdat we effectief in de klinieken zelf woonden, tussen de patiënten als het ware. We hadden dezelfde dagindeling, aten op dezelfde momenten, zagen dezelfde films. Mensen denken vaak dat ik door geestesgestoorden ben gefascineerd, maar dat is het woord niet. Ze hebben gewoon deel uitgemaakt van mijn leven. Mørck is vernoemd naar een toenmalige vriend van mij: een patiënt die zijn vrouw had omgebracht. Ik heb bewondering voor de creativiteit van geestesgestoorden. Hun schilderijen zijn vaak weergaloos, ontstaan in kamers van ons brein waarin normale mensen de lichtschakelaar niet weten zitten. Weet je waar ze mij op gewezen hebben? Het bestaan van de ontbrekende stem. De reden waarom je naar Mozart kunt blijven luisteren, is omdat hij twee of drie stemmen of onderdelen uit een partituur wegliet. Stemmen die jouw brein er spontaan bij verzint. Anders dan Beethoven, die alles volplamuurt en met wie je het na twee uur wel gehad hebt. Zo is het ook met schilderijen, en met schrijven. Ik ben net zoals Mozart: ik geef niet alle elementen prijs. Jouw fantasie moet de rest doen. Dat, mijn beste, is de essentie van lezen. HET MARCO-EFFECT Uit bij Prometheus. DE MOORDZOMER Knack Focus selecteerde 40 nieuwe pageturners voor een (ont)spannende zomer. Alle info: demoordzomer.beVOLGENDE WEEK JO NESBØ - POLITIEDOOR KURT BLONDEELJussi Adler-Olsen 'THRILLERS ZIJN IN MIJN OGEN DE WARE LITERATUUR. KIJK MAAR NAAR DE BIJBEL. WAAROM HEEFT KAÏN ZIJN BROER GEDOOD? ZAL MOZES ERIN SLAGEN DE RODE ZEE OVER TE RAKEN?'