'Ik ken die vent, maar hoe heet hij ook alweer?' Mocht John Lithgow (69) in zijn dik veertigjarige carrière een dollar hebben gekregen telkens wanneer een kijker iets in die trant uitsprak, dan was de karakteracteur onderhand miljonair. Maar helaas voor Lithgow heeft zijn banksaldo nooit kunnen concurreren met dat van generatiegenoten als Robert De Niro, Michael Douglas of - zijn tegenspeler in de actiehit Cliffhanger (1993) - Sylvester Stallone.
...

'Ik ken die vent, maar hoe heet hij ook alweer?' Mocht John Lithgow (69) in zijn dik veertigjarige carrière een dollar hebben gekregen telkens wanneer een kijker iets in die trant uitsprak, dan was de karakteracteur onderhand miljonair. Maar helaas voor Lithgow heeft zijn banksaldo nooit kunnen concurreren met dat van generatiegenoten als Robert De Niro, Michael Douglas of - zijn tegenspeler in de actiehit Cliffhanger (1993) - Sylvester Stallone. Een actieheld of posterboy is Lithgow namelijk nooit geweest, maar er zijn weinig acteurs van zijn generatie die zo'n lange staat van dienst kunnen voorleggen als 'Jiggles', zoals hij in de coulissen wel eens minzaam wordt genoemd. Hij speelde mee in Obsession (1976), Blow Out (1981) en Raising Cain (1992), drie psychothrillers van zijn oude New Hollywoodbuddy Brian De Palma. Hij kreeg een Oscarnominatie voor zijn onvergetelijke bijrollen in The World According to Garp (1982) en Terms of Endearment (1983). Hij vergaarde cultfaam met Buckaroo Banzai (1984), 2010 (1984) en Harry and the Hendersons (1987). Hij won Golden Globes voor zijn tv-werk in de serialkillerserie Dexter (in 2009) en de sitcom 3rd Rock from the Sun (1996-2001). En dan hebben we het nog geeneens gehad over de tientallen personages die hij sinds zijn Broadwaydebuut in 1973 met minstens evenveel zwier, kunde en empathie incarneerde op de planken. Als zoon van een theaterproducent en een toneelactrice is Lithgow, die eerst cum laude een diploma geschiedenis en literatuur behaalde aan Harvard en pas daarna van acteren zijn broodwinning maakte, namelijk zo goed als op de bühne geboren. Maar zelfs al ligt zijn hart het meest bij het theater, telkens wanneer een filmmaker een maniak, transseksueel, hillbilly, priester, geschifte wetenschapper of sympathieke schlemiel nodig heeft - u vraagt, Lithgow draait - weet Hollywood hem te vinden. Die veelzijdigheid mag Jiggles de komende weken nog maar eens demonstreren in de Belgische bioscoop. Zo speelt hij straks een bijrol, naast Matthew McConaughey en Anne Hathaway, in Interstellar van Hollywoods regerende blockbusterkoning Christopher Nolan, over ruimtereigers die dringend op zoek moeten naar een buitenaardse plek waar de mensensoort kan overleven. En u kunt Lithgow uitzonderlijk nog eens aan het werk zien als leading man in een independentfilm, gemaakt voor hooguit het cateringbudget van Interstellar. In het tedere liefdesdrama Love Is Strange van schrijver-regisseur Ira Sachs, die in 2012 al een indiehit scoorde met Keep the Lights On, speelt Lithgow een oudere homo die al dertig jaar gelukkig samenhokt met zijn vaste partner (een al even uitstekende Alfred Molina) en eindelijk besluit met hem te trouwen. Toch komt hun relatie, én die met hun dierbaren, danig onder druk te staan wanneer die laatste wordt ontslagen, ze niet langer de huur van hun New Yorkse flat kunnen betalen en noodgedwongen op de sofa of in de kinderkamer van vrienden en familie moeten logeren. 'Het is het verhaal van een koppel dat het allemaal voor elkaar heeft - een leuke baan, een leuke flat, een stabiele relatie', legt Lithgow uit. 'Tot beiden plots, als een donderslag bij heldere hemel, een klap te incasseren krijgen die veel grotere gevolgen heeft dan ze dachten. De ene dag voel je je nog de koning te rijk en denk je rustig op je pensioen af te stevenen. De dag erop ben je al je zekerheden kwijt, voel je je verward en vernederd en ben je aan de goodwill van anderen overgeleverd. Ik denk dat heel veel mensen zich in hun situatie kunnen herkennen, zeker in deze tijden van crisis.' JOHN LITHGOW: Omnia vincit amor, liefde overwint alles, zoals Vergilius schreef. Het is een film over vallen en opstaan. Over familie en vriendschap. Over geloof, hoop en liefde. Over ouder worden, over het homohuwelijk. Over de valse moraal van de kerk. Over vooroordelen. Er zit ongelofelijk veel in. Maar dan zonder de gebruikelijke clichés of simplificaties. Uiteraard wilde ik graag samenwerken met Fred Molina, die al jaren een goede vriend is, en met een getalenteerde regisseur als Ira Sachs. Maar de hoofdreden waarom ik deze rol wilde, was het realisme en de menselijkheid van de personages. De helden zijn homo, maar het zijn niet de eendimensionale homo's die Hollywood meestal opvoert. Het zijn gewone familiemensen zoals jij en ik, met neefjes en nichtjes, met kwaliteiten en gebreken, met problemen en onzekerheden. Ik heb verschillende holebivrienden en ik kan je verzekeren: die zijn niet allemaal in mode of musicals geïnteresseerd en ze zijn niet allemaal interieurontwerper. Dat lijkt evident, maar film en tv teren nog altijd te veel op stereotypen. Op die manier kweek je vooroordelen en discriminatie. LITHGOW: Ik ben moeder Teresa niet, al zou dat pas een uitdagende rol zijn. (lacht) Ik denk in eerste instantie aan het werk. Als ik goede rollen kan scoren - en die zijn zeldzaam in Hollywood - dan doe ik dat. Roberta was er zo één. Dit gezegd zijnde vind ik dat homo's gelijke rechten moeten krijgen als hetero's. Ik heb nog nooit één valabel argument gehoord om homo's te verbieden met elkaar te trouwen. De meeste mensen zijn hetero. Een minderheid is homo. Dat is al zo sinds we op mammoeten joegen. Hoog tijd om die werkelijkheid te aanvaarden en verder te gaan. Ik zie het trouwens wel positief in, ondanks alle heisa over het homohuwelijk vorig jaar in de States en Frankrijk. Als je de geschiedenis bekijkt, zie je dat die dingen meestal in de goede richting evolueren. Je hebt altijd oprispingen van conservatisme, zeker in onzekere en fanatieke tijden, maar de klok terugdraaien kan niet. Wie ten tijde van Martin Luther King durfde te beweren dat er in 2008 een zwarte president aan de macht zou komen, kreeg een dwangbuis om. Ik heb het zelf meegemaakt. Zelfs in progressieve studentenkringen, die tegen discriminatie op straat kwamen, geloofde men niet écht dat het kon. Maar men hoopte het. Zo zie je maar: hoop is de brandstof van het leven. Hoop kan bergen verzetten. En nu hou ik op want ik begin als een dominee te klinken. LITHGOW:(herhaalt zijn preek uit die film)If our Lord wasn't testing us, how would you account for the proliferation, these days, of this obscene rock and roll music, with its gospel of easy sexuality and relaxed morality? (lacht) Die dominee blijft een van mijn populairste personages. Ik word er nog vaak op aangesproken. Zeker door veertigers. Door mij durft een hele generatie de dansvloer niet op. (lacht)LITHGOW: Goh. Ik heb zo veel goede herinneringen. Met Brian De Palma heb ik altijd graag gewerkt. The World According to Garp en Terms of Endearment waren fantastisch, zeker omdat je als karakterspeler zelden in de spotlights staat. Buckaroo Banzai heeft een fanatieke cultaanhang. Love Is Strange is één lang hoogtepunt. Het beste - en het vreemde - is: het houdt niet op. Ik word er straks zeventig maar als ik niet oplet, word ik nog een flinke concurrent voor George Clooney. (lacht) Ik leen mijn stem aan een van de hoofdpersonages uit de nieuwe Pixarfilm, die volgend jaar uitkomt. Ik doe mee in Interstellar, een van de spectaculairste films van het jaar. Ik zat in The Homesman, de western van Tommy Lee Jones. Ik sta er zelf versteld van. Als ik nu één film moet noemen, waarom dan niet het segment uit Twilight Zone: The Movie? Dat duurt maar twintig minuten, maar het script van Richard Matheson was fantastisch, de regie van Joe Dante was fantastisch, de productie van Steven Spielberg was fantastisch en ik had ook zelf schrik toen ik het filmpje voor het eerst zag. Het is een horrorklassiekertje van de jaren tachtig waar ik nog altijd trots op ben. LITHGOW:(knikt) Theater is mijn trouwe echtgenote. Net als mijn personage uit Love Is Strange woon ik al dertig jaar met dezelfde persoon samen, maar film is mijn opwindende minnares. Het zijn de avontuurtjes die het leven jus geven. Als acteur, welteverstaan. Als huisvader zou ik het niet moeten proberen. Een theaterrol kruipt onder je huid. Je bent er meerdere maanden mee bezig. Van de eerste repetitie tot de laatste opvoering. Voor een filmrol ben jij het die onder de huid van het personage kruipt. De meeste filmrollen zijn voor een karakteracteur hooguit twee, drie weken werk. Tenzij je de hoofdrol hebt, zoals in Love Is Strange, waarvoor we trouwens ook maar vier weken hebben gedraaid, zonder repetitie. Ik ben ook geen methodbeest als Dustin Hoffman. Ik bereid me goed voor, ik leer de tekst van buiten en zoek naar de connecties tussen mezelf en mijn personage, but that's it. Toen ik Roberta speelde, had ik nog nooit een transseksueel ontmoet. En voor Love Is Strange ben ik ook niet met Fred Molina naar bed geweest, wat voor een knappe, intelligente en humoristische vent hij ook is. Acteren is, alle theorie en nuancering even buiten beschouwing gelaten, gewoon doen alsof, en zorgen dat je daarvoor betaald wordt. Vooral dat laatste. (lacht) LOVE IS STRANGE Vanaf 12/11 in de bioscoop, maar daarvoor ook al op Pink Screens en het Holebifilmfestival Vlaams-Brabant (zie hiernaast). INTERSTELLAR Vanaf 5/11 in de bioscoop. DOOR DAVE MESTDACH - FOTO FILIP VAN ROEJohn Lithgow 'IK WORD NOG VAAK OP FOOTLOOSE AANGESPROKEN. DOOR MIJ DURFT EEN HELE GENERATIE NIET MEER DE DANSVLOER OP.' John Lithgow 'NEE, IK BEN VOOR LOVE IS STRANGE NIET MET ALFRED MOLINA NAAR BED GEWEEST, HOE INTELLIGENT, KNAP EN HUMORISTISCH HIJ OOK IS.'