'Leid ons niet in bekoring en verlos ons van het kwade' is een slagzin die niet alleen katholieken bekend in de oren klinkt. Het zou ook het motto van Michel Piccoli kunnen zijn... zij het dan in omgekeerde zin. In zijn acht (!) decaden omspannende carrière zat Piccoli nooit om een schandaalfilm verlegen, terwijl hij vooral in weinig stichtelijke personages grossierde. U wilt bewijzen? Denk aan zijn legendarische rollen als hoorndrager in Le mépris (1963), hoerenloper in Belle de Jour (1967) of suïcidale hedonist in La grande bouffe (1973).
...

'Leid ons niet in bekoring en verlos ons van het kwade' is een slagzin die niet alleen katholieken bekend in de oren klinkt. Het zou ook het motto van Michel Piccoli kunnen zijn... zij het dan in omgekeerde zin. In zijn acht (!) decaden omspannende carrière zat Piccoli nooit om een schandaalfilm verlegen, terwijl hij vooral in weinig stichtelijke personages grossierde. U wilt bewijzen? Denk aan zijn legendarische rollen als hoorndrager in Le mépris (1963), hoerenloper in Belle de Jour (1967) of suïcidale hedonist in La grande bouffe (1973). Ook zijn linkse sympathieën stak de inmiddels 85-jarige veteraan nooit onder stoelen of banken. Zo behoorde hij in de jaren 50 en 60 tot het vriendenclubje van Jean-Paul Sartre en Simone de Beauvoir, om later steevast zijn voorkeur uit te spreken voor socialistische presidentskandidaten. Voeg daar nog zijn renommee als voormalig fetisjacteur van notoir atheïst Luis Buñuel aan toe en het mag duidelijk zijn dat Piccoli niet meteen op een zaligverklaring vanwege het Vaticaan hoeft te rekenen. Toch trekt de minzame Fransman in Habemus Papam - de nieuwe tragikomedie van Nanni 'La stanza del figlio' Moretti - met plezier het habijt van de katholieke kerkvader aan. Piccoli vertolkt de rol van de bescheiden kardinaal Melville, die tot ieders verbazing tot paus wordt verkozen, maar - ondanks de hulp van een psychiater - verkrampt bij de gedachte om Gods plaatsvervanger op aarde te worden. Een vlammende antiklerikale satire hoef je niet te verwachten. Net als Piccoli mag Moretti - die de rol van de psychiater voor zijn rekening neemt - dan te boek staan als een uitgesproken linkse rakker, deze film is een brave, mild ironische blik achter de schermen van het Vaticaan. Controversiële onderwerpen als de recente pedofilieschandalen of de discussies over homoseksualiteit, abortus en euthanasie worden zedig gemeden. Zou Piccoli zich op zijn oude dag hebben bekeerd? Of hoopt hij de paus subtiel te ontmaskeren als een fragiele mens vol universele angsten en twijfels? 'Het laatste', biecht Piccoli op. 'Stel je voor dat ik me nu nog zou bekeren. Mocht ik God zijn: ik zou het niet meer hoeven te weten. Vijfentachtig jaar lang zagen en zeuren en dan plots het bidprentje uithangen? Ik zou tegen Sint-Pieter zeggen: die hypocriet van een Piccoli komt er niet in. (Lacht)' Michel Piccoli: Niet voor filmopnames. In het theater ben ik tijdens de repetities nog wel eens nerveus. Alleen verdwijnt die angst zodra ik het publiek in de zaal zie zitten. Het publiek maakt me rustig en blij. Bij de meeste acteurs is het omgekeerd. Doorgaans hebben ze vooraf een grote mond, maar gaan ze trillend de bühne op. Pïccoli: Ze waren niet antikatholiek, ze waren antireligieus. Buñuel is geboren in een streng katholiek land in een streng katholieke familie, wat hem het privilege verschafte om het katholicisme nog meer te haten. Ik kan je echter verzekeren dat hij de andere religies minstens zo absurd vond. Buñuel was een man met een enorme morele integriteit. Piccoli: Religie intrigeert me mateloos. Nu het zo slecht gaat met de wereld, is ze de voorbije jaren opnieuw aan een opmars bezig. Het aantrekkelijke van religie is de gedachte dat het leven op aarde niet het einde is. Ondanks alle ellende is er altijd hoop op beterschap in het hiernamaals. Het probleem is dat God me niet geschapen heeft om gelovig te zijn. Zelfs al zou ik nog zo graag in God geloven, er is altijd een stemmetje in mijn binnenste dat zegt: je bent zwak en sterfelijk. Leer ermee leven en houd op jezelf een illusie voor te schotelen. Piccoli: Weet je, mijn moeder - die pianiste was - had al een zoontje voor mij, dat op zijn derde is gestorven. Het is dankzij de dood van dat kind dat ik hier zit, want eigenlijk wilde mijn moeder geen kinderen meer. Nadat mijn broertje was overleden, wilde mijn moeder in elk geval niets meer met religie te maken hebben, in tegenstelling tot mijn tante die na het overlijden van haar twee kinderen net extra religieus is geworden. Haar bood godsdienst troost, voor mijn moeder was het een bron van pijn en frustratie. Religie blijft een mysterie - een enorme kracht ook. Misschien helpt het om te leven, maar het helpt niet om eerlijk te leven. President Sarkozy mag nog wekelijks bij de paus te biecht gaan: eerlijk zal hij nooit worden. Piccoli: Het is een film over moraal. Het gaat over een eenvoudige bejaarde man die ooit acteur hoopte te worden, maar door de omstandigheden en door zijn geloof in religieuze sferen is beland. Heeft hij zijn ware roeping verloochend? Of heeft hij er het beste van gemaakt? Wie zal het zeggen? Ik heb een priester gekend die niet meteen een voorbeeldig priesterleven leidde - daarvoor hield hij te veel van de vrouwen. Toch heeft hij zijn hele leven gewijd aan jongeren die op het slechte pad waren geraakt. Elke dag stond hij voor hen klaar. Heeft de kerk het recht om die man te veroordelen? Ik vind van niet. Geen enkele mens is zonder fouten. Piccoli: Een Duitser mag ook paus worden, vind ik. Toen hij verkozen werd, kwamen allerlei anti-Duitse sentimenten naar boven, wat zoveel jaar na de oorlog redelijk imbeciel is. Benedictus is een intellectueel en een groot kenner van het katholicisme. Dat is toch al iets. Bovendien is het niet evident om Johannes Paulus II, een uitzonderlijke man, op te volgen. Hij was een uitzonderlijke gelovige en een uitzonderlijke reiziger met een uitzonderlijk knap uiterlijk. Dat laatste telt ook mee, zelfs voor een paus. Benedictus is minder mooi en blijft het liefst achter zijn bureau. Toch heeft hij al belangrijke zaken gezegd over het privéleven van priesters en over pedofilie, wat voor de kerk niet evident is. Ik sta nogal sceptisch tegenover de vedettenstatus die pausen toegedicht krijgen, maar ik wil geen vulgariserende uitspraken doen over het Vaticaan. Ik ben geen expert en geen lid van de kudde. Piccoli: Acteur word je uit passie, uit blinde liefde. Je luistert niet langer naar anderen omdat je wil dat de anderen naar jou luisteren. Zo was het toch in mijn geval. Toen ik jong was, wilde ik me afzetten tegen de volwassenen die de jongeren graag de les spelden, maar zo hypocriet waren als de pest. Vroeger was het normaal dat huisvaders een maîtresse hadden, terwijl hun vrouwen voor hun zielenheil zaten te bidden in de kerk. Dat heb ik nooit kunnen verdragen. Anderzijds was het vreselijk pretentieus van mij om acteur te willen worden. Als acteur zeg je in feite tegen de anderen: luister naar wat ik te zeggen heb en hoor eens hoe mooi ik het kan zeggen. Het is een beroep dat bewondering losweekt en zich bijgevolg makkelijk leent tot verwaand gedrag. In die zin kun je het met een religieuze roeping vergelijken. Ook religieuzen betreden het spreekgestoelte om anderen waarheden voor te houden in de overtuiging dat ze het beter weten of beter kunnen zeggen. 'Vaffanculo!', zoals de Italianen zeggen. (Lacht) Dan heb ik meer bewondering voor dokters of verplegers. Dat zijn veel nobeler beroepen dan acteur of priester. Over politici ben ik nog in beraad. Piccoli: Aangezien ik Italiaanse roots heb, heb ik het recht om niet voor Berlusconi te stemmen, zoals ik als Fransman het recht heb om niet voor Sarkozy te stemmen. Ik ben in elk geval blij dat ik geen Italiaan ben. Zo iemand als premier hebben, moet elke rechtgeaarde Italiaan pijn in het hart doen. Berlusconi is slim, rijk en corrupt, wat meteen zijn populariteit verklaart. Gangsters zijn altijd populair geweest. In vergelijking met Berlusconi is mijnheer Sarkozy een nobel en integer man. Ik heb dus niet het recht om kwaad over hem te spreken, behalve dat hij vulgair en pretentieus is en er bedenkelijke rechtse ideeën op na houdt. De Franse rechterzijde is nog erger dan de Italiaanse, al ben ik nog altijd liever Fransman onder Sarkozy dan Italiaan onder Berlusconi. Piccoli: Het is geen antireligieuze film, maar een film die vragen stelt over de feilbaarheid van de kerk en de mens in het algemeen. Dat is ook een politiek statement, zo je wil. Wat me opvalt, is dat Italiaanse regisseurs altijd al veel geëngageerder zijn geweest dan de Franse. Franse regisseurs durven hun mond niet open te doen. Piccoli: Als acteur is dat een compliment. Als mens weet ik het nog niet zo goed. Het betekent in elk geval dat mensen mij geloofwaardig vinden. In het verleden mag ik dan vooral rokkenjagers, gekken en andere dubieuze personages hebben gespeeld: als ik ook eens een voorbeeldig en kwetsbaar personage zoals de paus speel, gelooft men me blijkbaar ook. Dat is een comfortabele gedachte. Piccoli: In film heb ik nog altijd zin, maar wellicht stop ik met theater. Ik ben nog steeds in goede gezondheid, maar de combinatie van beide beroepen weegt op mijn leeftijd toch wel door. Bovendien zou ik nog graag zelf een film regisseren en daar kruipt tijd in. Ik heb er al drie geregisseerd, maar kennelijk was het publiek daar indertijd niet van op de hoogte. (Lacht) BEGINNERS Vanaf 31/8 in de bioscoop.DOOR DAVE MESTDACH'Misschien helpt religie om te leven, maar het helpt niet om eerlijk te leven.'