Een blik op de Belgische promo-agenda van Michael Kiwanuka is veelzeggend. Dag één: Humo's Pop Poll en De Laatste Show. Dag twee: The Voice van Vlaanderen. De 25-jarige Kiwanuka - een geboren Brit met Oegandese ouders - is het zeldzame soort artiest dat de spreidstand tussen de uitersten van het popspectrum tot een goed einde brengt. Een tikje vreemd, want Kiwanuka klinkt op zijn debuut Home Again wel heel erg 1973, de hoogdagen van Bill Withers en Marvin Gaye. Het zegt iets over de staat van de huidige soulrevival. Wisten popdiva's als Amy Winehouse en Duffy hun retrogeluid al langer in platenverkoop om te zetten, dan bleven hun mannelijke pendanten als Raphael Saadiq, Eli 'Paperboy' Reed en Mayer Hawthorne in hun eigen niche verstoken. Kiwanuka, dit jaar helemaal boven aan BBC's prestigieuze Sound of 2012, lijkt als een van de eersten de oversteek te maken naar commercieel succes. De reden: Kiwanuka is gezegend met zo'n fantastische stem dat hij het retrogeluid, even moeiteloos als hij zingt, overstijgt.
...

Een blik op de Belgische promo-agenda van Michael Kiwanuka is veelzeggend. Dag één: Humo's Pop Poll en De Laatste Show. Dag twee: The Voice van Vlaanderen. De 25-jarige Kiwanuka - een geboren Brit met Oegandese ouders - is het zeldzame soort artiest dat de spreidstand tussen de uitersten van het popspectrum tot een goed einde brengt. Een tikje vreemd, want Kiwanuka klinkt op zijn debuut Home Again wel heel erg 1973, de hoogdagen van Bill Withers en Marvin Gaye. Het zegt iets over de staat van de huidige soulrevival. Wisten popdiva's als Amy Winehouse en Duffy hun retrogeluid al langer in platenverkoop om te zetten, dan bleven hun mannelijke pendanten als Raphael Saadiq, Eli 'Paperboy' Reed en Mayer Hawthorne in hun eigen niche verstoken. Kiwanuka, dit jaar helemaal boven aan BBC's prestigieuze Sound of 2012, lijkt als een van de eersten de oversteek te maken naar commercieel succes. De reden: Kiwanuka is gezegend met zo'n fantastische stem dat hij het retrogeluid, even moeiteloos als hij zingt, overstijgt. MICHAEL KIWANUKA: Een soulcompilatie die bij een of ander muziekblad zat - ik geloof dat het Mojo was. Ik was een jaar of veertien toen, maar ik ken de tracklist tot op vandaag vanbuiten: Green Onions van Booker T & The MG's, When Will We Be Paid van The Staple Singers, Luv N' Haight van Sly and The Family Stone. Maar het nummer dat het meest bleef hangen, was Sittin' On The Dock of The Bay van Otis Redding - een obscure versie waarin je hem met de geluidstechnicus hoorde praten. De groove, de arrangementen, de sound: ik had nog nooit zoiets gehoord. KIWANUKA: Het is niet dat ik het geheim hield: ik verzweeg het gewoon. (Lacht) Ik hing toen vooral rond in de Londense hiphopscene (hij speelde als sessiegitarist bij rappers als Chipmunk; nvdr.): zeggen dat ik naar Bob Dylan of Crosby, Stills, Nash & Young luisterde, leek me - ahum - irrelevant. Je moet weten dat er niet zo veel rolmodellen rondliepen. Ik weet nog dat ik ooit de bus op stapte - ik was nog een tiener - en een zwarte jongen van een jaar of achttien me hielp mijn gitaar in te laden. 'Dat is een gitaar', zei hij. 'Is dat niet eerder iets voor blanke kids?' Op zo'n leeftijd maakt dat indruk op je. Singer-songwriter zijn, leek niet voor mij weggelegd. KIWANUKA: Die kwam er pas toen ik Bill Withers' Live At Carnegie Hall hoorde, waarin hij een aantal uitgeklede versies van zijn songs op akoestische gitaar speelde. Toen wist ik dat het kan. KIWANUKA: Die twee sluiten elkaar toch niet uit? Er bestaat een misverstand over de term singer-songwriter. Sinds de jaren negentig staat het synoniem met een blanke zanger die met een akoestische gitaar zijn zielenleven wil uitdragen. Terwijl voor mij Sly Stone evenveel singer-songwriter is als Bob Dylan. Hij zingt en schrijft songs: dat lijkt me toch een aanvaardbare definitie van een singer-songwriter. En dat is ook hoe ik mezelf zie. In essentie ben ik een singer-songwriter, maar in een studio kan ik het niet laten om alle instrumenten rondom me uit te proberen, kwestie van het voor de luisteraar interessant te houden. KIWANUKA:(Lacht) Mensen associëren dat instrument alleen nog met Anchorman(Will Ferrellvehikel waarin hij een minutenlange parodie op de dwarsfluitsolo brengt; nvdr.), maar vóór de elektronische muziek was het een courant instrument. Ik zat in de studio met Paul Butler, de producer, platen te luisteren om ideeën op te doen, toen we toevallig op David Axelrods The Edge stootten (de sample aan de basis van Dr Dre's 'Next Episode'; nvdr.), een lied met een fantastische dwarsfluit. Het paste perfect bij de seventiessound van de plaat, vonden we - op dat vlak zaten Paul en ik helemaal op dezelfde golflengte. KIWANUKA:(Terughoudend) Hoe weet jij dat? KIWANUKA:(Lacht) Hij heeft wel wat drugs gepakt in zijn leven, ja, maar ondertussen is hij ermee gestopt. Gelukkig maar, al begrijp ik waarom een muzikant drugs zou doen. Psychedelica hebben muziek nieuwe en creatieve richtingen uitgestuurd, van Jimi Hendrix over Miles Davis tot George Harrison. Alleen staat het doembeeld van de verslaafde Sly Stone me iets te goed in het geheugen om het zelf te proberen. KIWANUKA: Ik schaam me niet om mijn invloeden, neen. Weet je, er staat een fantastisch filmpje van Michael Jackson en Fred Astaire op YouTube, waarin hun danspassen naast elkaar zijn gezet. Je kunt het niet eens meer beïnvloeding noemen: het is pure imitatie. Wel, als de King of Pop, een van de meest creatieve artiesten die ooit op deze wereldbol hebben rondgelopen, daar geen problemen in ziet, zou het dom zijn als ik me schaam omdat ik als Bill Withers of Marvin Gaye klink. KIWANUKA: Originaliteit is wel degelijk belangrijk, maar het wordt wél overschat als je iets nieuws probeert te maken alleen maar om iets nieuws te maken. Het moet vanzelf komen, je kunt het niet forceren. Beïnvloed word je altijd, maar als je je eigen muziek schrijft, zal die toch altijd net iets anders klinken dan die van Marvin Gaye en Bill Withers. Ik schaam me er dus niet om, I wear it on my sleeve happily. KIWANUKA: Niet in die zin dat ik tien keer per dag bid, maar het is wel iets waar ik bewust mee bezig ben. Het hoort ook bij de traditie van het genre: soulmuziek komt van de gospel - van Marvin Gaye tot The Staple Singers. Op een manier paste het bij waar de plaat voor mij over gaat: hoop en verlangen - de grote gevoelens, zeg maar. KIWANUKA: Daar kan ik me wel in vinden. Iedereen maakt muziek om zijn eigen redenen. Voor sommigen is het een manier om beroemd te worden, anderen willen er hun eerlijke gevoelens mee uiten. Ik zeg niet dat het tweede beter is, maar ik hou zelf niet zo van songs die nergens over gaan. KIWANUKA: Het was geen busje, het was een Ford Escort. (Lacht) Ach, het harde leven van de support act, zeker? Het had één voordeel: als we de zaal niet vonden, moesten we gewoon uitkijken naar waar haar twee mastodonten van tourbussen geparkeerd stonden. Efficiënter dan een gps. (Lacht)KIWANUKA: Wat me het meest opviel, is hoezeer ze zichzelf bleef terwijl het circus rond haar groter en groter werd. Ondertussen is dat een cliché, maar het klopt wel. Er is geen alter ego: ze gelooft in zichzelf en brengt een eerlijke, natuurlijke performance van haar songs. Ik denk dat dat ook de voornaamste reden van haar succes is: het publiek ziet haar, naast als goede stem, ook als mens. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar ik denk dat het al enkele decennia geleden is dat we dat in de pop nog gezien hebben. Je persoonlijkheid moet uit je muziek naar voren komen. En dat is ook hoe ik als artiest wil zijn. Jezelf zijn op een podium en in je songs, en toch succesvol zijn: ik ben blij dat het nog mogelijk is. KIWANUKA: Mogen het ook overleden artiesten zijn? Marvin Gaye, Frank Sinatra en D'Angelo: goede stemmen, goede performers en - niet onbelangrijk voor een boyband - voor elk marktsegment wat wils. En als danser Michael Jackson - elke boyband moet zijn danspasjes hebben. Ik weet niet of ze bij jonge meisjes zouden scoren, maar ik zou op de eerste rij zitten. (Lacht) HOME AGAIN NU UIT BIJ POLYDOR.DOOR GEERT ZAGERSMICHAEL KIWANUKA: 'SINGER-SONGWRITER WORDEN LEEK VOOR EEN ZWARTE JONGEN ALS IK NIET WEGGELEGD. TOT IK BILL WITHERS HOORDE.'