Waar komt de titel vandaan?

HENK RIJCKAERT: Hoofdinsteek is het idee van een zwerm vogels, die als één organisme rondzweven, hun bewegingen constant op elkaar afstemmen, en zo dicht mogelijk op elkaar plakken. Eén zwerm, samen. Net zoals de mens, die zijn hele leven kijkt naar en reageert op handelingen van andere mensen. De voorstelling gaat over leven en opgroeien in een belachelijk prestatiegerichte maatschappij, waarin je voortdurend 'de beste' moet zijn. En d...

HENK RIJCKAERT: Hoofdinsteek is het idee van een zwerm vogels, die als één organisme rondzweven, hun bewegingen constant op elkaar afstemmen, en zo dicht mogelijk op elkaar plakken. Eén zwerm, samen. Net zoals de mens, die zijn hele leven kijkt naar en reageert op handelingen van andere mensen. De voorstelling gaat over leven en opgroeien in een belachelijk prestatiegerichte maatschappij, waarin je voortdurend 'de beste' moet zijn. En dan niet eens in één enkel iets, maar in alle mogelijke dingen. Dat is niet leefbaar, met alle nefaste gevolgen van dien: stress, depressies, burn-outs... In mijn voor-stelling pak ik het anders aan, en sluit ik met mijn publiek een pact: wij willen enkel nog middelmatig zijn! Daar wordt iedereen gelukkiger van. RIJCKAERT: Ik ga hier zeker geen jammerklacht afsteken, maar ik merkte dat ik na het einde van Zonde van de zendtijd - en na twee maanden platte rust in de aanloop naar Zwerm - een aangenamer persoon was. Voor mijn omgeving, maar ook voor mezelf. In de periode dat ik Zwerm voorbereidde, zocht ik naar een school voor mijn dochter, en ik bleek te worstelen met dezelfde vragen die in de voorstelling aan bod komen. Prestatiedrang, je afmeten aan een ander... Kies ik voor een school op basis van mijn eigen welbevinden? Of houd ik vooral rekening met prestige en andermans mening? Moeilijk! Ik wil zeker niet té maatschappijkritisch klinken. Wat er over de maatschappij valt te vertellen, is door anderen al veel beter verwoord dan ik het ooit zou kunnen, dus ik ga niet met een opgeheven vingertje op het podium staan zwetsen. Dat is al genoeg gedaan. Bij Het experiment kreeg ik soms de kritiek dat het te theoretisch was. Wel: deze voorstelling draait weer helemaal rond de moppen. RIJCKAERT: Tuurlijk, dat is plezant. Try-outs - ik heb er nu zo'n vijftig achter de rug - zijn voor mij telkens pingpongen tussen onzekerheid en euforie. Daar zit weer een dualiteit in: zoveel try-outs spelen om een voorstelling tot in de puntjes te perfectioneren, om er vervolgens de middelmaat mee te promoten. Misschien stiekem een doordachte tactiek: als iedereen middelmatig blijft, wordt het voor mij gemakkelijker om de beste te zijn. (lacht)RUBEN LEFEVER