Monterey Pop

1968
...

1968 Het Monterey Pop Festival was op vele gebieden een revolutionaire happening. Het was het eerste uitgebreid gepromote en vandaar drukbezochte rockfestival, had plaats in 1967, zo'n twee jaar voor Woodstock én Jimi Hendrix en The Who speelden er hun eerste grote Amerikaanse concerten. Bovendien registreerde politiek documentairemaker D.A. Pennebaker het gebeuren volgens de regels van de Direct Cinema - de rebelse filmbeweging die een zo objectief mogelijke weergave van de werkelijkheid nastreefde - en legde met zijn sobere handcamerafotografie de nadruk op de muzikale magie.1970 In tegenstelling tot collega D.A. Pennebaker focuste Michael Wadleigh niet alleen op het gammele podium van het legendarische muziekevenement in 'upstate' New York. Gelukkig maar, want het is net de mix van concertfootage van sixtieskanonnen als Jefferson Airplane en Canned Heat met beelden van de alsmaar groeiende massa en het steeds modderiger terrein die de prent tot een onvergetelijk tijdsdocument maakte. Adembenemend hoogtepunt blijft Jimi Hendrix' sonische deconstructie van het Amerikaanse volkslied The Star-Spangled Banner. 1970 Deze registratie van de Amerikaanse tournee die The Rolling Stones in 1969 deed, wordt wel eens het bidprentje van het hippietijdperk genoemd. Aanvankelijk leidt de 'fly-on-the-wall'-aanpak van Direct Cinemaboegbeelden Albert en David Maysles nog tot een intimistische kijk achter de schermen van Mick Jaggers rockcircus. De tragische apotheose - het Altamont Free Concert waarbij een Hells Angel een jonge fan neerstak - krijgt door de afstandelijke schietstijl van de broers echter iets van een huiveringwekkend horrorverhaal.1972 Ook voor ze de conservatieve concertwereld op zijn kop zetten met voorbijvliegende varkens en monsterachtige muren, stelden de peetvaders van de psychedelische rock zich behoorlijk averechts op. In plaats van een typische registratie van een optreden voor een enthousiast publiek gingen Roger Waters en de zijnen voor een bevreemdend beeldexperiment. Een performance in het verlaten amfitheater van Pompei wordt gecombineerd met footage van een studiosessie in Parijs, geflipte visuele effecten en bezwerende natuurbeelden. De ultieme audiovisuele trip? 1973 Dat David Bowie cinema in het bloed heeft, bewees hij met zijn opmerkelijke acteerprestaties in films als The Man Who Fell to Earth (1976) en The Hunger (1983). Het was echter voorgenoemde genregoeroe D.A. Pennebaker die het bioscooppotentieel van Bowies glamrock-alter ego zag. Oorspronkelijk ging de gevierde documaker slechts enkele nummers van een Londense Ziggyshow registreren. Hij was echter zo onder de indruk dat hij het volledige concert filmde. Met als resultaat een imponerende wisselwerking tussen Pennebakers franjeloze aanpak en Bowies theatrale tour de force. 1978 Hoewel hij aan de montage van Woodstock meewerkte en later nog vele gelijkaardige projecten overzag, blijft deze registratie van The Bands zogenaamde afscheidsconcert Martin Scorsese's muzikale meesterwerk. Veelzeggende begintitels ( 'This film should be played loud!'), een inventieve flashbackstructuur, gedetailleerde storyboards, The Sound of Music-legende Boris Leven als productiedesigner en reshoots in een MGM-studio: de Taxi Driver-regisseur benutte werkelijk elke cinematruc om dit onvergetelijke 'end of an era'-moment naar het witte doek te vertalen. 1984 Voeg het visuele vernuft van Talking Headsfront-man David Byrne samen met het filmische inzicht van later The Silence of the Lambs-regisseur Jonathan Demme en je krijgt deze spraakmakende concertfilm als resultaat. De zanger maakt indruk met aanschouwelijke vondsten als de druppelsgewijze opkomst van zijn bandleden, terwijl de filmmaker zich met knipogen naar klassiekers als Stanley Kubricks Dr. Strangelove en Jean-Luc Godards À bout de souffle van zijn meest cinefiele kant laat zien. 1987 Omdat het Amerikaanse publiek niet bepaald warmliep voor zijn ambitieuze dubbelalbum Sign 'o' The Times, vatte Prince het plan op om een prestigieuze promo-prent te draaien. Toen de registraties van zijn concerten in het Rotterdamse Ahoy en het Antwerpse Sportpaleis onbruikbaar bleken, ontbood Zijne Purperen Majesteit muzikanten en filmcrew naar zijn Paisley Park Studios. In die vertrouwde omgeving ontpopte de popster zich tot een begenadigd filmmaker, die zijn tot in de puntjes uitgewerkte show - inclusief imponerende lichteffecten en sexy intermezzo's - met beheerst camerawerk registreerde. 1998 Vreemde eend in de bijt is deze documentaire over Radioheads wereldtournee na de release van muzikale mijlpaal OK Computer. Laat het aan de groep rond de immer zonderlinge Thom Yorke over om alle conventies van de concertfilm overboord te kieperen. In plaats van een mooi gefotografeerde liveregistratie krijg je een ontluisterende kijk op de routineuze beslommeringen van een toerende band als die niet op het podium staat. Met als deprimerende dieptepunt de scène waarin Yorke in een desolate hotelkamer het veelzeggende 'I am not here and this is not really happening' op een papiertje schrijft. 2006 De Beastie Boys zijn altijd al trendsetters geweest - zonder hen was er geen sprake geweest van (degelijke) blanke rap. Het hoeft dus niet te verbazen dat het hiphoptrio uit Brooklyn het YouTubetijdperk vroegtijdig inluidde. Voor de registratie van een uitverkocht optreden in het imposante Madison Square Gard-en in 2004 duwden ze vijftig willekeurige concertgangers een goedkope camcorder in de hand. Uitkomst: een impressionistisch hoogstandje dat ondanks de groezelige beeldkwaliteit de live-ervaring haast perfect weet te vatten. DOOR STEVEN TUFFIN