TERRY GEORGE
...

TERRY GEORGE MET DON CHEADLE, SOPHIE OKONEDO, NICK NOLTE, COLONEL OLIVER, JOAQUIN PHOENIX 'When the world closed his eyes, he opened his arms.' Waar hebben we dat nog gehoord? Mocht u er nog aan twijfelen, van films als Hotel Rwanda krijgen wij het heen-en-weer. Hoe nobel de oorspronkelijke intentie van de makers ook mag zijn, hoe autonoom hun engagement ook tot stand is gekomen - niét, meestal - het is een beetje beschamend om in de trailer onder dramatisch en onheilspellend tromgeroffel te moeten horen dat de wereld zijn ogen sloot voor wat er in Rwanda gaande was, terwijl de wereld nog steeds druk bezig is om zijn ogen dicht te knijpen voor wat er gebeurt in u-weet-wel-waar. Overigens sluit de wereld al meer dan een eeuw zijn ogen voor miljoenen Afrikanen die voortdurend een hongerdood sterven, maar blijkbaar heeft de vreselijke dood door uithongering voor sommige mensen nog steeds minder moreel gewicht dan de snelle dood door een machete. Om maar te zeggen: dat de wereld zijn ogen sluit, is eigenlijk de gewone gang van zaken. En misschien is het wel beter de ogen dicht te knijpen voor dit soort films - met falende UN-blauwhelmen, stereotiepe Amerikanen en verongelijkte zwarten - dat op sommige journalisten een hypnotiserend effect heeft. Want misschien knijpen films die doen alsof de mens in Rwanda een serieuze morele steek liet vallen, nog harder hun ogen dicht dan 'de wereld' - wie mag die wereld trouwens wel zijn? Met dit besef naar Hotel Rwanda kijken is een behoorlijk lastige taak, want inhoudelijk noch cinematografisch is de film van Terry George een hoogtepunt. Het spookbeeld van de slachting van één miljoen Rwandezen moet het publiek in een permanente staat van ingehouden adem houden, maar wordt in deze fatsoenlijke oscarjager van een film nooit écht uitgewerkt. George - zélf een would be-martelaar van de Britse terreur in Ierland - toont niet of nét niet, en Don Cheadle - vakkundig gemodelleerd naar de typische Hollywoodheld - straalt in de rol van Paul Rusesabagina steeds die ingehouden woede en droefheid uit die men als vertolker van doodgewone-held-in-uitzonderlijke-dagen op de acteursschool aanleert. En dan willen we het nog niet eens over zijn verschrikkelijke fake-Afrikaans accent hebben. Niet één volwaardige, bloedig realistische weergave van de slachtpartij krijgen we te zien. Het is 'm George meer om de suggestie te doen. Soms stemmen wij daar volmondig mee in, maar hier, als het over de herinnering aan een miljoen doden gaat, vinden wij dat men hen op zijn minst hun screentime moet gunnen. Je ogen dichtknijpen of het niet te zien krijgen, is in zaken van genocide hetzelfde. Jo Smets