HOLLYWOOD BABYLON

1975 H Kenneth Anger
...

1975 H Kenneth Anger Voormalige kindster en latere undergroundfilmmaker Kenneth Anger brengt likkebaardend de échte schandaalverhalen over de seksuele escapades en drank- en drugsverslavingen in oud Hollywood die in de fan-zines hypocriet werden verzwegen. Zijn smeuïge roddels waren destijds zo schokkend en onthullend dat zijn schaamteloze boek in de jaren 60 eerst in Parijs in een Franse editie werd uitgegeven en onder de toonbank diende te worden verkocht. 1982 H David McClintick Nauwgezette en meeslepende reconstructie van het David Begelman-schandaal, genoemd naar de autodestructieve voorzitter van Columbia Pictures. Die werd in 1977 betrapt op chequevervalsing en oplichterij waarvan de acteur Cliff Robertson de dupe werd. Vooral de drama's en intriges aan de top en de connecties Hollywood-Wall Street worden breed uitgesmeerd. Coda: ten prooi aan zware depressies pleegde Begelman in 1995 zelfmoord. Hij verhing zich in een hotel-kamer in Century City, Los Angeles.1985 H Dan E. Moldea De titel zegt het allemaal. Dan E. Moldea, een onderzoeksjournalist gespecialiseerd in de georganiseerde misdaad, beschrijft hoe de maffia vanaf de jaren 30 in de filmstudio's infiltreerde en later een vinger in de pap had in het machtige entertainmentconglomeraat MCA, dat een primordiale rol speelde in de filmcarrière en de politieke triomfen van Ronald Reagan. Spilfiguur in het boek is MCA-president Lew Wasserman die in 1942 voor Reagan het eerste 1 miljoen dollar-studiocontract versierde en langer dan een halve eeuw de machtigste en meest gevreesde figuur uit de Amerikaanse showbizz was.1985 H Steven Bach Met het grandioos floppen van Heaven's Gate kwam een eind aan het tijdperk van de regisseur als superster. Michael Cimino slaagde in iets wat niemand hem had voorgedaan: in zijn val sleepte hij een hele studio mee. Steven Bach, productiechef bij United Artists tijdens het maken van Heaven's Gate, spaart niemand, noch zichzelf, in deze briljante kroniek. Hij vertelt hoe de productie van een aanvankelijk bescheiden western compleet uit de hand loopt, mede door een dodelijke mix van Cimino's verwaandheid, de incompetentie van de studiomanagers en de besluiteloosheid van een stuurloos entertainmentbedrijf. 1990 H Peter Bart Onthullend én deprimerend verslag van de ondergang van de eens zo glorieuze studio, opgetekend door de huidige hoofdredacteur van het vakblad Variety. Bart had in de jaren 80 een executive-positie bij het huis van de brullende leeuw, dat door de opportunistische financier Kirk Kerkorian finaal om zeep werd geholpen. Niemand wilde nog voor de studio werken. 'We kloppen pas bij MGM aan als we volledig aan de grond zitten en zelfs bij de sociale bijstand wandelen wordengestuurd', klonk het onder werkloze filmmakers. 1991 H Julia Phillips De ooit machtige producer van invloedrijke New Hollywood-films ( Taxi Driver, Close Encounters of the Third Kind) wordt uit het afkickcentrum ontslagen, vindt geen werk meer en schrijft dan maar deze dikke turf waarin ze alle wonderboys uit de jaren 70-cinema door het slijk sleurt. Belangrijkste doelwitten: Steven Spielberg (een manipulatieve prick), Goldie Hawn (lichaamshy-giëne laat te wensen over) en François Truffaut (veinst doofheid aan het linkeroor om mensen naar zijn pijpen te doen dansen). De titel van deze bestseller bleek profetisch voor Phillips' eigen banvloek in Hollywood. 1992 H Pierce O'Donnell en Dennis McDougal Hoe worden succesfilms gemaakt zonder - officieel - winst te maken? Een advocaat en een journalist van de Los Angeles Times vlooien het uit en demonstreren fijntjes dat creative bookkeeping de ware kunst van Hollywood is. Vertrekpunt van het boek is het proces dat de cursiefjesschrijver Art Buchwald tegen Paramount inspande omdat hem een percentage van de opbrengst van het Eddie Murphy-vehikel Coming to America werd ontzegd .1996 H Nancy Griffin & Kim Masters Opkomst en val van een arrogant en spilziek duo: de gewezen kapper Jon Peters en zijn gewetenloze maat Peter Guber, die niets van filmproductie afwisten en door Spielberg zelfs van de set van The Color Purple werden gebannen. Tijdens hun vijfjarige wanbeleid bij Columbia Pictures maakten ze de Japanse moedermaatschappij Sony Corp. (die in 1989 de overname al te duur had betaald) ettelijke miljarden lichter. ' A real-life Hollywood horror story', schreef Business Week. 'The most public screwing in the history of the business', oordeelde de baas van een rivaliserende studio. 1998 H Peter Biskind Levendige, maar erg vooringenomen kroniek van de laatste grote periode in de Amerikaanse film, de intussen mythische seventies. Het traditio- nele studiosysteem klapte in elkaar en de oude garde werd door jonge turken als Martin Scorsese, Francis Ford Coppola en Steven Spielberg afgelost. ' How the Sex-Drugs-and-Rock 'N' Roll Generation Saved Hollywood', luidt de verklarende ondertitel, maar Biskind verwijt de jonge rebellen vooral dat ze hun kansen verknalden en de blockbustermentaliteit creëerden die vernieuwing en originaliteit in de kiem smoort. 2006 H James B. Stewart In een meeslepende mix van reportage en analyse beschrijft Stewart de financiële crisissen, de psychodrama's en de verscheurende familiestrijd bij Amerika's grootste amusementsbedrijf tijdens de desastreuze heerschappij van Michael J. Eisner. De opmars, de glorietijd en de spectaculaire val van deze manager die niet wist te delegeren, zijn ondergeschikten wantrouwde, maar zelf totaal onbetrouwbaar was en geenenkele autoriteitrespecteerde behalve de zijne komt als een shakespeareaans board room-dramatot leven. Door PATRICK DUYNSLAEGHER