Het was - alvast wat kunst betrof - een jaar van relatieve overvloed. Grote biënnales als Documenta en Manifesta brachten bescheiden volksverhuizingen teweeg, andere initiatieven gaven een geloofwaardige kans aan minder bekende maar getalenteerde kunstenaars. Het kunstpubliek begaf zich op een drafje van Beaufort naar Track, van Newtopia naar Watou en weer naar ander opzienbarends. We zijn inmiddels wel weer dingen vergeten, maar niet dat we God vonden in Brussel en Jezus in Watou. De eerste was door Laurent Jourquin opgetrokken uit karton (op de groepstentoonstelling The Aspira...

Het was - alvast wat kunst betrof - een jaar van relatieve overvloed. Grote biënnales als Documenta en Manifesta brachten bescheiden volksverhuizingen teweeg, andere initiatieven gaven een geloofwaardige kans aan minder bekende maar getalenteerde kunstenaars. Het kunstpubliek begaf zich op een drafje van Beaufort naar Track, van Newtopia naar Watou en weer naar ander opzienbarends. We zijn inmiddels wel weer dingen vergeten, maar niet dat we God vonden in Brussel en Jezus in Watou. De eerste was door Laurent Jourquin opgetrokken uit karton (op de groepstentoonstelling The Aspiration Factory bij galerie Aeroplastics), de tweede door Zhang Huan uit as van opgebrande wierookstokjes. Terugblikkend waren God en Zijn Stoffige Zoon misschien wel de twee allerbeste kunstwerken van 2012, maar maak dat eens hard als beroepsongelovige. Bij de God van Jourquin was een ladder voorhanden die je toeliet diep in Zijn Ogen te kijken. Een opgezette rat met vleugeltjes en een aureooltje blikte daar enigszins brutaal terug. Humor, laten we hopen dat dat niet te snel verloren gaat in kunstland. Want dat risico durven de grote, megalomane manifestaties wel eens te lopen. Vond u ook niet dat die prachtige, stalen Suppo van Wim Delvoye sprekend op een joint leek? Soit. iemand die het Louvre verovert met het ene na het andere sculpturale huzarenstuk verdient wel een plaats bovenaan in dit lijstje. De Indiase Brit Raqib Shaw deed iets grensoverschrijdends met machtswellustige apen. Zijn scheppingen bleken zo wild en tegelijk zo verfijnd dat zijn werk niet meer van ons netvlies te zemen valt. De Roemeen Mircea Suciu bestormde de scene met een onvermoede dosis tekentalent. Hij verraste met duistere houtskooltaferelen die afkomstig lijken uit de diepste krochten van de hel. 2012 was ook een jaar van ongekend veel naakt. Hoe fouter hoe beter, leek daarbij het motto. Wiels presenteerde de artiest-met-de-pornosnor Leigh Ledare. Een watje, maar hij had wel zijn bloedeigen moeder in alle mogelijke poses gefotografeerd. Arme Leigh was zo doordrongen van de bizarre kunstenaar-modelverhouding dat hij hetzelfde met zijn vrouw had geprobeerd. Het was niet bijster goed afgelopen, maar dat is normaal bij kunstenaars. Na het bittere oedipuscomplex van Ledare kwamen nog meer expo's met exhibitionistische inslag. Twee naaktlopers die het doen met lelijke architectuur hadden zich verenigd in The Humping Pact. Hun acties leiden tot komische filmpjes, die je kon bekijken op I Fail Good, een expo over de zin en onzin van falen. Veel minder om te lachen waren de foto's uit de reeks S van Gert Jochems. Seks in Vlaanderen: het kwam uiteindelijk neer op veel bloot en weinig vreugde. Maar zo gaat dat met kunst. We horen het de New Yorkse fotograaf Andres Serrano nog zeggen. Hij fotografeert al zijn hele leven dingen die iedereen moeilijk of eng vindt. Waarom? Omdat 'sometimes truth and beauty are hidden in the dark'.ELS FIERS