In de jaren tachtig had de Achterhoek, een landelijk stuk Oost-Nederland, op cultuurgebied zijn naam niet gestolen. Grafisch vormgever Roel Venderbosch moest als puber dus zijn eigen weg banen. De groei naar volwassenheid verliep bij...

In de jaren tachtig had de Achterhoek, een landelijk stuk Oost-Nederland, op cultuurgebied zijn naam niet gestolen. Grafisch vormgever Roel Venderbosch moest als puber dus zijn eigen weg banen. De groei naar volwassenheid verliep bij hem via muziekgroepjes. Met klasgenoten en familieleden vormt hij zijn eerste bandjes, waarin hij zelf een plaatsje vindt als bassist. Voorzichtig probeert hij een nieuw kapsel à la Sting of koopt hij een stoerdere jas. De eerste optredens zorgen uiteraard voor nerveuze toestanden, maar geven veel voldoening. De jonge Roel wordt ondertussen verliefd op de zangeres, maar zij verlaat de band en is plots samen met een andere bassist. Het boek bouwt op naar een talentenwedstrijd waaraan Roels bandje meedoet. Venderbosch lijkt vooral te mikken op herkenning van lezers die zijn opgegroeid door in bandjes te spelen, want nevenplots over ontluikende verliefdheid en puberteit blijven nogal impliciet. In tegenstelling tot zijn gladde debuut KSX is Hoe noemen we de band grafisch ambachtelijk en sober, wat aan het verhaal de nodige authenticiteit verleent.