Eerste zin Ik zou bij groottante Louise wonen.
...

Eerste zin Ik zou bij groottante Louise wonen. Loekie Zvonik ging in de vroege jaren 1950 in Gent Germaanse filologie studeren. Ze ontdekte de stad en het nieuwe leven, maar ze raakte vooral in de ban van een fatalistische jongeman met schrijversambities, Dirk De Witte. Veel meer dan een flirt werd het niet tussen de twee, tot ze elkaar meer dan een decennium later op een congres in Wenen weer ontmoetten. De jongeman van weleer was inmiddels een ongelukkig getrouwde schrijver van drie boeken die steeds slechter verkochten. Zijn liefde voor Loekie werd een ongezonde fixatie, die drie maanden na de terugkeer uit Wenen tot zijn zelfmoord zou leiden. Terwijl zijn vrouw Anneke het huis uit was, sloot hij zich samen met zijn hond op in zijn auto. Aan de uitlaat had hij een slang verbonden die de gassen de wagen in leidde. Een half jaar later volgde Anneke zijn voorbeeld. In 1975 schreef Loekie Zvonik over dat gegeven de autobiografische roman Hoe heette de hoedenmaker?, die prompt de debuutprijs kreeg. Een tijd geleden trok literair journalist Wout Vlaeminck met een exemplaar van die roman en een essay dat hij erover had geschreven naar uitgeverij Cossee, die meteen de waarde van het boek inzag en het opnieuw uitgaf. Het essay is te lezen op de site van de uitgeverij. Hoe heette de hoedenmaker?, dat begint als een roman, maar steeds meer een rechttoe-rechtaanautobiografie wordt, barst van de literaire verwijzingen. Op iedere bladzijde vallen er wel een paar grote namen. Kafka struikelt over Rilke en voor Hermann Hesse is een wel heel centrale rol weggelegd. Die verwijzingen zijn echter niet gratuit. Zowel Dirk De Witte als Loekie Zvonik waren uit boeken opgetrokken. Zij dachten in citaten en betrapten zichzelf regelmatig op het naleven van passages uit hun favoriete romans en verhalen. Zvonik kon dus geen boek schrijven over hun relatie zonder daaraan uiting te geven. Die verwijzingen bemoeilijken het lezen en de inleving soms wel. Jeroen Brouwers mag er in 1975 van weggeweest zijn, zoals hij in het zelfingenomen nawoord bij deze roman schrijft, vandaag doen ze toch ietwat gedateerd aan. Maar ook daar mag je je niet blind op staren. Zvonik was goed, keigoed zelfs, zoals ze bijvoorbeeld toont in de twee bladzijden waarin ze het bijzonder scherp en integer over de dood van haar moeder heeft.