'Een citroen op de fiets', zo werd Frank Vandenbroucke ooit in Knack omschreven. Dat gebeurde in een opiniestukje waarin aangeklaagd werd hoe iedereen de wielrenner ondanks het gebrek aan sportieve prestaties maar bleef opvoeren, niet omdat ze het goed met hem meenden, maar vanwege zijn publicitaire waarde. 'Welnu, heren, de citroen is tot de laatste druppel uitgeperst, u mag hem nu wel weggooien', zo luidde de slotzin van het artikel, dat verscheen in... 2002.
...

'Een citroen op de fiets', zo werd Frank Vandenbroucke ooit in Knack omschreven. Dat gebeurde in een opiniestukje waarin aangeklaagd werd hoe iedereen de wielrenner ondanks het gebrek aan sportieve prestaties maar bleef opvoeren, niet omdat ze het goed met hem meenden, maar vanwege zijn publicitaire waarde. 'Welnu, heren, de citroen is tot de laatste druppel uitgeperst, u mag hem nu wel weggooien', zo luidde de slotzin van het artikel, dat verscheen in... 2002. Je kunt moeilijk zeggen dat die goede raad in de afgelopen jaren opgevolgd is, integendeel zelfs. In 2002 lag zijn magische jaar 1999 nog niet zo ver achter ons en kon je - mits een flinke dosis naïviteit - nog enigszins geloven dat een sportieve comeback van Vandenbroucke tot de mogelijkheden behoorde. Maar in 2008 kan er toch echt wel niemand meer zijn die denkt dat de man ooit nog potten zal breken - de kans dat Francesco Planckaert ooit de Ronde van Vlaanderen wint, is intussen groter. En toch blijft hij overal opduiken, behalve dan tijdens de verslaggeving van de wielerwedstrijden. Toen hij in het voorjaar een biografie uitbracht, mocht hij in de zetels van De Laatste Show plaatsnemen om te vertellen hoe hard hij aan het trainen was. En toen vorige week Cinelli, een nieuwe wielerploeg waarin VDB een plaatsje heeft gevonden, in een Vlaams café voorgesteld werd, kreeg dat nieuwsfeit ampel aandacht in de journaals. De VRT trok voor het item zelfs vijf minuten uit, en dat terwijl andere wielerploegen - die in tegenstelling tot Cinelli wél bij de belangrijkste wedstrijden aan de start zullen komen - het met veel minder moeten doen. Het meest bizarre was echter dat de Frank Vandenbroucke-imitator - ja, die bestaan blijkbaar - die bij de voorstelling aanwezig was in het één-journaal bijna evenveel aandacht kreeg als de wielrenner zelf. Als je zelf al erkent dat de man ondertussen een wandelende grap is geworden, waarom besteed je er dan zoveel tijd aan? Dat de voorstelling van Cinelli in het zevenuurjournaal vijf minuten kreeg, is tekenend voor de manier waarop men bij de openbare omroep de laatste jaren graag ruimte vrijmaakt voor de 'lichtere' items, ten nadele van de ernstige onderwerpen. Vandenbroucke en zijn ploegleider Nico Mattan mochten zelfs bij Phara aanschuiven om hun plannen te ontvouwen. Het is dat de Planckaerts met geen stokken van het tv-scherm te krijgen zijn of we hadden al lang een nieuwe wielerdocusoap op ons bord gekregen. Om toch op een positieve noot te eindigen: als we op de interviews met Vandenbroucke en Mattan mogen afgaan, dan wordt 2009 echt wel het allerlaatste seizoen waarin Frank op de fiets zal kruipen. Er alles nog eens uitpersen dus. Stefaan Werbrouck