Dat het achteruitgaat met onze aandachtspanne, wordt beweerd. Door het internet besmet zijn onze oren steeds minder in staat om zich langer dan drie minuten aan een song vast te knopen, laat staan aan een heel album. Verslaafd aan refreinen en hooks, slechts één klik verwijderd van de luisterkick. Kevin Parker van Tame Impala denkt er het zijne van: 'De luistervaardigheden gaan erop vooruit', vertelde hij ons eind vorig jaar. 'People are used to take in much different thi...

Dat het achteruitgaat met onze aandachtspanne, wordt beweerd. Door het internet besmet zijn onze oren steeds minder in staat om zich langer dan drie minuten aan een song vast te knopen, laat staan aan een heel album. Verslaafd aan refreinen en hooks, slechts één klik verwijderd van de luisterkick. Kevin Parker van Tame Impala denkt er het zijne van: 'De luistervaardigheden gaan erop vooruit', vertelde hij ons eind vorig jaar. 'People are used to take in much different things at once.' Dus propte hij zijn vierde, meest diverse album zo vol als maar kan. Was voorganger Currents (2015) een over kristallijnen synthesizers glooiende stroom, waarmee Parker zijn in de psychrock ontsproten metier polijstte, dan glijdt The Slow Rush voorbij als door een zandloper. Naast de etherische harmonieën vulde Parker zijn reservoir met laagjes en laagjes house, softrock, disco, drums die Phil Collins echoën, de progpop van bands als Supertramp en 10 cc, en vooral: funk. Van alle popmoleculen die hier samenklitten, zijn het de funkferomonen die het nieuwe hoofdstuk kenmerken. Zo laat de bromance met Mark Ronson, aan wiens Uptown Special (2015) Parker op verschillende songs toestak, diepe sporen na in de Billie Jean-tred van Borderline en het met flukse piano en conga's bespikkelde, over strakke drumpatronen uitgerolde Breathe Deeper. Die acid house-coda schurkt dan weer hitsig tegen Daft Punk en Da Funk aan. Met een falset die Bee Gees-toppen scheert en synths die brullen als bronstige padden, kwispelt ook Is It True richting het Franse robotduo, en dan vooral hun Random Access Memories, de plaat waarmee ze in 2013 de hypergestileerde, glossy pop van de jaren tachtig reanimeerden. Kevin Parker zou echter Tame Impala niet zijn mocht hij niet ook een spacerockballade genre Todd Rundgren (On Track) en softrock à la Wings (Tomorrow's Dust) door de wederom magnifiek galmende melange mengen, of in de driedelige songsuite Posthumous Forgiveness vuurwerk-r&b verzoenen met donzige psychpop. The Slow Rush is een plaat op maat van overgevoelige antennes, één lange dopamineroes, maar etaleert vooral de veelzijdigheid van een fantasierijk componist, muzikant en producer. Redder van de pop? Dat misschien niet, wel een van de meest uitnodigende eenmanszaakjes van het pak.