1 Had je als kind soms het gevoel meegesleurd te worden in een verhaal dat niet helemaal het jouwe was?
...

1 Had je als kind soms het gevoel meegesleurd te worden in een verhaal dat niet helemaal het jouwe was? Hind Eljadid: Mijn zus en ik groeiden erin op, dus voor ons was dat een normale situatie. Maar uiteraard, als je aan de schoolpoort staat en je ziet dat kinderen op een heel enthousiaste manier door hun ouders worden onthaald terwijl jouw mama daar bijzonder zwak staat, krijg je snel het idee dat er dingen niet kloppen. Als je dan even later, wanneer je acht of tien bent, steeds vaker te horen krijgt dat bepaalde zaken niet kunnen omdat er geen geld voor is, ga je je steeds abnormaler voelen. Als puber begin je je vervolgens tegen die situatie te verzetten en word je boos, om nadien naar acceptatie te gaan. 2 Moest je te vroeg volwassen zijn? Eljadid: Het was thuis constant op eieren lopen en altijd je best doen om niets provocerends te zeggen. Ik moest mijn zieke moeder soms in bed stoppen, terwijl je als kind het omgekeerde zou verwachten. En dan begon ik te voelen dat het niet correct was om op zo'n jonge leeftijd al gedwongen te worden om de ouderlijke rol op te moeten nemen en om gedwongen te worden om emotioneel veel te vroeg volwassen te zijn. 3 'Waarom was mijn houden van haar niet genoeg om haar ook van zichzelf te laten houden?' schrijf je. Is dat de essentie van het boek? Eljadid: Zeker. Mocht ik mijn zus niet gehad hebben, dan was ik wellicht een andere en hardere persoon geworden. Wij hebben elkaar leren houden van. Wij werden elkaars ouders. Buitenstaanders konden wel begrip tonen, maar het echt vatten konden alleen wij twee. Mijn moeder kon inderdaad geen liefde geven. Daarvoor was ze te verbitterd door de pijn en haar leven. Ze reageerde die verbittering af op de twee mensen die het dichtst bij haar stonden en dat waren mijn zus en ik. Maar in hoeverre was het haar schuld? Zij groeide op in armoede, kende een moeilijke jeugd en vluchtte nadien in het huwelijk en in kinderen, waarna er een scheiding volgde. Hoe kan ik het haar kwalijk nemen dat zij moeite had om liefde te geven als zij nooit geleerd had hoe dat te doen, doordat ze constant in overlevingsmodus zat? Vroeger zag ik dat niet en was ik boos. Vandaag heeft die woede plaatsgemaakt voor begrip.