Eerste zin 'Alle spijkers die uitsteken moeten naar binnen geslagen worden.'
...

Eerste zin 'Alle spijkers die uitsteken moeten naar binnen geslagen worden.' Een jonge vrouw is voor de laatste keer in het oude appartement van haar moeder. Met uitzondering van de eettafel zijn de meubels al verhuisd. Terugdenkend aan haar kindertijd, toen ze met haar broer Noah een spel speelde waarbij die tafel een boot was en ze moesten zeggen wat ze zagen, het zeemonster of de zee, gaat de vrouw nog eens onder de tafel zitten - en beslist ze om daar te blijven zitten. Wat haar moeder of Noah ook doet of zegt, het maakt allemaal geen verschil. Ze blijft onder de tafel. Eva Coolens debuutroman speelt tijdens een harde, bitterkoude winter. Voor haar hoofdpersonage wordt de tafel een schuiloord dat beschermt tegen de kille buitenwereld, maar ook een kooi waarin ze opgesloten zit. Wanneer ze een late vlieg ziet die tegen het raam tikt omdat ze naar buiten wil, bedenkt ze dat je veel kunt zeggen over vliegen, maar niet dat ze zichzelf laten tegenhouden door ervaringen uit het verleden. Over het verleden van de vrouw kom je slechts mondjesmaat iets te weten. Dat ze al jaren in een nachtwinkel werkt bijvoorbeeld en dat ze haar vader pas op haar elfde voor het eerst heeft ontmoet, en hij haar daarom 'Elfje' noemde. Maar wat je vooral bijblijft, is dat ze voor haar zesde verjaardag bij McDonald's mocht kiezen of ze zelf frietjes of een hamburger zou bakken, dat ze voor de burger ging en dat dat zo ongeveer de enige keuze is die ze ooit heeft gemaakt waar ze nadien geen spijt van had. Het zeemonster of de zee speelt volledig in die ene, op een tafel na lege kamer. In korte, spaarzame zinnen die soms aan regieaanwijzingen doen denken, beschrijft Coolen hoe moeder en Noah de jonge vrouw af en toe sushi of lasagne brengen en hoe ze herinneringen ophalen of hun hoop voor de toekomst met haar delen. Moeder heeft een nieuwe geliefde en showt het jurkje dat ze heeft gekocht om met hem uit te gaan. Noah vertelt dat hij een job heeft als tuinman maar liever filmscenarist zou zijn. Deze mensen waren ver uit elkaar gegroeid, besef je, en die tafel brengt hen weer samen. Maar of ze ook samen de kamer uit zullen varen, is nog maar de vraag.